Klikzink
Een dakvlak met solar fels leg je in één keer. De banen met cellen en de banen zonder cellen worden samen gewalst en samen gelegd, op maat van dat dakvlak. Dat is meteen de vraag die opdrachtgevers en aannemers als eerste stellen: wat als we later meer stroom willen, of het dak in fases aanpakken?
Het antwoord verschilt van wat mensen gewend zijn van panelen op beugels, en dat verschil is de moeite van het uitleggen waard.
Uitbreiden binnen een dakvlak dat al ligt, is niet aan de orde: de banen liggen vast onder elkaars fels, blind bevestigd met klemmen, en je haalt er niet zomaar een paar los om er andere voor terug te leggen zonder het vlak opnieuw open te maken. Wat wel kan, is uitbreiden op twee andere manieren.
De eerste is een tweede dakvlak. Een schuur met twee hellingen, een uitbouw die later tegen het hoofdgebouw komt, een tweede loods op het terrein: als er een nieuw dakvlak bijkomt, leg je daar een nieuwe set banen op, met cellen waar dat vlak dat aankan qua bezonning en oriëntatie. Dat is in feite een nieuw project, los van het eerste, en het levert een eigen levering en een eigen berekening op tekening op.
De tweede manier is er een die je vooraf moet plannen: een dakvlak leggen met een deel banen zonder cellen, met het idee om die later te vervangen door banen met cellen. Dat kan, mits het vooraf is voorzien in de opbouw, de bekabeling en de indeling van het vlak. Je legt dan bijvoorbeeld de onderste drie rijen met cellen en de rest blanco, en je laat ruimte en aansluitpunten achter voor het moment dat er méér stroom nodig is of het budget dat toelaat. Wat niet kan, is achteraf besluiten dat een willekeurige baan ergens in het midden van een dakvlak vervangen moet worden door een baan met cellen, zonder dat daar in de aanleg al rekening mee is gehouden. De felsverbinding, de klemmen en de bekabeling liggen dan al vast in een volgorde die niet voor los hermontage is bedoeld.
Bij de gangbare oplossing, panelen die met beugels op een bestaand felsdak of pannendak worden gezet, ligt dat anders en op een aantal punten makkelijker. De panelen zijn losse eenheden, elk met een eigen beugel, kabel en connector. Is er ruimte over op het dakvlak, dan schuif je er een rij bij. Is het dak groot genoeg en de omvormer berekend op meer vermogen, dan is uitbreiden een kwestie van extra panelen bestellen, beugels plaatsen en aansluiten op de bestaande of een tweede omvormer. Dat is precies waarom veel opdrachtgevers voor deze route kiezen als de vraag naar stroom nog kan groeien: je begint met een deel van het dak vol, en je vult later bij naar behoefte.
Daar wint de standaardoplossing het eerlijk gezegd van solar fels. Panelen op beugels zijn goedkoper per wattpiek, ze zijn sneller geplaatst omdat het bevestigingswerk op een bestaand dak gebeurt in plaats van dat het dak zelf integraal wordt vervangen, en uitbreiden achteraf is een routineklus voor een installateur in plaats van een nieuw dakproject. Wie nog niet weet hoeveel stroom er over vijf jaar nodig is, of wie een beperkt budget nu heeft en later wil bijplaatsen, heeft daar met paneelbeugels een praktische route.
De reden dat een dakvlak met geïntegreerde cellen niet is gemaakt om gefaseerd te groeien, is dezelfde reden waarom het dakvlak er ook zo uitziet als het erbij ligt: de cellen liggen in het vlak, op de lijn van de andere banen, zonder beugels erboven en zonder schroeven door het dakvlak heen. Die eigenschap en het gemak van later uitbreiden staan een beetje tegenover elkaar. Wat de bevestiging van het dak is, is ook de bevestiging van de opwekking; er is geen tweede laag die je los van het dak kunt uitbreiden, omdat er geen tweede laag is.
Dat betekent dat solar fels de beste keuze is wanneer de omvang van het dakvlak, en dus de hoeveelheid opwekking, vooraf al vast staat. Bij nieuwbouw is dat meestal het geval: het dakvlak van een loods of een woning is bekend voordat de eerste baan wordt gewalst, en dan is uitbreiden achteraf ook geen thema, want het hele vlak wordt in één keer goed neergelegd. Bij vervanging van een bestaand dak geldt hetzelfde: als het dak toch eraf moet en er komt een nieuw dakvlak voor terug, is dat het moment om te bepalen hoeveel van dat vlak met cellen wordt uitgevoerd, in één opdracht.
Een voorbeeld uit de praktijk: een aannemer die een bedrijfshal herdekt, kan op tekening laten uitrekenen welk deel van het zuidgerichte dakvlak met cellen wordt uitgevoerd en welk deel gewone banen blijft, inclusief een marge voor een deel zonder cellen dat later, bij een volgende fase van het gebouw, wordt aangevuld met een tweede dakvlak elders op het terrein. Wat niet praktisch is, is een dakvlak vol gewone banen leggen met de gedachte om er over drie jaar een paar tussenuit te vervangen door banen met cellen: dan is het achteraf openbreken van een dakvlak dat al dicht en waterdicht ligt, en dat is een heel andere ingreep dan een paneel bijschuiven op een rail.
De vraag die daaruit volgt, is niet of uitbreiden mogelijk is, maar wanneer die vraag gesteld moet worden. Bij panelen op beugels kan die vraag na de oplevering nog een tijd open blijven. Bij een dakvlak met geïntegreerde cellen ligt het antwoord vast op het moment dat het dak wordt getekend, en dat is precies het moment waarop we ernaar kijken.
Wie nog niet weet hoeveel stroom er nodig zal zijn en de flexibiliteit wil om dat later bij te sturen, zit met paneelbeugels dichter bij die vrijheid. Wie al weet welk dakvlak er komt, of dat dak toch vervangt en in één keer goed wil neerleggen zonder beugels, klemmen boven het dakvlak en doorboringen, kan dat vlak in zijn geheel laten uitrekenen: hoeveel van het vlak met cellen, hoeveel zonder, en of er in de opbouw ruimte wordt gelaten voor een latere aanvulling. Dat rekenwerk kost niets en gebeurt op tekening, met de wattpiek, het rendement en de kosten van dat specifieke dakvlak, niet met een getal dat voor elk dak zou moeten gelden.