Klikzink
Een stal heeft een ander binnenklimaat dan bijna elk ander gebouw waar wij een dak op leggen. Vocht dat via de nok naar buiten trekt, stof van voer en strooisel dat opstijgt, en op veel bedrijven ammoniak die niet alleen ruikt maar ook metaal en kunststof aanvreet. Wie een felsdak met geïntegreerde zonnecellen op zo'n gebouw overweegt, vraagt terecht niet alleen wat er van buiten op het dak terechtkomt, maar ook wat er van binnenuit tegen de onderkant van de baan aan komt.
Buiten is de vraag simpel te beantwoorden. Op een gewoon paneel dat los boven het dakvlak hangt, ligt onder de rand van elk paneel een strook waar bladresten, mos en stof blijven liggen omdat er geen wind en geen water bij kan. Bij een stal in een landelijke omgeving, met bomen op het erf en vaak een greppel of sloot vlakbij, is die strook binnen een paar jaar goed te zien als een donkere rand die afsteekt tegen de rest van het paneel. Bij solarfels is die rand er niet. De cel ligt in het vlak van de baan, op dezelfde hoogte als het stalen deel ernaast, zonder opstaande kader waarachter iets kan blijven liggen. Regen die over het dak spoelt, spoelt ook over de cel. Er is niets om schoon te maken omdat er niets is waar iets op kan blijven liggen.
Dat betekent niet dat er nooit iets op het dak ligt. Bij een dak vlak naast een voerkuil of een dak onder een rij populieren komt er stof en blad op te liggen, net als op elk ander dak. Het verschil is dat het er ook weer van af komt zonder dat iemand erheen moet. Geen rand, geen kader, geen ruimte onder de cel: wat neervalt, spoelt mee met het water dat toch al over het dakvlak naar de goot loopt. Bij een varkensstal met een flauwe dakhelling van rond de tien graden duurt dat soms wat langer dan bij een steiler dak, maar het proces zelf verandert niet: zwaartekracht en regen doen het werk dat bij een paneel op beugels met de hand gedaan zou moeten worden.
De binnenkant van het dak is een ander verhaal, en daar zit voor een stal het echte punt van aandacht. Ammoniak, ureumdamp en vochtige lucht komen via kieren, ventilatieopeningen en de nok tegen de onderzijde van het dakbeschot en de gordels aan. Bij een gewoon paneel op beugels raakt dat de bevestigingsconstructie, maar niet de elektrische onderdelen van het paneel zelf, die aan de bovenkant zitten. Bij solarfels liggen de cel en de bekabeling in de baan die tegen dat binnenklimaat aan hangt. Daarom is bij de uitvoering voor een stal juist de afdichting aan de onderzijde van de baan en de manier waarop de kabel het dakvlak verlaat een aandachtspunt dat wij per project bekijken, net zoals wij dat doen bij de kabeldoorvoer op een stal. Dat gaat niet over schoonmaken, maar het bepaalt wel hoe lang een dak meegaat zonder dat er iets aan hoeft te gebeuren, en dat is bij een stal een net iets ander verhaal dan bij een loods zonder dieren erin.
Waar het wel weer samenkomt met schoonmaken is de fels zelf, de opstaande rand tussen twee banen. Die fels is er bij elk stalen dak, met of zonder cellen, en die verandert niet door de aanwezigheid van zonnecellen. Bij een ligboxenstal met een deel van het dak boven de mestkelder komt daar soms wat condens tegen aan te hangen die als een dunne waas op het metaal blijft staan. Dat spoelt met regen vanzelf weg, en er is voor de fels zelf niets nodig wat je bij een dak zonder cellen ook niet zou doen. Wie zich afvraagt of de zonnecellen zelf een aparte behandeling nodig hebben, kan die vraag dus loslaten: ze liggen op dezelfde lijn en in dezelfde coating als de rest van de baan en vragen niets extra's.
Waar dit voor een boer of loonwerker in de praktijk op neerkomt, is dat het reinigen van het dak geen terugkerende post op de onderhoudslijst wordt. Bij een pluimveestal waar het erf regelmatig met de veegmachine wordt schoongehouden, hoeft het dak daar niet in mee. Er is geen ladder nodig om achter de panelen te vegen, geen aannemer die twee keer per jaar langskomt om de randen schoon te spuiten. Dat is niet omdat het dak vervuiling weert, maar omdat er nergens een rand of een luchtspleet is waar die vervuiling kan blijven liggen. Wat er ligt, spoelt weer weg.
Wat er dan wel om aandacht vraagt, ligt niet op het dakvlak maar in de techniek erachter: de omvormer, de kabeldoorvoer en de afdichting bij de nok zijn de plekken waar vocht en ammoniak toe kunnen komen, en die worden bij een stal met een net iets andere uitvoering aangelegd dan bij een woonhuis of kantoor. Dat is ook precies waarom wij dat niet standaard invullen, maar op tekening bekijken: een varkensstal met mechanische ventilatie stelt andere eisen dan een rundveestal met open zijwanden, en een dakvlak van driehonderd vierkante meter vraagt om een andere aanpak dan een dakvlak van drieduizend. Wat het kost aan materiaal en wat het aan opwekking oplevert, verschilt evenzeer per dakvlak, en daar geven wij liever een concreet antwoord op tekening dan een getal dat voor het volgende dak toch weer anders uitpakt.
Voor wie nu een stal aan het ontwerpen of herdekken is, is de vraag dus niet zozeer hoe vaak het dak schoon moet, want dat blijkt in de praktijk zelden nodig, maar of de uitvoering aan de onderzijde past bij wat er in die stal aan lucht en vocht rondgaat. Dat is een tekenvraag, geen schoonmaakvraag, en die leggen wij bij Klikzink in Ede het liefst naast de plattegrond van het gebouw dat het betreft.