Klikzink

Later uitbreiden op een lessenaarsdak

Een lessenaarsdak heeft één helling en geen nok. Dat is voor de vraag of je later kunt uitbreiden een prettig gegeven, want alle complicaties die bij een zadeldak of een schilddak ontstaan door de ontmoeting van vlakken, doen zich hier niet voor. Er is geen nok waar twee dakvlakken samenkomen, geen graat en geen hoekkeper. Er is één rechthoekig vlak, met banen die van de goot naar de bovenkant lopen, allemaal in dezelfde richting en allemaal even lang op een paar uitzonderingen na bij dakramen of doorvoeren.

Die eenvoud werkt door in de indeling die je vooraf maakt. Op een dak met één vlak beslis je bij de eerste levering welke banen zonnecellen krijgen en welke banen blind blijven, en die keuze is bij een lessenaarsdak makkelijker te maken dan bij een dak met meerdere hellingen, omdat er maar één keuze is in plaats van twee of drie. Je hoeft niet af te wegen hoeveel van het zuiddakvlak je nu vol legt en hoeveel je bewaart voor het oostvlak later; er is één vlak en één beslissing over hoeveel banen daarvan nu al opwekken.

Wat er blijft liggen als je niet alles in één keer legt

De gangbare aanpak bij een lessenaarsdak is dezelfde als bij andere vlakken: je legt het hele dak in één werkgang, en een deel van de banen krijgt zonnecellen, een deel niet. Welk deel dat is, bepaal je op basis van wat er nu nodig is en wat er later bij kan. Bij een bedrijfshal met een lessenaarsdak van, zeg, achttien meter breed kan dat betekenen dat de eerste twaalf meter cellen krijgt en de resterende zes meter blinde banen, in exact hetzelfde profiel en exact dezelfde kleur. Die blinde banen liggen er dan als heel gewoon stalen dakvlak, wachtend tot iemand besluit dat er meer stroom nodig is.

Als die dag komt, worden de blinde banen een voor een vervangen door banen met cellen. Omdat de fels haaks staat en de banen blind bevestigd zijn met klemmen onder de fels, is dat een kwestie van de betreffende baan losmaken, de nieuwe baan met cellen erin klikken en de bekabeling doortrekken naar de omvormer. Er wordt niets opengezaagd en er komt geen tweede laag boven het bestaande dak. Het vlak blijft één vlak, voor en na de uitbreiding.

Waarom de lengte van de baan hier meespeelt

Bij een lessenaarsdak lopen de banen vaak in één ononderbroken lengte van goot tot bovenkant, zonder onderbreking door een nok. Dat is anders dan bij een zadeldak, waar elke baan stopt bij de nok en er aan beide kanten een aparte baan begint, zoals wij uitleggen bij [later uitbreiden op een zadeldak](/dakstroom/uitbreiden/zadeldak). Een lange, ongebroken baan is voor de uitbreiding zelf gunstig: er is maar één stuk kabel per baan nodig, van onder tot boven, en geen aansluiting halverwege bij een nokstuk. Bij een hal met een lessenaarsdak van veertien meter diep is dat een paar banen van veertien meter, in plaats van twee keer zeven meter met een naad bij de nok. Minder naden betekent minder aansluitpunten en dus minder plekken waar iets kan gaan zitten bij een latere uitbreiding.

De andere kant daarvan is dat een lange baan bij vervanging ook in zijn geheel vervangen wordt. Je kunt een baan van veertien meter niet voor de helft laten liggen en voor de helft vernieuwen; hij gaat er in één stuk uit en er komt één nieuwe baan met cellen voor terug. Bij de planning van een tweede fase is dat vooral een kwestie van het aantal banen tellen dat je wilt toevoegen en dat vermenigvuldigen met de baanlengte, niet met de oppervlakte van een deelvlak zoals bij een schilddak met verschillende vlakvormen.

Wanneer één vlak toch niet genoeg is

De ligging draait de vraag om zodra het dakvlak zelf te klein is voor wat er nodig is. Een lessenaarsdak heeft, anders dan een zadeldak of een schilddak, maar één vlak om op te bouwen. Waar bij een zadeldak een tekort op het zuidvlak nog opgevangen kan worden door het noordvlak erbij te betrekken, zoals te lezen is bij [uitbreiden op een zadeldak](/dakstroom/uitbreiden/zadeldak), is er bij een lessenaarsdak geen tweede hellend vlak om naar uit te wijken. Wat er ligt is wat er kan liggen. Is de vraag naar stroom groter dan dat ene vlak aan blinde banen kan opvangen, dan houdt het bij het dakvlak op en moet de rest ergens anders komen, op een aanbouw met een eigen dakje, of op een bijgebouw.

Dat is ook meteen de reden waarom de indeling bij de eerste levering ertoe doet. Bij een lessenaarsdak zonder nok en zonder knik is er geen tweede kans in een ander vlak; alles wat je aan ruimte voor later wilt bewaren, moet je bewaren op hetzelfde vlak, in de vorm van blinde banen die er nu al liggen. Wordt het hele dakvlak in de eerste fase al volgelegd met cellen, dan is er geen ruimte meer over, en betekent uitbreiden niet meer het vervangen van bestaande banen maar het zoeken naar een heel ander dakvlak of een andere plek.

De helling zelf, die bij een lessenaarsdak meestal flauwer is dan bij een zadeldak, verandert weinig aan de uitbreiding zelf: de klemmen onder de fels werken bij elke gangbare hellingshoek voor dit systeem hetzelfde. Bij een erg flauwe helling gaan andere overwegingen spelen over waterafvoer en vervuiling die meer met de helling te maken hebben dan met uitbreiden, en die horen eerder bij de vraag hoe flauw een dak mag zijn dan bij de vraag of je later meer banen kunt toevoegen.

Wat dit betekent voor de eerste tekening

Omdat een lessenaarsdak in de praktijk vaak bij een schuur, een aanbouw of een bedrijfshal met een eenvoudige plattenverdeling voorkomt, is de vraag naar later uitbreiden hier vaak heel concreet: hoeveel vierkante meter dak is er, hoeveel daarvan is nodig voor de opwekking die nu gevraagd wordt, en hoeveel blijft er als blinde baan liggen voor later. Dat is een rekensom die per gebouw verschilt en die wij op tekening maken, niet iets waarvoor een algemene richtlijn volstaat. Een bedrijfshal die nu een klein deel van het dak nodig heeft en de rest bewaart voor een volgende fase, kost in de eerste levering niet meer dan het aantal banen dat je daadwerkelijk met cellen wilt uitvoeren; de blinde banen zijn gewoon het reguliere felsdak en brengen geen extra kosten met zich mee totdat ze vervangen worden.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink