Klikzink
Een stal is geen woonhuis met een zolder erboven. Het is vaak één groot dakvlak boven een ruimte met dieren, mest, vocht en stof, en boven dat vlak hangt vaak ook nog ammoniak in de lucht. Voor de brandweer die bij een calamiteit het dak op moet, of voor een installateur die aan het dakvlak moet werken, is één vraag altijd het eerst van belang: is dit vlak nu spanningsloos te maken, en waar zit de schakelaar die dat doet.
Bij een dak met geïntegreerde zonnecellen in de felsbaan ligt die vraag net iets anders dan bij een dak met opgelegde panelen. Er is geen los systeem dat je van het dak kunt tillen en dat dan vanzelf geen stroom meer maakt. De cellen zitten in de baan zelf, verspreid over het hele dakvlak, dus de enige manier om het vlak veilig te maken is de stroomketen op een vast punt onderbreken. Dat vaste punt is de veiligheidsschakelaar.
De schakelaar zit niet op het dak en niet bij de dakrand, maar binnen, op het punt waar de bekabeling van het dakvlak het gebouw binnenkomt en richting de omvormer loopt. Bij een stal is dat doorgaans een technische ruimte of een afgeschoten hoek van de werktuigenberging, een plek die droog is en die niet in de dierruimte zelf ligt. Dat is bewust: dezelfde lucht die op een varkensstal of pluimveestal ammoniak en stof bevat, is niet de lucht waarin je een schakelkast wilt hangen. Onderdelen die met de opgewekte stroom te maken hebben, van de bekabeling tot de schakelaar tot de plek waar wij aangeven waar de omvormer komt, worden bij een stal steeds net iets verder van de dierruimte af gepland dan bij een kantoor of een woonhuis, juist om vocht en ammoniak buiten te houden.
Een aannemer die de tekening bij ons aanlevert, krijgt daarom altijd de vraag terug waar de meterkast of technische ruimte gepland is, en of die ruimte gescheiden is van de stal zelf. Bij een bestaande stal die verbouwd wordt, is dat een van de eerste dingen die we samen met de installateur nalopen, want een schakelaar die wel op tekening staat maar in de praktijk in de stalgang hangt, is een schakelaar die na een paar jaar corrosie vertoont op de contacten.
De schakelaar onderbreekt de stroomketen tussen het dakvlak en de rest van de installatie, zodat het vlak spanningsloos is. Dat is nodig in twee situaties. De eerste is onderhoud: iemand die aan de bekabeling of aan de omvormer werkt, moet zeker weten dat er geen spanning meer op zit, ook als de zon nog schijnt en de cellen in de baan nog steeds licht omzetten in stroom. De tweede is brand of een andere calamiteit, waarbij de brandweer het vlak snel spanningsloos moet kunnen maken voordat er geblust of gewerkt wordt. Wij gaan daar op deze pagina niet dieper op in, want hoe het geheel van het dak zich verhoudt tot brand behandelen we op de pagina over brandveiligheid van een stal met dakstroom; hier gaat het specifiek om de schakelaar en zijn plek.
Bij een stal telt dat net iets zwaarder dan bij een woonhuis, simpelweg door de schaal. Een varkensstal of een rundveestal heeft vaak een dakvlak van honderden vierkante meters, in één ononderbroken vlak. Dat betekent dat er ook, afhankelijk van de indeling van het vlak in groepen, meer dan één schakelpunt kan zijn, zodat niet het hele dak in één keer spanningsloos gemaakt moet worden als er maar aan één deel gewerkt wordt. Op tekening kijken we mee hoe het dakvlak het beste in groepen op te delen is, en waar per groep het schakelpunt komt.
In de praktijk zijn er twee gebruikers van de schakelaar. De eerste is de installateur of onderhoudsmonteur, die de schakelaar gebruikt voordat hij aan de bekabeling of de omvormer werkt. De tweede is de brandweer, die bij binnenkomst moet kunnen zien waar de schakelaar hangt en hoe die werkt, zonder dat daarvoor eerst iemand van het bedrijf gebeld moet worden. Daarom wordt de schakelaar altijd duidelijk gemarkeerd en op een vaste, aangewezen plek gemonteerd, meestal bij de hoofdverdeler of in de buurt daarvan, zodat een hulpdienst niet moet zoeken.
De boer of de eigenaar van de stal zelf bedient de schakelaar zelden. Die komt er alleen bij als er onderhoud gepland is en de installateur vraagt om het vlak van tevoren spanningsloos te laten maken, of als er een storing is en de leverancier van de omvormer vraagt om de installatie even uit te schakelen voor een reset. Voor het dagelijks gebruik van de stal heeft de schakelaar geen rol.
Bij een paneleninstallatie op een bestaand dak zit de bekabeling los over of onder de panelen, met stekkerverbindingen tussen de strengen, en vaak ook een schakelaar per string aan de onderkant van een deel van de panelen zelf. Bij regen of onderhoud is dat een kwetsbaar punt: die verbindingen liggen in de buitenlucht, blootgesteld aan weer en aan de lucht die uit de stal omhoog kan trekken langs de dakrand.
Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt dat anders. De bekabeling van de baan zelf loopt binnen het profiel en komt op een vast, beperkt aantal punten het dakvlak uit, zoals ook beschreven staat op de pagina over hoe de stroom naar binnen komt bij een stal. Er zijn geen losse stekkerverbindingen die over het dakvlak verspreid liggen en die je één voor één zou moeten opzoeken om het vlak veilig te maken. Er is één stroomketen per groep, met één schakelpunt aan het begin daarvan, binnen, droog, uit de ammoniaklucht.
Dat is meteen ook waarom de schakelaar bij dit soort daken minder tegen weersinvloeden en vervuiling beschermd hoeft te worden dan bij een paneleninstallatie: hij hangt niet op het dak, maar in het gebouw. Het inspectiepunt dat aandacht vraagt, is dus niet de schakelaar zelf maar de doorvoer van het dakvlak naar binnen, en dat onderwerp behandelen we apart, niet hier.
In de praktijk zien we twee dingen misgaan bij stallen. Het eerste is dat de technische ruimte op tekening wel gescheiden lijkt van de dierruimte, maar in de praktijk toch een open verbinding heeft, bijvoorbeeld via een deurluchtrooster dat voor de doorstroming van de stalventilatie is bedoeld. Dan komt er alsnog vocht en ammoniak bij de schakelkast, ook al staat die formeel in een andere ruimte. Het tweede is dat bij een verbouwing van een bestaande stal de nieuwe schakelaar op de oude plek van de vorige installatie wordt gezet, zonder dat er opnieuw gekeken wordt of die plek nog steeds droog en bereikbaar is nu de indeling van de stal veranderd is.
Beide zijn te voorkomen door de plek van de schakelaar mee te nemen in het overleg over de tekening, samen met de aannemer en de installateur, voordat er gebouwd wordt. Dat overleg kost niets en voorkomt dat een schakelaar die op papier goed staat, in de praktijk in de verkeerde lucht hangt.