Klikzink

Brandveiligheid zonnedak bij een zorginstelling

Een dak dat zelf stroom opwekt, staat onder spanning zolang er licht op valt. Dat geldt voor een paneel op beugels en het geldt voor een felsbaan met geïntegreerde cellen. Bij een zorginstelling komt daar een tweede gegeven bij dat de volgorde van het hele werk bepaalt: het gebouw blijft altijd in gebruik en de stroomvoorziening mag niet zomaar onderbroken worden. Dat is geen bijzaak die je er later bij regelt, dat is het uitgangspunt waarmee je begint te ontwerpen.

Waarom spanning op het dak een ander gesprek is bij een zorginstelling

Bij een kantoor of een loods kun je bij brand of bij onderhoud de hoofdschakelaar omzetten en het gebouw ontruimen. Bij een verpleeghuis, een ziekenhuisvleugel of een instelling met bedden staat dat niet ter discussie. Er liggen mensen die niet zelf naar buiten kunnen, er draait apparatuur die niet zomaar uit mag, en de brandweer moet ervan uit kunnen gaan dat het gebouw functioneert terwijl zij werken. Dat betekent dat een installatie die stroom opwekt op het dakvlak, nooit een onbekende factor mag zijn voor de mensen die het pand binnenkomen om te blussen of te redden.

De vraag die daaruit volgt is niet of het dak veilig is bij normaal gebruik, dat is het, maar wat er gebeurt op het moment dat het misgaat. Kan het dakvlak spanningsloos gemaakt worden, en kan dat snel, zonder dat het de rest van de stroomvoorziening in het gebouw raakt.

Het vlak spanningsloos maken zonder het gebouw stil te leggen

Elke installatie die zonnestroom opwekt heeft een schakelpunt nodig waarmee het opwekkende deel los te koppelen is van de rest van de installatie. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen ligt dat schakelpunt net als bij een regulier paneel niet in het dakvlak zelf maar in de bekabeling die naar binnen gaat, bij de omvormer en bij de aansluitkast. De banen op het dak blijven onder spanning staan zolang er licht op valt, dat verandert niet door het schakelpunt, maar de stroom die vanaf het dak het gebouw in gaat, is wel te onderbreken op een vast, bekend punt.

Bij een zorginstelling is de eis dat dat schakelpunt de opwekking raakt en niets anders. De brandweer moet het dak van het net kunnen halen zonder dat de beademing op de intensive care, de liften of de noodverlichting meevalt. Dat vraagt een scheiding tussen het circuit van de zonnestroom en de vaste stroomvoorziening van het gebouw, met eigen zekeringen en een eigen schakelaar die duidelijk gemarkeerd is. Waar die schakelaar precies komt en hoe de scheiding is opgebouwd, hangt af van de bestaande elektrotechnische installatie van het gebouw en wordt in overleg met de installateur en de brandweer vastgelegd, niet iets dat je achteraf oplost.

Wat er blijft staan als het schakelpunt om is

Ook met een correct werkend schakelpunt geldt: de kabels en de cellen op het dak zelf blijven spanning voeren zolang er daglicht op valt, dat is een fysiek gegeven van elke vorm van zonnestroom en geen storing die te verhelpen is. Voor de brandweer is dat de reden waarom het dakvlak apart gemarkeerd wordt, zodat op het moment van aanrijden meteen duidelijk is waar een vlak ligt dat spanning kan voeren, ook als de installatie aan de binnenzijde is uitgeschakeld. Bij een felsbaan met cellen in het vlak is die markering extra van belang omdat het oppervlak van buiten niet laat zien waar de cellen precies liggen: de banen met cellen en de banen zonder liggen op dezelfde lijn, in dezelfde kleur. Dat is precies waarom het document met de indeling van het dakvlak, dat bij de installatie hoort, bij de meldkamer en bij de bluswaterplannen van het gebouw terecht moet komen, en niet alleen in een la bij de technische dienst.

Hoe dat samenkomt met de rest van de brandveiligheid van het gebouw

Een zorginstelling heeft daarnaast de gewone eisen van brandcompartimentering, vluchtroutes, rookmelders en een brandmeldinstallatie die al op het gebouw van toepassing zijn, los van wat er op het dak ligt. Het zonnedak voegt daar één extra laag aan toe: een bron van spanning op het dakvlak die niet automatisch uitgaat als de brandmeldinstallatie afgaat. Bij ontwerp wordt daarom gekeken of het zinvol is om het schakelpunt van de zonnestroom te koppelen aan het brandmeldsysteem, zodat het dakvlak automatisch wordt losgekoppeld zodra er brand wordt gedetecteerd, in plaats van dat er iemand ter plekke een schakelaar moet omzetten. Of dat nodig is en hoe dat wordt uitgevoerd, verschilt per gebouw en per bestaande installatie, en wordt samen met de brandweer en de installateur op tekening bepaald, niet standaard toegepast zonder overleg.

Wat de felsbaan zelf betekent voor het risico op het dak

Los van de elektrische kant is er de vraag wat er op het dak zelf ligt te branden. Een felsbaan is een stalen plaat; die brandt niet en draagt geen vlam door. De cellen liggen in het vlak van de baan, niet op een tweede laag erboven, waardoor er onder de cellen geen ruimte is waarin warmte kan opbouwen of waarin een schroeiplek zich kan verspreiden voordat iemand het opmerkt. Bij een paneel op beugels zit er lucht en bekabeling tussen het paneel en het dakvlak, en die ruimte is precies waar een storing in een aansluiting onopgemerkt kan blijven liggen. Dat is geen garantie dat er nooit iets kan gebeuren, een defecte cel of een slechte verbinding kan ook in een felsbaan warmte ontwikkelen, maar het scheelt dat er geen verborgen spouw is waarin dat zich kan uitbreiden zonder dat het van buiten te zien is.

Onderhoud, inspectie en het bewijs dat de installatie in orde is

Voor een zorginstelling geldt vaak een strenger inspectieregime dan voor een kantoor, simpelweg omdat de gevolgen van een storing groter zijn. Een periodieke thermografische inspectie van de bekabeling en de aansluitpunten, waarbij met een warmtebeeldcamera gekeken wordt of er ergens een verbinding warmer wordt dan de rest, hoort daar in de regel bij. Dat is geen onderhoud aan het dak zelf, dat is onderhoud aan de elektrotechnische kant van de opwekking, en het wordt vastgelegd in een rapport dat de instelling kan tonen aan de verzekeraar en aan de brandweer bij een controle. Welke inspectiefrequentie en welk protocol precies passend zijn, hangt af van de omvang van de installatie en van het eigen brandveiligheidsbeleid van de instelling, en wordt in overleg met de installateur en de verzekeraar vastgesteld.

Wanneer dit vraagt om extra stappen die bij een gewoon gebouw niet nodig zijn

Bij een gebouw dat wel ontruimd kan worden, is een spanningsloos dak bij brand een kwestie van tijd en procedure. Bij een zorginstelling is de eis dat de brandweer nooit hoeft te gokken of het dak nog onder spanning staat, en dat de rest van het gebouw intussen door kan draaien. Dat vraagt vooraf overleg met de plaatselijke brandweer over de indeling van het dakvlak, de plek van het schakelpunt en de manier waarop dat gemarkeerd wordt, en dat overleg voer je bij voorkeur voordat het dak wordt gelegd, niet achteraf als correctie. Bij nieuwbouw van een zorginstelling is dat eenvoudiger in te passen dan bij een bestaand gebouw waar de brandmeldinstallatie en de stroomvoorziening al vastliggen; in dat laatste geval bepaalt de bestaande situatie hoeveel aanpassing er nodig is.

Wat wij hierin doen en wat we niet invullen

Hoe de scheiding tussen het opwekkende vlak en de vaste stroomvoorziening precies wordt opgebouwd, waar het schakelpunt komt en of koppeling met de brandmeldinstallatie nodig is, verschilt per gebouw, per bestaande installatie en per afspraak met de lokale brandweer. Wij rekenen dat niet op voorhand in, we werken het uit op tekening samen met de installateur en waar nodig met de brandweer, voor het specifieke dakvlak van de instelling. Een gesprek daarover kost in dit stadium niets en voorkomt dat er tijdens de bouw nog geschoven moet worden in de indeling van het dak.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink