Klikzink
Er bestaan twee manieren om zonnecellen in een dakvlak te laten verdwijnen in plaats van erop. De eerste is de felsbaan met cellen erin, waarbij het dakbedekkingsmateriaal zelf de opwekking is. De tweede is het indakpaneel: een plat paneel dat in een pannendak wordt gelegd, tussen de pannen, met een kader eromheen dat de aansluiting met de pannen verzorgt. Beide liggen vlak in het dakvlak. Beide zien er rustiger uit dan een paneel op beugels. Maar de manier waarop het water buiten blijft, verschilt fundamenteel, en dat verschil is de moeite van het uitleggen waard voor wie moet kiezen.
Bij een indakpaneel is de rand het probleem dat opgelost moet worden. Het paneel vervangt een aantal pannen, en rondom dat paneel moet een aansluiting komen die het regenwater dat over de pannen naar beneden loopt, weer netjes langs het paneel leidt zonder dat het onder het kader duikt. Dat gebeurt met loodslabben, rubberprofielen of een kunststof omkadering die per paneelmaat en per pantype anders is. Hoe meer panelen naast en boven elkaar, hoe meer van die randen er zijn, en elke rand is een aansluiting die goed gemaakt moet worden en die na jaren nog steeds goed moet zitten. Een dakdekker die veel indakpanelen heeft gelegd, kent de klassieke lekplek: niet het paneel zelf, maar de plek waar de bovenrand van het kader tegen de pan erboven aan moet sluiten.
Bij een felsbaan met cellen is er geen rand, omdat er geen kader is. De baan met cellen is qua vorm identiek aan de baan zonder cellen: dezelfde werkende breedte van 475 mm, dezelfde haakse fels van 35 mm, dezelfde manier van in elkaar klikken. De fels tussen twee banen is een mechanische verbinding die het water precies zo verwerkt als bij een fels tussen twee lege banen. Er is dus geen aparte overgang die is bedacht om een los onderdeel in een dakvlak te passen. De baan met cellen is het dakvlak, op de plek waar hij ligt. Dat is meteen ook de reden dat wij niet zeggen dat dit systeem geen zwakke plekken heeft: die liggen alleen ergens anders dan bij het paneel.
De eerste zwakke plek bij een felsdak met cellen is de doorvoer van de bekabeling. Elke baan met cellen moet een kabel naar binnen krijgen, en die kabel moet door het dakvlak heen zonder dat daar een gat in het staal komt te zitten dat op een willekeurige plek is geboord. Dat wordt opgelost met een doorvoer die is ontworpen voor deze toepassing, meestal op een vaste plek per baan, zodat de aansluiting standaard is en niet per dak wordt uitgevonden. Bij het indakpaneel speelt dit ook, maar dan gecombineerd met de kaderrand: de kabel komt naar buiten op een plek die al onder druk staat door de aansluiting op de pannen. Bij de felsbaan staat de doorvoer los van de fels, wat het makkelijker maakt om die goed te beoordelen bij een inspectie.
De tweede zwakke plek is de aansluiting aan de nok, waar iedere baan, met of zonder cellen, aansluit op de nokvorst. Bij een baan zonder cellen is dat een standaard detail dat al decennia hetzelfde wordt uitgevoerd. Bij een baan met cellen komt daar de vraag bij waar de laatste rij cellen eindigt en hoeveel ruimte er overblijft tot de nok. Wij lossen dat per dakvlak op, met de lengte van de banen en de positie van de cellen zodanig gekozen dat de nokaansluiting het standaarddetail blijft en niet iets aparts wordt. Bij het indakpaneel ligt dit anders, omdat het paneel een vaste maat heeft die niet meebeweegt met de rij pannen erboven: de laatste rij pannen voor de nok moet passen, en soms past die niet precies, wat een extra snijmaat oplevert die met lood wordt afgewerkt.
De derde zwakke plek, en die wordt vaak vergeten, is de overgang van een baan met cellen naar een baan zonder cellen binnen hetzelfde dakvlak. Denk aan een dakvlak waar de cellen niet helemaal tot aan de goot doorlopen, omdat het onderste deel in de schaduw van een buurpand ligt en daar dus gewone felsbanen liggen. Die overgang is bij dit systeem geen aparte constructie: het is een fels tussen twee banen van hetzelfde profiel, de een met cellen, de ander zonder. Er verandert niets aan hoe het water daar wordt afgevoerd. Bij een indakpaneel is die overgang wel een constructie, want de rand van het paneelkader blijft de rand van het paneelkader, ook op de overgang naar gewone pannen. Wie hierover meer wil weten voor een dak met een nok, vindt de uitwerking van die nokaansluiting terug bij hoe wij dat beschrijven voor [de nok, de doorvoer en de overgang tussen twee vlakken](/dakstroom/waterdicht/zadeldak).
Waar het indakpaneel eerlijk gezegd beter scoort, is bij reparatie en vervanging op korte termijn. Een indakpaneel is een los element dat, als het kader goed is aangesloten, in principe verwijderd en vervangen kan worden zonder de pannen ernaast aan te raken. Bij de felsbaan zit de fels aan twee kanten vast aan de buurbanen, dus het vervangen van één baan betekent het lostrekken van die fels en het opnieuw sluiten ervan, wat meer werk is dan het lichten van één paneel. Hoe dat in de praktijk gaat als er één baan kapot is, staat uitgewerkt bij [wat er gebeurt als één baan van het dak stuk is](/dakstroom/woonhuis/een-baan-stuk). Wie regelmatig onderdelen wil kunnen wisselen, bijvoorbeeld bij een dak dat vaker wordt belopen voor onderhoud aan installaties op het dak, heeft daar iets aan.
Waar de felsbaan met cellen beter scoort, is in het aantal aansluitingen per vierkante meter dakvlak. Eén dakvlak met indakpanelen heeft voor elk paneel een randaansluiting, en bij een gemiddeld woonhuisdak zijn dat al snel tien tot twintig van die randen. Een dakvlak met felsbanen heeft alleen de felsen tussen de banen, die er sowieso al waren, met of zonder cellen. Er komen dus geen nieuwe soorten aansluitingen bij, alleen nieuwe kabels die weg moeten. Dat maakt het aantal plekken waar iets fout kan gaan bij de felsbaan kleiner dan bij het paneel, simpelweg omdat er minder verschillende constructies in het dakvlak zitten.
Of dit verschil in de praktijk iets uitmaakt, hangt af van het dak. Op een eenvoudig zadeldak zonder dakkapellen of doorvoeren voor iets anders dan de zonnecellen zelf, is het verschil tussen beide systemen vooral esthetisch en een kwestie van hoeveel randen een dakdekker moet detailleren. Op een dak met meerdere doorvoeren, een schoorsteen of een dakkapel wordt het aantal aansluitingen dat het indakpaneel meebrengt eerder een probleem, want elke rand naast een bestaande doorvoer is een plek waar twee verschillende details tegen elkaar aan moeten sluiten. Wij kijken daarom altijd naar de tekening van het specifieke dakvlak voordat we zeggen welke oplossing daar de minste aansluitingen oplevert, want dat verschilt per situatie en is niet in het algemeen te zeggen.