Klikzink
Een zadeldak bestaat uit twee vlakken die tegen elkaar aan liggen en samenkomen in een nok. Dat is de gewoonste dakvorm van Nederland, en ook de vorm waarbij de twee kanten van het dak zich vaak heel verschillend gedragen. Het ene vlak ligt op het zuiden of westen en droogt snel op na regen. Het andere ligt op het noorden of oosten en blijft langer vochtig, vooral onder bomen of naast een hoger gebouw dat schaduw werpt. Die twee vlakken vervuilen dus niet gelijk, en dat is precies waar de indeling van een zadeldak om vraagt.
Op een felsdak met geïntegreerde cellen krijgt mos structureel weinig aanknopingspunten. Er zijn geen paneelranden die een luchtspleet vormen, geen klemmen die een randje opwerpen, geen naad tussen paneel en dakbedekking waar vocht kan blijven staan en waar het eerste groene laagje zich vestigt. De felsen liggen strak en hoog, het vlak zelf is glad staal. Vuil en sporen krijgen daar weinig grip. Waar het wel kan gaan zitten is onderin, bij de goot, waar het dak het langst vochtig blijft en waar blad en gruis van boven het dakvlak samen kunnen komen. En bij de nok, als daar een doorvoer of een kap zit die net iets minder glad is dan de rest van de baan. Op die paar plekken kan een dun laagje ontstaan dat je op een gewoon paneeldak helemaal niet zou opmerken, maar dat op een strak felsdak wel opvalt omdat de rest zo schoon blijft.
Bij een dak met beugelpanelen ligt een schaduwplek op één cel meestal het hele paneel plat, en soms een hele string ernaast. Bij geïntegreerde cellen in een felsbaan is de opbouw fijner verdeeld, dus een vervuilde plek bij de goot van het noordvlak raakt alleen dat stukje baan en niet het hele dakvlak. Dat is winst, maar het belangrijkste verschil op een zadeldak zit ergens anders: in de schakeling. Omdat de twee vlakken toch al in verschillende richtingen liggen en dus toch al apart worden aangesloten, is het logisch om ze ook apart te schakelen. Het zuidvlak, dat sneller opdroogt en minder vervuilt, hangt dan niet aan hetzelfde circuit als het noordvlak, dat langer vochtig blijft en dus eerder een beetje aanslag opbouwt bij de goot. Een tegenvallend vlak trekt zo het andere vlak niet mee naar beneden.
Bij een zadeldak is de nok de logische plek voor de kabeldoorvoer, precies omdat beide vlakken daar samenkomen en de bekabeling van beide kanten er samen naar binnen kan. Dat is ook de plek waar wij het meest zorgvuldig kijken naar de aansluiting van de felsbanen, want een nokdetail dat niet goed sluit is de enige plek op zo'n dak waar vocht structureel kan binnendringen. Hoe die aansluiting bij de nok in de praktijk wordt uitgevoerd, leggen we uit zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/dakstroom/mos/tegenover-felsdak-met-panelen), en dat detail is bij een zadeldak belangrijker dan bij vlakke of gebogen daken omdat hier altijd twee vlakken op die ene lijn uitkomen.
Op een woonhuis met een zadeldak zien we typisch dat het zuid of westvlak nauwelijks aandacht nodig heeft. Het droogt snel, ligt vaak in de volle wind, en een enkele controle per paar jaar is voldoende om te zien dat er niets bijzonders speelt. Het noord of oostvlak, zeker als er een boom in de buurt staat of als het dak dicht tegen een naastgelegen pand aan ligt, kan bij de goot een dunne laag mos of algen opbouwen die je van de grond af soms nog niet ziet maar die op de opbrengst van dat vlak wel drukt. Omdat de vlakken apart geschakeld zijn, is dat meteen zichtbaar in de meterkast of in de monitoring: het ene vlak presteert structureel iets minder dan verwacht, terwijl het andere vlak precies doet wat je zou verwachten. Dat is een duidelijker signaal dan bij een dak met één groot vlak, waar een lokale vervuiling zich verstopt in het gemiddelde van de hele installatie.
Schoonmaken van zo'n dak is, net als bij andere hellende felsdaken, meestal beperkt tot een keer per paar jaar de gootlijn en de nokaansluiting nalopen. Er is geen reden om het hele dakvlak te wassen zoals bij paneeldaken soms wordt aanbevolen, omdat het gladde stalen vlak zelf weinig vasthoudt. De aandacht gaat naar de randen, niet naar het midden.
De helling van elk vlak van het zadeldak bepaalt voor een groot deel hoe snel het opdroogt, dus een zadeldak met een steile helling van boven de veertig graden gedraagt zich anders dan een zadeldak met een flauwe helling van rond de vijftien graden, waarbij water langer blijft staan en vuil minder makkelijk wegspoelt. Wat een flauwe helling voor de vervuiling van een dakvlak betekent, ongeacht of het op een zadeldak of een ander type dak ligt, staat beschreven bij wat mos en vervuiling doen op een flauwe helling. Bij een zadeldak met zo'n flauwe helling verdwijnt een deel van het voordeel van de gladde felsbaan, want ook een glad vlak houdt water vast als de afwatering traag is.
De keuze om te schakelen per dakvlak is vooral zinvol als de twee kanten van het dak ook echt verschillend liggen, in oriëntatie of in schaduw. Bij een zadeldak dat toevallig noordwest en zuidoost ligt in plaats van strak noord en zuid, is het verschil tussen de twee vlakken vaak klein, en dan heeft apart schakelen minder zin dan bij een dak dat scherp noord en zuid tegenover elkaar heeft liggen. Voor die situatie is het nuttig om te kijken hoe vervuiling zich gedraagt op een dakvlak dat pal op het zuiden ligt en op een dakvlak dat pal op het noorden ligt, want die twee uitersten samen vormen in feite de twee vlakken van een zadeldak in zijn scherpste vorm.
Een geïntegreerd felsdak vermindert waar mos zich kan vestigen, maar het maakt een slecht gelegen dakvlak niet goed gelegen. Een zadeldak dat aan de noordkant volledig in de schaduw van bomen of een naburig pand ligt, blijft aan die kant een dakvlak met beperkte opbrengst, wat voor materiaal er ook op ligt. Het voordeel van deze uitvoering zit in het feit dat de andere kant van het dak daar niet onder lijdt, en dat het onderhoud zich concentreert op de twee logische plekken, de goot en de nok, in plaats van verspreid over honderden paneelranden. Wat het precies betekent voor een specifiek dak, met zijn eigen hellingshoek, oriëntatie en schaduwsituatie, rekenen wij uit op tekening.