Klikzink

Uitbreiden op een flauwe helling

Een dakvlak met felsbanen en geïntegreerde zonnecellen leg je in één werkgang. De banen komen op de gevraagde plek, de bekabeling loopt mee naar binnen en het dak is klaar. Wie later meer opwekking wil, heeft dan twee mogelijkheden: een tweede dakvlak erbij, of een deel van de banen zonder cellen die nu liggen, laten vervangen door banen met cellen. Op een flauwe helling spelen daarbij een paar dingen die op een steil dak veel minder wegen.

Bij een steile helling loopt water snel weg en spoelt het meeste vuil, stuifmeel en blad met de regen mee naar de goot. Bij een flauwe helling, zeg onder de vijftien graden, blijft water langer op het vlak staan en droogt het langzamer op. Vuil blijft daardoor ook langer liggen. Dat is bij een gewoon dak vooral een kwestie van iets vaker de goot schoonhouden. Bij een dakvlak dat ook stroom opwekt, is het een ander punt: een laag stof of een nat blad op een cel beperkt tijdelijk de opbrengst van precies die baan. Niet van het hele dak, en niet blijvend, maar het is wel iets om in de planning mee te nemen als je een dakvlak met cellen op een flauwe helling overweegt.

Wat dat betekent voor een tweede vlak later

Stel: een loods krijgt nu een dakvlak van tien banen zonder cellen, met de gedachte om over een paar jaar een tweede vlak op een lager, flauwer deel van het dak te bekleden met felsbanen mét cellen. Op zichzelf is dat goed te doen. De klikfels is een gestandaardiseerde bevestiging, dus een nieuw vlak sluit qua profiel gewoon aan op wat er al ligt. Waar je bij een flauwe helling wel naar moet kijken is de afwatering van dat nieuwe vlak: hoe lang blijft daar water staan, en hoe bereikbaar is het vlak om het af en toe schoon te maken. Een vlak dat je nooit op loopt en dat ook nooit wordt schoongemaakt, presteert op een flauwe helling geleidelijk iets minder dan een vlak dat gewoon zijn regenbeurten krijgt.

Dat weegt zwaarder mee dan de hemelrichting op zich. Of een vlak op het zuiden, noorden of tussenin ligt, bepaalt vooral hoeveel zon erop valt; dat behandelen we los, onder meer bij uitbreiden op het noorden. Bij een flauwe helling gaat het net zo goed om wat er op het vlak blijft liggen, ongeacht de richting waarin het kijkt.

Wat dat betekent voor het vervangen van banen zonder cellen

De tweede route is dat een deel van het bestaande dakvlak nu al banen zonder cellen krijgt, met het idee om die later te vervangen door banen met cellen wanneer er budget is of wanneer de rest van het dak ook aan de beurt is. Dat werkt technisch het soepelst wanneer de vervangen banen op hetzelfde vlak liggen en dezelfde helling en oriëntatie hebben als de banen die er al met cellen in liggen. Op een flauwe helling is er dan geen verschil tussen het oude en het nieuwe deel wat betreft water en vuil: het hele vlak gedraagt zich hetzelfde, en dat is precies de reden waarom deze combinatie meestal netjes oplevert wat je ervan verwacht.

Lastiger wordt het wanneer de uitbreiding een ander vlak betreft met een andere, nog flauwere helling dan het eerste deel. Dan ga je in feite twee dakvlakken met verschillend gedrag combineren tot één opwekkend geheel. Dat kan, maar het is dan zaak om vooraf te weten hoe vlak dat tweede deel precies ligt en hoe het water daar wegloopt, voordat je toezegt dat de uitbreiding zich hetzelfde gedraagt als het eerste vlak.

Wanneer de helling het antwoord omdraait

Er is een praktische ondergrens. Onder een bepaalde hellingshoek loopt regenwater niet meer vanzelf goed weg over een felsbaan, en dan gaat het niet meer om iets vaker schoonmaken maar om een dak dat structureel water blijft vasthouden. Bij zo'n vlak is een felsbaan met cellen, of zonder cellen, meestal al geen aangewezen dakbedekking meer; dat is een vraag voor de dakconstructeur, los van de opwekking. Wat voor deze site wel relevant is: als een vlak zo flauw is dat het aan de rand van wat een felsdak nog aankan, dan is dat een reden om de uitbreiding juist op een ander, steiler vlak van hetzelfde gebouw te plannen, of op een bijgebouw met een normaal hellend dak, in plaats van door te bouwen op het vlakke deel.

Omgekeerd geldt: bij een dak dat er in delen ligt, met bijvoorbeeld een schilddak waarvan één zijde flauw is en de andere steiler, is het vaak verstandiger om te beginnen op het steilere deel en het flauwe deel te bestemmen voor de latere uitbreiding, of juist voor de banen zonder cellen. Zo staat het meest gevoelige deel van het dakvlak, in aanraking met water en vuil, het minst lang aan bod voordat je weet hoe het zich in de praktijk gedraagt.

Wat je in de praktijk doet

Op een projectmatige loods met een flauw hellend dak, zeg tien tot twaalf graden, is de meest gekozen aanpak dat het eerste vlak in één keer volledig met cellen wordt gelegd, precies zo groot als op dat moment nodig is, en dat een eventuele uitbreiding op een tweede, apart bereikbaar vlak komt in plaats van op hetzelfde vlak. Dat maakt onderhoud aan het eerste vlak los van de bouwplanning voor het tweede, en het voorkomt dat je een deel van een al liggend vlak weer open moet maken.

Bij nieuwbouw is er meer ruimte om dit vooraf te regelen: de architect kan de hellingshoek van het dakvlak mede laten meewegen in het ontwerp, juist omdat bekend is dat er zonnecellen in komen. Een paar graden extra helling maakt voor de bewoonbaarheid van de kap doorgaans weinig verschil, maar wel voor hoe het dakvlak zich later gedraagt.

Hoe de bevestiging daarbij helpt

Omdat de klemmen onder de fels zitten en er geen schroef of beugel door het dakvlak gaat, is elke uitbreiding op een bestaand vlak in principe een kwestie van banen erbij klikken, zoals wij uitleggen bij [uitbreiden op een zadeldak](/dakstroom/uitbreiden/zadeldak). Er komt geen nieuwe doorboring bij, en de bevestiging van het dak blijft ook op een flauwe helling de bevestiging van de opwekking. Dat scheelt een risico dat wel meespeelt bij een systeem waarbij panelen los op het dak zijn bevestigd, zoals we bespreken bij [uitbreiden tegenover panelen op beugels](/dakstroom/uitbreiden/tegenover-panelen-op-beugels): bij een flauwe helling verzamelt zich onder een los gemonteerd paneel makkelijker vuil en vocht dan bij een vlak dat zelf de dakbedekking is.

Wat het uiteindelijk kost, aan materiaal en aan werk, hangt af van de precieze helling, de vorm van het dak en de gekozen uitvoering. Dat rekenen we uit op tekening, niet in algemene cijfers op deze pagina. Wie een flauw hellend dak overweegt voor een dakvlak met cellen, met of zonder latere uitbreiding, kan de tekening met de exacte hellingshoek naar Klikzink in Ede sturen; meedenken over wat wel en niet verstandig is op die specifieke helling kost niets.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink