Klikzink
Een zadeldak bestaat uit twee vlakken die tegen elkaar op lopen, met de nok als scheidslijn. Voor onderhoud van een felsdak met geïntegreerde zonnecellen is die vorm relevant, niet omdat de nok zelf iets verandert aan het onderhoud van de banen, maar omdat je in feite twee dakvlakken hebt die elk hun eigen ligging, hun eigen ligduur van vuil en soms hun eigen keuze verdienen.
Het meest gebruikte voordeel van dit systeem geldt op een zadeldak net zo goed als elders: de banen liggen vlak in het dak, zonder frame en zonder ruimte waar blad, mos of stof zich onder de rand kan verzamelen. Bij panelen op beugels ontstaat achter en onder het paneel een luwte waar vocht blijft staan en waar organisch materiaal zich vasthoudt. Op een dakvlak zonder die tussenruimte spoelt regen het vuil grotendeels vanzelf van de baan. Dat blijft zo, ongeveer, aan beide zijden van de nok. Het verschil zit niet in hoeveel onderhoud er per vlak nodig is, maar in wanneer.
Een zadeldak heeft altijd een vlak dat naar de overheersende windrichting ligt en een vlak dat in de luwte ligt. Het vlak aan de windzijde vangt meer regen en dus ook meer natuurlijke reiniging, maar ook meer stof en zand dat er met diezelfde wind op wordt geblazen. Het vlak in de luwte krijgt minder regen op zich, maar ook minder vuil aangevoerd. Op een dak boven een weg of een erf met veel loofbomen merk je dat: de kant die op de bomen uitkijkt, krijgt in het najaar duidelijk meer blad en visueel meer viltvorming dan de kant ernaartegenover. Dat betekent niet dat je het ene vlak vaker moet controleren dan het andere volgens een schema, maar het betekent wel dat een inspectie die zich op één vlak richt, het andere vlak kan overslaan zonder dat je iets misloopt. Bij een zuiddak of een lessenaarsdak is er maar één hellingzijde om te beoordelen; hier zijn het er twee, met elk hun eigen tempo.
Op een zadeldak ligt de nok voor de hand als plek waar de kabels van beide dakvlakken samenkomen en naar binnen gaan. De banen van het linker- en het rechtervlak lopen ieder omhoog tot aan de nok, en juist daar, op het hoogste punt van het dak, is de doorvoer het makkelijkst waterdicht te maken en het minst zichtbaar vanaf de grond. Dat is een andere overweging dan bij een lessenaarsdak, waar de doorvoer aan de bovenrand van het enige vlak ligt, of bij een schilddak, waar per vlak een eigen route naar de nok of naar de gootrand gezocht moet worden. Bij een zadeldak is er één natuurlijke verzamelplek voor twee vlakken, en dat is meteen ook de plek waar je bij onderhoud als eerste kijkt: een lekkage bij de nok raakt in de regel de aansluiting van de bekabeling, niet de fels zelf. Hoe die aansluiting bij de nok in de praktijk wordt uitgevoerd, leggen we uit bij de aansluiting op de nok.
Omdat de twee vlakken samenkomen bij één doorvoer, is het ook logisch om ze elektrisch apart te schakelen. Elk vlak krijgt zijn eigen string, met zijn eigen omvormer of eigen ingang op de omvormer. Voor onderhoud heeft dat een praktisch gevolg: als er op één vlak een baan beschadigd raakt, hagelschade bijvoorbeeld, of een tak die er tijdens storm op is gevallen, dan is dat de string van dat ene vlak die uitvalt of terugloopt in opbrengst. Het andere vlak blijft ongestoord doorwerken. Dat is dezelfde logica als bij een schilddak met vier vlakken, alleen zijn het hier twee eenheden in plaats van vier, en dat maakt het makkelijker te overzien welk vlak welke string voedt.
Dat het dakvlak zelf weinig vuil vasthoudt, wil niet zeggen dat er nooit iets te doen is. Wat overblijft, is vooral controle: kijken of de kabelinvoer bij de nok droog en intact is, of er geen mos aanslaat in de felsnaad zelf, waar vocht net iets langer kan blijven staan dan op het gladde vlak, en of er geen blad is opgehoopt bij de overgang van dakvlak naar goot. Bij een woning onder een rij eiken raadt een dakdekker vaak aan om na de bladval één keer per jaar met een zachte borstel en schoon water over het dak te gaan, niet omdat het per se moet, maar omdat het voorkomt dat vocht onder een laag natte bladeren blijft liggen op de plek waar twee banen elkaar overlappen. Op een zuiddak zonder bomen in de buurt is die noodzaak veel kleiner; hier hangt het echt af van de omgeving, niet van de dakvorm als zodanig.
Schoonmaken van de cellen zelf is op een zadeldak zelden nodig in de zin van boenen of schrobben. Regen doet het meeste werk, en de matte, donkere afwerking van de cellen is dezelfde coating als die van de banen ernaast, dus er is geen glazen of glanzend oppervlak dat apart onderhoud vraagt zoals bij sommige indak-panelen. Wat er wel gebeurt, is dat opbrengst per vlak een indicatie geeft: als de string van het ene dakvlak structureel achterblijft bij wat je normaal zou verwachten voor die zijde en dat seizoen, is dat reden om te laten kijken of er iets op dat vlak ligt of veranderd is, een boom die gegroeid is en nu schaduw geeft op een deel van de middag, bijvoorbeeld. Die controle is zonder gedoe uit te voeren omdat elk vlak apart wordt gemeten.
De voordelen die hierboven staan, gelden vooral als beide vlakken van het zadeldak een redelijke hellingshoek hebben en niet allebei in de schaduw van een naburig gebouw of een grote boom liggen. Bij een steil zadeldak, boven de veertig graden, spoelt vuil op beide vlakken snel af en is er in de praktijk bijna niets te doen buiten een jaarlijkse visuele check. Bij een flauw hellend zadeldak, richting de twintig graden, blijft water en dus ook fijn vuil langer op het vlak staan, en dat verandert de onderhoudsvraag net zoals dat bij een flauwe helling in het algemeen het geval is: er is dan iets vaker reden om te kijken, ongeacht of het dak één of twee vlakken heeft.
De ligging kan het antwoord ook omdraaien als een van de twee vlakken vrijwel op het noorden uitkomt en het andere op het zuiden. In dat geval is het niet vanzelfsprekend om beide vlakken hetzelfde te behandelen: het zuidvlak is de reden om voor opwekking te kiezen, het noordvlak levert weinig op en vraagt zich af of het de investering in cellen wel waard is. Op zo'n dak kan het voordeliger zijn om alleen het zuidvlak in solarfels uit te voeren en het noordvlak in gewone felsbaan zonder cellen te leggen, met dezelfde kleur en dezelfde lijn, zodat het dakvlak optisch één geheel blijft zonder dat je betaalt voor opwekking die weinig oplevert. Wat dat voor het noordvlak specifiek betekent, staat uitgewerkt op de pagina over onderhoud op het noorden.
Of een zadeldak zich leent voor dit systeem op beide vlakken, op één vlak, of eigenlijk niet, hangt af van de richting van de nok, de omgeving en de staat van het bestaande dak. Wij rekenen dat door op tekening, per vlak, zonder dat daar kosten aan vastzitten. Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, denkt mee vanaf de eerste schets.