Klikzink
Een boerderij heeft meestal een groot, aaneengesloten dakvlak. Waar bij een rijtjeshuis met een paar panelen de kabel na een paar meter al binnen is, ligt bij een boerderij vaak een lang traject over de kap, langs de gording, door de kopgevel of via een sparing in de vloer van de zolder, naar een meterkast die soms nog uit een tijd stamt dat er alleen een paar tl-bakken en een waterpomp op moesten draaien. Die combinatie, veel dakvlak en een oude installatie, is precies waarom de veiligheidsschakelaar bij dit gebouwtype extra aandacht verdient.
De schakelaar zelf doet iets simpels: hij maakt het vlak tussen het dak en de meterkast spanningsloos, met één handeling. Bij brand of bij onderhoud moet iemand, vaak de brandweer, in één keer kunnen zien en kunnen bedienen dat er geen spanning meer op het circuit staat dat van het dak komt. Dat is geen overbodige voorzorg. Een felsbaan met geïntegreerde cellen blijft, zolang er licht op valt, spanning afgeven, ook als het dak deels beschadigd is. Zonder een schakelaar die dat circuit onderbreekt, blijft er spanning staan tot aan de omvormer, en dat is nu net het traject waar bij brandbestrijding of dakwerk mensen komen.
Bij nieuwbouw of een volledige dakvervanging plaatsen we de schakelaar op een vaste, bereikbare plek dicht bij de meterkast of vlak bij de doorvoer van het dak naar binnen, zoals ook beschreven bij hoe de stroom naar binnen komt bij een boerderij. Bij een bestaande boerderij met een lang leidingtraject ligt dat net iets anders. Denk aan een boerderij waar de meterkast in de voormalige stal staat, aan de andere kant van het gebouw dan waar het dakvlak met de cellen ligt. Dan heeft het weinig zin om de schakelaar pas bij de meterkast te zetten: bij een storing of bij brand in de kapconstructie zelf moet iemand het vlak al bij de dakvoet of bij de doorvoer kunnen afschakelen, niet pas nadat de kabel al door de hele hooiberg heeft gelopen.
In de praktijk plaatsen we daarom vaak twee punten: een schakelaar dicht bij het dak, meestal bij de plek waar de kabels de kap verlaten, en de gebruikelijke voorziening bij de meterkast. Bij een lang leidingtraject door een oude constructie, zoals bij een boerderij met een balkenzolder tussen dak en meterkast, is dat geen overdreven maatregel maar een directe consequentie van de afstand. Hoe dat traject precies loopt, verschilt van boerderij tot boerderij en daarom rekenen wij dat na op tekening.
De schakelaar is bedoeld voor twee groepen: de brandweer bij een incident, en de eigen installateur of onderhoudsmonteur bij gepland werk. Voor de brandweer geldt dat de schakelaar duidelijk gemarkeerd en direct herkenbaar moet zijn, meestal bij de meterkast of bij de hoofdaansluiting, met een aanduiding die ook voor iemand die het gebouw niet kent te begrijpen is. Bij een boerderij met bijgebouwen, een schuur die vroeger apart stond en nu tegen het hoofdgebouw is aangebouwd, is dat een reden om goed te kijken welk dakvlak op welke schakelaar zit. Een schakelaar die het hele complex bedient terwijl er in werkelijkheid drie losse daken op verschillende leeftijden zijn, is minder duidelijk dan drie schakelaars die elk hun eigen vlak dekken.
Voor de installateur is de schakelaar het startpunt van elk onderhoud aan het circuit. Voordat er aan een aansluiting, een kabel of een omvormer gewerkt wordt, gaat de schakelaar om en is het vlak dood. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar bij een boerderij met een oude installatie is het juist een van de punten waar we bij het maken van het ontwerp expliciet naar kijken: is er al een duidelijk aanwijsbaar schakelpunt, of moet dat als onderdeel van het nieuwe dak worden meegenomen.
Bij een gewoon paneel dat op een bestaand dak wordt gelegd, is de schakelaar meestal een kwestie van de bestaande PV-installatie volgen: één omvormer, één DC-schakelaar erbij, klaar. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt de opwekking verspreid over het hele dakvlak, in plaats van geconcentreerd in een blok panelen op een deel van het dak. Dat betekent dat het schakelpunt niet alleen een blok panelen afsluit, maar het complete vlak, van goot tot nok, over de volle breedte van de kap. Bij een boerderij met een groot, aaneengesloten dakvlak is dat een ander soort circuit dan bij een dak waar drie rijen panelen op een deel van de zuidkant liggen.
Daar komt bij dat de oude aansluiting van veel boerderijen niet gebouwd is op een hoog vermogen. Een aansluiting die decennia geleden is aangelegd voor beperkt gebruik, houdt niet automatisch rekening met een groot dakvlak dat continu vermogen levert. Dat raakt niet alleen de schakelaar, maar ook de vraag hoe de rest van de installatie daarop aangepast moet worden, iets wat in de praktijk vaak samen met de netbeheerder en de installateur bekeken wordt op het moment dat de meterkast toch al wordt vervangen.
Een concreet voorbeeld: een melkveehouderij met een dak van veertig meter lang over de ligboxenstal, waar het hele dakvlak in banen met cellen wordt uitgevoerd. De oude meterkast stond aan de kop van het gebouw, bij de voormalige melkstal, terwijl het dak zich uitstrekt tot ver aan de andere kant. In zo'n geval is één schakelaar bij de meterkast niet voldoende om het hele vlak in één handeling spanningsloos te maken zonder dat er een kabeltraject van tientallen meters nog onder spanning blijft staan tot aan dat punt. De oplossing lag in een schakelpunt direct bij de dakdoorvoer, zodat de afstand tussen dak en het moment van afschakelen kort blijft.
Omdat elke boerderij een andere plattegrond, een andere ouderdom van de installatie en een andere ligging van de meterkast heeft, is er geen vast schema dat overal past. Bij het maken van het ontwerp kijken we naar de lengte van het dakvlak, de plek van de bestaande aansluiting en de route die de kabels afleggen, en bepalen we van daaruit waar de schakelaar het meest zinvol zit. Dat werken we uit op tekening, zonder kosten voor het meedenken, samen met de punten die ook meespelen bij de bekabeling en bij de aansluiting op de meterkast.