Klikzink
Sneeuw reageert op wat een dak is, niet op wat er in het dak zit. Een felsbaan met zonnecellen is over de hele lengte staal, glad en zonder onderbrekingen behalve de fels zelf, die maar 35 mm hoog is en haaks staat. Zonnedakpannen zijn iets anders: een groot aantal losse elementen, elk met een eigen rand, een eigen aansluiting op de pan ernaast en vaak een net iets andere hoogte dan de gewone dakpan naast hem. Die twee oppervlakken laten sneeuw anders liggen en anders loslaten.
Op een felsbaan glijdt een sneeuwlaag als geheel naar beneden zodra de temperatuur van het staal boven nul komt of zodra de massa van de sneeuw zwaar genoeg wordt. Er is geen rand die de laag opdeelt, dus hij schuift in grote vlakken tegelijk. Dat is dezelfde reden waarom we op de algemene pagina over wat sneeuw doet schrijven dat een glad metalen dakvlak sneeuw makkelijker loslaat dan een dak met textuur. Bij zonnedakpannen ligt dat genuanceerder: elke pan heeft een eigen randje, en op de overgang tussen een pan met cellen en een gewone pan kan een klein stapje zitten. Dat stapje is genoeg om een sneeuwlaag lokaal vast te houden terwijl de rest al in beweging is. Het resultaat is dat sneeuw op een pannendak vaker in stukken loskomt, met kleinere brokken die na elkaar vallen, in plaats van in één laag die in een keer naar de goot schuift.
Die twee patronen geven een ander soort belasting onderin. Een felsbaan levert op een gegeven moment een aanzienlijke schuif in één keer: een plaat sneeuw en ijs die van boven naar de goot komt en daar met gewicht en soms met snelheid aankomt. Een aannemer die op een steile felskap een sneeuwrand of sneeuwvanger overweegt, doet dat niet om het dak te beschermen maar om te voorkomen dat die massa in één keer op het pad, de auto of de buren terechtkomt. Bij zonnedakpannen is de belasting per gebeurtenis kleiner, omdat de sneeuw in stukken loskomt, maar dat gebeurt vaker en minder voorspelbaar. Een enkele losse pan met een iets hogere rand kan een klein plakje sneeuw wekenlang vasthouden terwijl de rest van het dak al vrij is, en dat plakje valt dan op een onverwacht moment. Voor de goot zelf maakt het weinig uit welk patroon het is: beide belasten de goot méér dan een dak zonder sneeuw. Het verschil zit in de voorspelbaarheid, en een felsvlak is daarin het makkelijkst te doorzien omdat het één vlak is met één gedrag.
De vraag die een opdrachtgever zich hier stelt is niet alleen wat sneeuw op het dak doet, maar ook wat een sneeuwlaag doet met de opwekking, en daar loopt het verschil met zonnedakpannen verder door dan alleen het aflopen van sneeuw. Zonnedakpannen zijn losse eenheden die elk een eigen klein stukje van het dak opwekken, en elk van die eenheden heeft een eigen aansluiting. Dat betekent veel meer verbindingen dan bij een felsbaan, waar de cellen in de baan zelf liggen en de bekabeling per baan naar binnen gaat op de manier die we ook beschrijven bij een felsdak met panelen erop. Meer aansluitingen is meer plek waar vocht, uitzetting of een verkeerd geplaatste pan een verbinding kan aantasten, en sneeuw en dooiwater maken die kans niet kleiner. Een pan die door een ongelijke sneeuwbelasting net iets verschuift, kan een aansluiting onder spanning zetten die bij een felsbaan simpelweg niet bestaat, omdat de bevestiging van de baan en de bevestiging van de opwekking bij ons hetzelfde zijn: er gaat geen schroef of beugel apart door het vlak.
Daarmee is niet gezegd dat zonnedakpannen slechter zijn in alles. Op een dak met veel hoeken, kilgoten, dakramen of andere onderbrekingen kunnen losse pannen zich makkelijker aanpassen aan de vorm van het vlak dan een doorlopende baan, die per definitie strak en lang is. Wie een dak heeft met veel kleine vlakken en weinig rechte banen van voldoende lengte, zal met pannen soms een beter dekkend resultaat krijgen dan met felsbanen. Ook is een enkele beschadigde of uitgevallen pan eenvoudiger te vervangen zonder de rest van het vlak open te maken, terwijl bij een felsbaan met zonnecellen een defecte baan in de praktijk als geheel vervangen wordt, wat we uitgebreider behandelen op de pagina over wat sneeuw doet in het algemeen. Voor een dak dat toch al zo'n opbouw uit losse elementen kent, past die reparatielogica beter bij pannen dan bij een doorlopend vlak.
Er is ook een verschil dat niets met techniek te maken heeft maar wel met wat een eigenaar ziet zodra de sneeuw is gesmolten. Op een felsbaan liggen de cellen in dezelfde lijn en dezelfde matte kleur als de banen zonder cellen, zodat er geen tweede patroon ontstaat boven op het patroon van de banen. Bij zonnedakpannen ontstaat er vaak een zichtbaar verschil tussen de pannen met cellen en de gewone pannen ertussen, en een sneeuwrestje dat op een van die pannen langer blijft liggen dan op de andere maakt dat verschil nog duidelijker. Dat is een esthetische kwestie, geen technische, maar voor een architect die het aanzicht van het dak als geheel wil bewaren telt dat mee.
Voor het onderhoud zelf verandert sneeuw weinig aan wat we al schrijven over schoonmaken: geen van beide oplossingen vraagt om sneeuw handmatig te verwijderen, en geen van beide is ontworpen om dat wel te moeten. Het is vooral de goot, de aansluiting op de dakrand en de plek waar mensen onder het dak lopen die aandacht verdienen, en dat geldt voor een felsbaan met zonnecellen net zo goed als voor zonnedakpannen. Het verschil is dat een felsvlak dat probleem in één voorspelbare gebeurtenis oplost, terwijl een pannendak het in kleinere, minder voorspelbare porties doet. Welke van de twee beter past, hangt af van de vorm van het dak, van wat eronder ligt en van wat er met het dak gebeurt op het moment dat het toch vervangen wordt. Wij rekenen dat door op tekening, per dakvlak en per uitvoering, zonder daar vooraf een getal aan te plakken dat voor een ander dak toch weer anders uitvalt.