Klikzink
Een carport of overkapping heeft geen zolder, geen kruipruimte en meestal geen tweede laag boven de bewoonde ruimte om een lekkage op te vangen. Wat er van boven komt, komt er ook van onder weer uit, ergens op de auto, de fietsen of de vloer eronder. Dat maakt de vraag hoe het dak dicht blijft bij dit type gebouw net iets directer dan bij een woonhuis.
Bij een gewoon zonnepaneel op beugels zit het risico voor een groot deel in de bevestiging zelf. Er gaan schroeven of ankers door de dakplaat, en elke doorvoer is een plek waar een pakking, een kit of een ring het moet doen. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen is die doorvoer er niet. De baan wordt aan de rand omgezet tot een fels van 35 mm die haaks opstaat, en de banen worden onderling in elkaar geklikt. De klem die de baan op de gording vasthoudt, zit onder die fels verstopt, niet in het vlak van de plaat. Er is dus geen schroefgat waar water een aanloop naartoe kan vinden. Bij een carport waar iedere druppel die naar binnen komt meteen zichtbaar is, telt dat.
De fels zelf is niet de plek waar dit soort daken lek gaat. De aandacht moet uit naar drie andere plekken: de doorvoer van de kabel, de aansluiting bij de nok, en de overgang van een baan met cellen naar een baan zonder cellen.
Bij een carport ligt de kabel vaak over een langere afstand dan bij een huis, simpelweg omdat er geen meterkast onder het dak zit. De stroom moet naar een omvormer die ergens anders staat, bijvoorbeeld tegen de gevel van de woning of in een aparte kast bij de oprit, zeker als de carport ook dienst doet als laadplek voor een auto. Die kabel moet ergens het dakvlak uit, en die doorvoer is een detail dat per project wordt uitgewerkt, niet iets dat je aan een standaardoplossing overlaat. Op tekening wordt bepaald waar die doorvoer het handigst ligt: zo dicht mogelijk bij de nok, uit de looplijn van regenwater, met een kraag die om de kabel sluit in plaats van ertegenaan geplakt.
De nok is de tweede plek. Daar komen twee dakvlakken samen, of loopt het dak dood tegen een gevel of een balk, en daar zit per definitie een naad. Bij een felsdak wordt die naad afgedekt met een nokstuk dat op maat wordt gezet voor de betreffende dakhelling en -breedte. Bij een carport zonder isolatielaag erachter is er weinig marge voor condens of voor water dat via de nok naar binnen kruipt, dus dat nokstuk moet precies aansluiten op de fels van de laatste baan. Dat is werk dat op de bouwplaats wordt gedaan door iemand die weet hoe een felsdak in elkaar zit, niet iets dat je aan een montageploeg voor paneelframes overlaat.
De derde plek, de overgang tussen een baan met cellen en een gewone baan zonder cellen, is minder een risico dan je zou denken, en dat is precies het punt. Omdat de cel in het vlak van de baan zit en niet erboven, is er geen sprong in dikte tussen de twee soorten banen. Ze felsen op elkaar aan zoals elke felsbaan op de volgende aansluit. Bij een paneel op beugels ligt dat anders: daar is altijd een randje waar het paneel stopt en het gewone dakvlak begint, en dat randje is precies waar wind vat kan krijgen en waar bladafval blijft liggen. Bij een felsdak met cellen erin is dat randje er niet.
Een carport staat meestal op zichzelf. Er is geen verwarmde ruimte onder het dak die van binnenuit tegen vocht drukt, en er is geen isolatiepakket dat vocht kan vasthouden als er toch iets doorlekt. Dat is voor de waterdichtheid van het dakvlak zelf niet het grootste punt, dat zit in de fels en de details zoals hierboven beschreven. Het is wel relevant voor wat er gebeurt als er ooit een klein lek zou ontstaan bij een doorvoer of aansluiting: bij een woonhuis zie je dat soms pas na maanden aan een vlek in het plafond, bij een carport zie je een druppel de dag zelf op de motorkap. Dat is in de praktijk eerder een voordeel voor de eigenaar dan een nadeel: een probleem wordt hier sneller gezien dan verstopt.
De afstand van dak naar omvormer is voor de waterdichtheid zelf niet het probleem, maar wel voor de manier waarop de kabel het dak verlaat. Hoe langer de kabel binnen het dakpakket moet lopen voordat hij naar buiten kan, hoe meer aandacht die interne route vraagt. Bij een carport die ook een laadpunt bedient, ligt er vaak al een aparte mantelbuis in de fundering voor de laadkabel. Die route wordt dan gecombineerd bekeken: één doorvoer, één punt waar het dak wordt doorbroken, in plaats van twee losse plekken die allebei afgedicht moeten worden.
Elke carport heeft een andere lengte, een andere dakhelling en een andere plek voor de omvormer of de laadpaal. Het aantal banen met cellen, de plek van de kabeldoorvoer en de uitvoering van het nokstuk verschillen daardoor per bouwtekening. Wat op de ene oprit de logische plek voor de doorvoer is, is bij de buren juist de plek waar het meeste water langsstroomt. Daarom wordt dat per project bekeken, op tekening, voordat er iets wordt gewalst.
Een carport wordt vaak later toegevoegd aan een bestaand huis, als los bouwwerk met een eigen dakje. In dat geval ligt er meestal nog geen felsdak, en dan is de vergelijking niet tussen twee soorten felsdak maar tussen een nieuw dak met cellen erin versus een bestaand of eenvoudig dak met een paneel erop. Een paneel op beugels is dan goedkoper neer te zetten, zeker bij een kleine overkapping van een paar vierkante meter waar de kosten van een compleet nieuw dakpakket niet in verhouding staan tot de paar cellen die er passen. Geïntegreerde cellen in het dakvlak lonen hier het meest wanneer de carport of overkapping toch nieuw gebouwd wordt en er sowieso een dakbedekking gekozen moet worden: dan betaal je in feite één keer, voor het dak en voor de opwekking samen, in plaats van eerst een dak en dan nog een keer een montageframe erbovenop.
Wat het kost en wat het oplevert, verschilt per uitvoering, per dakoppervlak en per aansluiting op de laadpaal. Dat rekenen we uit op tekening, niet vooraf op de website.