Klikzink

Wat schaduw doet op een stalfelsdak

Een stal heeft meestal een groot, vrij dakvlak, maar zelden een dak zonder enige obstructie. Een ventilatiekoker, een lichtstraat, een naastgelegen loods of een rij bomen langs de erfgrens werpt een schaduw die met de zon meebeweegt. 's Ochtends valt die schaduw ergens anders dan om vier uur 's middags. Op een dakvlak met zonnecellen in de felsbanen betekent dat niet dat het hele dak minder oplevert zodra er ergens een schaduwrand overheen trekt. Het betekent dat een deel van het dakvlak, voor een deel van de dag, minder doet dan de rest.

Om dat te begrijpen helpt het om te kijken naar hoe de banen zijn verdeeld. Iedere felsbaan van 475 mm breed is een eigen strook, met eigen cellen die in serie staan binnen die baan. Een schaduw die dwars over een deel van het dak valt, raakt een aantal banen wel en andere niet. De banen die in de schaduw liggen leveren op dat moment minder, de banen die in de zon staan blijven gewoon presteren. Bij een goed ontworpen systeem werkt dat per baan of per groep banen onafhankelijk, zodat een schaduwstrook op de ene kant van het dak niet de opbrengst van de andere kant naar beneden trekt. Hoe je dat per baan kunt aflezen, staat beschreven bij [of je per baan kunt zien wat hij doet](/dakstroom/stal/monitoring).

Wat dat voor een concreet stalgebouw betekent, hangt af van waar het obstakel staat en hoe het dakvlak is ingedeeld. Een voersilo naast de stal werpt in de ochtend een lange schaduw over de oostzijde van het dak, die tegen de middag korter wordt en in de namiddag verdwijnt. Een dakkapel of luchtkoker midden op het vlak legt een schaduw die met het seizoen van vorm verandert: in de winter langer en lager, in de zomer korter. Een rij bomen op het erf kan een deel van het jaar bladloos zijn en een deel juist vol blad, wat de schaduw dikker of dunner maakt. Dit soort dingen teken je van tevoren uit op de kapconstructie, per uur en per seizoen, zodat je weet welke banen wanneer in de schaduw liggen.

Waarom dat er bij een stal meer toe doet dan bij een woonhuis, zit in de schaal. Een stal heeft vaak honderden vierkante meters dakvlak in één ononderbroken helling, met maar een paar obstakels erop. Op zo'n groot vlak is de verhouding tussen beschaduwd en onbeschaduwd oppervlak meestal klein, maar de plek van die schaduw kan wel bepalen hoe je de banen indeelt en waar je de aansluitpunten legt. Een ventilatiekoker die vlak bij de nok staat werpt een andere schaduw dan eentje halverwege de helling, en dat verschil is precies waarom we dit op tekening bekijken in plaats van met een algemene regel.

Er is nog een andere kant aan schaduw bij een stal, en die heeft niets met opbrengst te maken maar met wat er onder het dak gebeurt. In een ruimte met vocht, ammoniak en stof, zoals een veestal, is de lucht onder het dakvlak agressiever dan in een woonhuis of kantoor. De onderkant van de felsbaan en de elektrische onderdelen die daar liggen, moeten daar tegen kunnen. Dat een deel van het dak een tijdlang in de schaduw ligt en een ander deel in de volle zon, betekent ook een temperatuurverschil tussen die twee delen, en dat kan van invloed zijn op condensvorming aan de onderkant van de plaat. Bij het ontwerp van de aansluitingen en de bekabeling wordt daarom niet alleen naar de zoninval gekeken, maar ook naar hoe de damp en ammoniak uit de stal zich onder het dakvlak verspreiden. Hoe die bekabeling naar binnen loopt, leggen we uit bij [hoe de stroom naar binnen komt bij een stal](/dakstroom/stal/stroom-naar-binnen).

Een praktisch voorbeeld: een rundveestal met een zadeldak van veertig meter lang, met aan de zuidkant een mestsilo die 's middags een schaduw van een paar meter breed over het dakvlak legt. Op tekening zie je dan precies welke banen tussen twaalf en drie uur in die schaduwstrook liggen. Die banen worden in een eigen groep gezet, gescheiden van de banen die de hele dag vrij zon hebben. Zo hoeft één schaduwstrook niet het hele dakdeel mee naar beneden te trekken in wat het levert. Wat er gebeurt als een baan om een andere reden uitvalt, bijvoorbeeld door beschadiging, staat los van dit schaduwvraagstuk en is uitgewerkt bij [wat er gebeurt als één baan stuk is bij een stal](/dakstroom/stal/een-baan-stuk).

Wat een schaduwrand niet doet, is het dak minder waterdicht maken of de banen fysiek beschadigen. Schaduw is een zaak van opwekking, niet van de dakconstructie zelf. De felsbaan blijft op dezelfde manier bevestigd en blijft op dezelfde manier water afvoeren, met of zonder schaduw erop. Het enige wat verandert is hoeveel stroom een baan op een gegeven moment van de dag levert.

Of een schaduwstrook de moeite van het uitrekenen waard is, verschilt van dak tot dak. Bij een klein obstakel op een groot vlak is de invloed vaak beperkt tot een paar banen op een paar uur per dag. Bij een lager en breder stalgebouw, met bijvoorbeeld een aangebouwde loods die een groot deel van het dakvlak overschaduwt, kan de indeling van de banen daar juist helemaal op worden afgestemd. Wat dat concreet betekent voor wattpiek, rendement of terugverdientijd, weten we niet in het algemeen en durven we niet te schatten: dat rekenen we uit op tekening, per dakvlak en per obstakel. Stuur ons de kapconstructie met de obstakels erop, dan bekijken we samen waar de schaduw valt en hoe we de banen daarop indelen. Klikzink, Boylestraat 22, 6718 XM Ede.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink