Klikzink

Wat sneeuw doet op een gebogen dak

Een gebogen dak, of het nu een ton is, een gewelfde kap of een vloeiende overgang tussen twee vlakken, heeft één eigenschap die een vlak dakvlak niet heeft: de hellingshoek verandert continu over de lengte van de baan. Onderaan kan het dak bijna verticaal staan, boven de nok bijna vlak liggen. Voor sneeuw en voor zoninstraling maakt dat verschil, en het is een ander verschil dan bij een vast hellend vlak.

Sneeuw op een felsbaan glijdt eraf zodra de combinatie van hellingshoek, temperatuur van het dakvlak en gewicht van de sneeuwlaag dat toelaat. Op een glad doorlopend stalen vlak zonder klemmen, beugels of paneelranden die de sneeuwlaag vasthouden, is er weinig dat de glijbeweging tegenhoudt. Op een gebogen dak betekent dat: in het steile onderste deel glijdt de sneeuw er relatief snel af, in het vlakkere deel bij de nok blijft ze langer liggen. Er ontstaat dus geen gelijkmatige afname van de sneeuwlaag over het hele vlak, maar een verdeling die volgt uit de kromming. Bij een tongewelf op een sporthal of een fietsenstalling zie je dat het onderste derde deel van het dak na een paar dagen vaak al vrij is, terwijl het bovenste deel nog wit blijft tot de temperatuur echt boven het vriespunt komt.

Waar de sneeuw wel loskomt, valt ze bij een gebogen dak vaak niet in een rechte lijn naar de goot, zoals bij een recht hellend vlak. De glijrichting volgt de kromming van het oppervlak, en bij een dubbel gebogen vlak, zoals een koepelvorm, kan sneeuw ook zijdelings verschuiven voordat ze de rand bereikt. Voor de goot en voor wat eronder staat is dat relevant: een gebogen dak spreidt de val van sneeuwpakketten soms over een breder deel van de gevellijn dan een vlak dak van dezelfde omvang. Bij een entree onder een gebogen overkapping is het daarom verstandiger om de hele breedte van de gevellijn als valzone te beschouwen, niet alleen het punt dat recht onder het laagste deel van de kromming ligt.

De felsen zelf, haaks en 35 mm hoog, liggen bij een gebogen dak meestal in banen die de kromming volgen, gewalst op de kromtestraal die het ontwerp vraagt. Ze vormen geen barrière die dwars op de glijrichting staat, zoals wij uitleggen bij [wat sneeuw doet op een zadeldak](/dakstroom/sneeuw/zadeldak), waar de nok als vaste rand fungeert. Bij een gebogen vlak is er geen vaste rand in dezelfde zin: de glijrichting verandert geleidelijk mee met de kromming, en dat is precies waarom je bij gebogen daken minder een scherpe sneeuwval op één lijn ziet en meer een verspreide afgifte over de tijd.

Wat de kromming doet met de zoninstraling

Op een vlak hellend dakvlak staat elke felsbaan in dezelfde hoek naar de zon. Op een gebogen dak niet. Elke baan, en eigenlijk elk punt binnen een baan, heeft een net iets andere hoek ten opzichte van de zon, omdat het oppervlak continu van richting verandert. Voor een felsbaan met geïntegreerde cellen betekent dat: de opbrengst per strekkende meter van de baan is niet constant. Het deel van het dak dat op een gegeven moment het gunstigst naar de zon gericht staat, levert meer op dan het deel dat er verder van af ligt in hoek, ook al liggen ze op dezelfde baan en op dezelfde hoogte boven de grond.

Bij een breed gebogen dak met een grote straal, zoals een flauw gewelfde loods, is dat verschil klein en verandert het langzaam over de dag. Bij een krappe kromming, zoals een tongewelf met een kleine straal boven een fietsenstalling of een kleine overkapping, kan het verschil in invalshoek tussen het laagste en het hoogste deel van de kromming aanzienlijk zijn. Op elk moment van de dag ligt er dan wel íets van het dakvlak gunstig naar de zon, maar nooit het hele vlak gelijktijdig. Dat is een andere opbrengstlogica dan bij een vlak dak dat naar het zuiden gericht is, zoals beschreven bij [wat sneeuw doet op het zuiden](/dakstroom/sneeuw/op-het-zuiden), waar de hele oppervlakte hetzelfde profiel over de dag volgt.

Er is een praktische grens aan hoe krap de kromming mag zijn. De stalen baan moet met de fels en de klemmen nog goed sluitend te walsen en te leggen zijn, en de cel in de baan moet vlak genoeg liggen om waterdicht te blijven en om elektrisch te functioneren zoals bedoeld. Tot welke straal dat precies gaat, hangt af van de gekozen uitvoering en van de opbouw van het dakvlak eronder. Dat rekenen we uit op tekening, per project, in plaats van er een algemeen getal op te plakken dat voor de ene kap wel klopt en voor de andere niet.

Onderhoud en wat er verandert bij deze vorm

Op een vlak dak is schoonmaken en inspecteren een kwestie van het hele vlak in dezelfde hoek benaderen. Bij een gebogen dak verandert de toegankelijkheid mee met de kromming: het onderste, steilste deel is vaak lastiger te belopen dan het vlakkere deel bij de top, en andersom is het vlakkere deel bij de top soms weer moeilijker te bereiken vanaf de rand. Voor onderhoud aan een enkele baan geldt hetzelfde uitgangspunt als bij een vlak dak: een felsbaan wordt los van de rest vervangen, blind bevestigd onder de fels, zonder dat het hele vlak open moet. Bij een gebogen dak is het vooral de toegang tot die ene baan die meer aandacht vraagt dan het vervangen zelf.

Wanneer de ligging het antwoord omdraait

Een gebogen dakvlak is niet automatisch de beste plek voor geïntegreerde opwekking. Als de kromming zo krap is dat een groot deel van het vlak nooit gunstig naar de zon staat, zoals bij een smal tongewelf dat vooral noord-zuid oversteekt in plaats van oost-west, kan de opbrengst per oppervlakte laag genoeg uitvallen dat een vlak dakdeel elders op het gebouw, of een oplossing met panelen op beugels op een apart, wel goed georiënteerd vlak, meer oplevert voor hetzelfde budget. Ook als het gebogen dakvlak grotendeels in de schaduw van een aangrenzend bouwdeel ligt, is de kromming zelf niet het probleem maar wordt de keuze voor opwekking op die plek sowieso minder logisch, ongeacht de vorm.

Andersom geldt: als het gebogen dak toch vervangen wordt, of als het om nieuwbouw gaat waarbij de kap nog geen bekleding heeft, is de geïntegreerde felsbaan een manier om dak en opwekking in één bouwdeel te combineren zonder dat er een tweede laag met beugels boven het gebogen vlak komt, wat op een kromming juist visueel en constructief lastiger is dan op een vlak dak. Het kost eenmalig voor beide functies samen, en dat is precies het scenario waarin deze uitvoering het meest te bieden heeft.

Wat het per project betekent, van straal tot oriëntatie tot verwachte sneeuwafgifte bij de goot, rekenen wij uit op tekening. Neem contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, en stuur de kapvorm en de gewenste oriëntatie mee.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink