Klikzink

Waterdicht op een gebogen dak met dakstroom

Een gebogen dakvlak, bijvoorbeeld een tongewelf, een ronde erker of een gebouw met een lopende kromming over de nok, stelt andere eisen aan een dakbedekking dan een vlak dakvlak. De felsbanen worden hier niet plat gelegd maar gebogen aangeleverd of gebogen gelegd op de bouwplaats, en dat verandert iets aan hoe je over waterdichtheid moet denken. Niet omdat het materiaal anders werkt, maar omdat de vorm andere plekken belast.

Waar het water daadwerkelijk binnenkomt

Bij een gebogen felsbaan met geïntegreerde cellen zit het risico niet in het vlak zelf. De fels blijft haaks staan, de klemmen blijven onder de fels zitten en er verandert niets aan het principe dat er geen schroef of beugel door het dakvlak gaat. Dat is ook op een kromming zo: de bevestiging van het dak is de bevestiging van de opwekking, en die twee zijn nooit twee lagen boven elkaar die onafhankelijk kunnen gaan lekken.

De kwetsbare plekken liggen waar de baan stopt of van richting verandert: bij een doorvoer voor bekabeling, bij de aansluiting aan de nok, en bij de overgang van een baan met cellen naar een baan zonder cellen. Op een gebogen dak komt daar een vierde plek bij, namelijk waar de kromming zelf van radius verandert, bijvoorbeeld bij de aanzet van een ronde erker in een overigens vlak dakvlak. Op die overgangen moet de fels precies aansluiten, en dat vraagt om een baan die op maat gebogen is voor die specifieke plek in plaats van een standaardbaan die met geweld in de kromming wordt gedwongen. Wij rekenen en walsen dat op tekening; een gebogen felsbaan is nooit een baan uit voorraad.

De doorvoer voor de kabels van een gebogen dakvlak naar binnen krijgt in de praktijk vaak extra aandacht, simpelweg omdat de kromming betekent dat er minder rechte, makkelijk toegankelijke stukken dak zijn om een doorvoer te plaatsen. Het is dus zaak om die doorvoer al op tekening te bepalen, op een plek waar de kromming het meest voorspelbaar is, meestal onderaan bij de goot of op een vlak stuk naast de gebogen partij. Hoe die doorvoer in het algemeen werkt, leggen wij uit op de pagina over hoe het waterdicht blijft, en dat verandert door een gebogen dakvlak niet wezenlijk. Wat wel verandert, is waar je hem het beste plaatst.

Wat kromming doet met de hoek naar de zon

Op een vlak dakvlak liggen alle banen onder dezelfde hoek ten opzichte van de zon. Op een gebogen dak verandert die hoek continu over de lengte van het vlak. De banen boven op de kromming staan bijna loodrecht op de invalshoek van de zon rond het middaguur, terwijl de banen aan de rand van de kromming steeds schuiner komen te liggen, tot ze op een gegeven moment bijna evenwijdig aan het zonlicht liggen. Elke baan op een gebogen dak levert dus in theorie een andere opbrengst, simpelweg omdat elke baan een eigen hoek heeft.

In de praktijk merkt een opdrachtgever dat vooral aan de randen van het gebogen vlak. Een baan die door de kromming bijna vlak in het zicht van de zon komt te liggen, presteert vergelijkbaar met een baan op een steil hellend dakvlak in diezelfde richting. Een baan die door de kromming juist heel schuin komt te staan, presteert eerder als een baan op een flauwe helling of zelfs als een baan die naar het noorden wijst, afhankelijk van hoe de kromming precies is gepositioneerd ten opzichte van de zon. Wij rekenen dat door aan de hand van de tekening van het gebouw, niet aan de hand van een algemene vlakke rekensom, en geven daar geen los wattpiekgetal per baan voor: dat verschilt te veel per gebouw en per oriëntatie om als vaste waarde te noemen.

Tot welke straal het werkbaar blijft, hangt af van hoe scherp de kromming is ten opzichte van de werkende breedte van 475 millimeter. Bij een ruime, geleidelijke kromming, zoals een flauw tongewelf over een brede overspanning, is er weinig aan de hand: de banen buigen mee zonder dat de fels onder spanning komt die de klikverbinding zou kunnen beschadigen. Bij een scherpere kromming, zoals een kleine ronde erker of een gebouw met een strakke boogvorm, wordt de marge kleiner. Op een gegeven punt is een baan met geïntegreerde cellen niet meer verantwoord te buigen zonder de cel te belasten, en dan is het antwoord niet meer een gebogen felsbaan met cellen erin, maar een gewone gebogen felsbaan zonder cellen op dat scherpe deel, met de opwekking geconcentreerd op het vlakkere deel van het dak. Die grens ligt niet bij een vast getal dat overal geldt; die bepalen we aan de hand van de tekening van het specifieke gebouw.

Wanneer de vorm het antwoord omdraait

Er zijn gebogen daken waarbij dakstroom in het vlak zelf niet de voor de hand liggende keuze is, ook al is het technisch mogelijk. Bij een sterk gesegmenteerde kromming, waarbij het dakvlak eigenlijk bestaat uit een reeks korte, verschillend gerichte facetten in plaats van een vloeiende boog, krijg je op elk facet weer een andere hoek naar de zon en dus een opbrengst die van vlak tot vlak sterk verschilt. In zo'n geval kan het rendabeler zijn om de opwekking te beperken tot de facetten die goed op de zon liggen en de rest gewoon als felsdak zonder cellen uit te voeren, in plaats van elk facet vol te leggen met cellen die op de meeste plekken toch weinig opleveren.

Ook bij een dak dat overwegend naar het noorden gebogen ligt, zoals de noordzijde van een rond dak of een koepel, verandert de afweging. De opbrengst is daar structureel lager, wat op een vlak dak al reden kan zijn om terughoudend te zijn met cellen; op een gebogen dak komt daar de wisselende hoek nog bovenop, wat de opbrengst nog verder uiteen laat lopen tussen banen. In dat geval is het vaak verstandiger om de opwekking te concentreren op het zuidelijke deel van de kromming en het noordelijke deel uit te voeren als gewone felsbaan.

Daarnaast blijft de vergelijking met panelen op beugels relevant, juist op een gebogen dak. Een paneel op beugels is een vlak, star element dat niet meebuigt met een gekromd dakvlak; op een kromming moet je dan met een reeks kleine, los gestelde paneeltjes werken die elk een eigen hoek krijgen, met de bijbehorende doorboringen per beugel. Hoe die twee opties zich tot elkaar verhouden op een gewoon vlak dak, staat uitgewerkt op de pagina over de vergelijking [tegenover panelen op beugels](/dakstroom/waterdicht/tegenover-panelen-op-beugels); op een gebogen dak valt dat verschil in de praktijk nog sterker op, omdat de felsbaan de vorm van het dak volgt en het paneel dat niet kan.

Wat dit betekent voor de tekening

Voor een gebogen dak is er dus geen los antwoord over waterdichtheid dat los staat van de vorm van het gebouw. De kritieke plekken, de doorvoer, de nokaansluiting en de overgang naar een baan zonder cellen, liggen op een gebogen dak net iets anders dan op een vlak dak, en de kromming zelf voegt een vierde punt van aandacht toe: de plek waar de straal verandert. De opbrengst per baan verschilt door de wisselende hoek naar de zon, en of dat de moeite waard is om overal cellen te leggen of alleen op het gunstigste deel van de kromming, is iets wat we op tekening doorrekenen voor het specifieke gebouw. Een indicatie die los van die tekening wordt gegeven, is voor een gebogen dak minder betrouwbaar dan voor een vlak dak, juist omdat elke baan een andere hoek heeft.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink