Klikzink

Vogels onder zonnepanelen op een flauwe helling

Een flauwe helling, zeg tussen de tien en twintig graden, gedraagt zich anders dan een steil zadeldak. Water loopt langzamer af, vuil spoelt minder goed weg en blad of mos dat op het vlak valt, blijft er langer liggen dan op een dak met een scherpe hoek. Dat is bij een gewoon stalen dak al zo, en het blijft zo bij een dak waarin de zonnecellen in het vlak zelf zitten. De vraag of vogels eronder kunnen, krijgt op een flauwe helling dus een iets ander antwoord dan op een steil dak, ook al is het onderliggende principe hetzelfde.

Bij panelen die op beugels boven een dak liggen, ontstaat een spouw van een paar centimeter tot soms wel tien centimeter, afhankelijk van het montagesysteem. Die ruimte is precies groot genoeg voor een duif of een kauw om in te schuiven, en warm genoeg door de restwarmte van de panelen om er een nest te beginnen. Dat gebeurt niet incidenteel. Het is een van de meest gemelde klachten bij bestaande installaties op platte en licht hellende daken: vogeluitwerpselen op het dakvlak, verstopte hemelwaterafvoeren door nestmateriaal, en een dak dat om de zoveel jaar leeggehaald moet worden voordat het weer schoon is.

Waar het bij een felsbaan met geïntegreerde cellen anders ligt

Bij de felsbaan met zonnecellen zit het paneel in het vlak van de baan, niet erboven. De cel ligt op dezelfde hoogte als het stalen dakvlak ernaast, zonder beugel, zonder rail en zonder de luchtspouw die daarbij ontstaat. Er is dus geen tussenruimte waar een vogel in kan wegkruipen. Dat verandert niet met de hellingshoek: een felsbaan van tien graden heeft dezelfde platte, gesloten opbouw als een felsbaan van vijfenveertig graden. De afwezigheid van een nestplek is een gevolg van de manier waarop het paneel in het dak verwerkt is, niet van de hoek waaronder het dak ligt.

Wat de hellingshoek wel beïnvloedt, is wat er op het vlak gebeurt, los van vogels die er onder zouden kunnen zitten. Bij een steil dak van vijfenveertig graden spoelt regenwater het vlak in een paar tellen schoon; bij een helling van twaalf graden trekt hetzelfde regenbuitje veel langzamer weg, en blijft er water op het lage punt van elke baan staan tot het langzaam wegverdampt of via de volgende regenbui alsnog afvoert. Diezelfde traagheid geldt voor vuil: bladresten, dennennaalden, stof uit de lucht. Op een steil dak waait en spoelt dat er grotendeels vanaf. Op een flauwe helling blijft het liggen, en dat is precies het soort ondergrond waarop mos aanslaat en waar vogels op af komen om te foerageren, ook al kunnen ze er niet onder nestelen.

Foerageren op het vlak, nestelen ernaast

Dat is het onderscheid dat bij een flauwe helling relevant wordt: vogels kunnen niet onder het dakvlak, maar ze kunnen wel op het dakvlak zitten en er iets van hun gading vinden. Een merel die zaadjes zoekt tussen aangewaaid blad op een licht hellend dak, gedraagt zich anders dan een duivenpaar dat een beschutte nestplek zoekt onder een paneel op beugels. Het eerste is een kwestie van schoonmaken; het tweede is een kwestie van nestmateriaal, uitwerpselen en op termijn een verstopte afvoer. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen op een flauwe helling speelt alleen het eerste. Er is geen broedplek, maar er kan wel meer aanslag ontstaan dan op een steiler dak, simpelweg omdat er meer tijd is voordat regen en wind het vlak weer schoonmaken.

In de praktijk betekent dit dat een dakvlak op een flauwe helling iets vaker een visuele controle verdient dan een steil dak, vooral onder bomen of in de luwte van een ander gebouw waar bladval zich verzamelt. Dat is geen reparatie en geen ingreep in het systeem; het is dezelfde soort controle die je bij een gewoon stalen dak op diezelfde helling ook zou doen. De cellen liggen mat en donker in het vlak, op één lijn met de banen ernaast, en een beetje bladresten of stof is met de eerstvolgende regenbui meestal weer verdwenen. Bij aanhoudende droogte of bij een dak dat structureel in de schaduw ligt, kan een keer per jaar afspoelen met de tuinslang zin hebben, niet vanwege vogels, maar vanwege de gecombineerde invloed van weinig zon en weinig afspoeling op een vlakke ondergrond.

Wanneer de ligging het antwoord wel omdraait

Er is een situatie waarin een flauwe helling het risico op vogels wél weer dichterbij brengt, en dat is wanneer het felsdak met geïntegreerde cellen grenst aan een ander bouwdeel met een spouw of overstek. Een dakkapel, een aangebouwde erker of een aansluiting op een lager dakvlak kan, ongeacht de helling van het hoofdvlak, alsnog een beschutte hoek opleveren waar een vogel zich kan nestelen. Dat probleem zit dan niet in het felsdak zelf, maar in de aansluitdetails ernaast. Bij het maken van een tekening wordt dat soort aansluitpunten meegenomen, juist omdat een flauw hellend vlak vaker grenst aan een plat dakdeel of een dakrand met overstek dan een steil zadeldak dat doorgaans vrij van de gevel afloopt.

Ook de dakrand zelf is op een flauwe helling een aandachtspunt, los van de zonnecellen. Bij een steil dak duwt de eigen helling regenwater snel naar de goot; bij een flauwe helling ligt het water langer tegen de onderste rij banen aan, en juist daar, aan de rand waar het dakvlak overgaat in de goot of de gevel, ontstaat soms een overgangsdetail met een klein kiertje of een aansluitprofiel. Dat detail heeft niets te maken met de cellen in het vlak, maar met de manier waarop de laatste baan is afgewerkt. Op een tekening wordt dat per project bekeken, en bij een nieuw dak of een dak dat toch vervangen wordt, is dat het moment om het meteen goed te laten aansluiten.

Onderhoud, waterdichtheid en de vraag die overblijft

Voor de waterdichtheid van het dakvlak zelf maakt de helling weinig verschil: de felsverbinding met de haaks opstaande rand van 35 millimeter is ontworpen om water af te voeren via de banen, niet via kieren die door regen of wind lek kunnen raken. Dat de cellen in het vlak zitten in plaats van erboven, verandert daar niets aan; de bevestiging onder de fels is dezelfde bevestiging die het dak dichthoudt. Wat verandert is alleen de snelheid waarmee het vlak zichzelf schoonspoelt, en dat is een onderhoudspunt, geen lekkageprobleem.

De vraag of vogels eronder kunnen op een flauwe helling, valt dus in twee delen uit. Onder het vlak: nee, er is geen ruimte waarin een vogel kan wegschuilen, op geen enkele hellingshoek. Op het vlak: een lage helling geeft vuil en vogels iets meer tijd om te blijven zitten voordat het wegspoelt, en dat vraagt af en toe een blik op het dak, vooral bij bladval in de buurt. Wie twijfelt of een specifiek dakvlak, met zijn eigen helling en zijn eigen aansluitingen op naburige bouwdelen, in die tweede categorie valt, kan dat op tekening laten uitzoeken. Dat meedenken kost niets en voorkomt dat een detail dat op papier klein lijkt, op het dak alsnog een verzamelplek voor vuil of vogels wordt.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink