Klikzink
Een dakvlak van een woonhuis bestaat bij solarfels niet automatisch uit alleen banen met cellen erin. Er liggen ook banen zonder cellen, en die zien er precies zo uit als de rest: dezelfde matte donkere coating, dezelfde werkende breedte, dezelfde fels van 35 mm haaks op de baan ernaast. Van de grond af, of vanaf de stoep, is niet te zien welke baan opwekt en welke niet. Dat is het punt: het dakvlak blijft één geheel, ook als niet elke centimeter ervan stroom levert.
Waar die baan zonder cellen dan wel ligt, heeft meestal een simpele reden. Bij een doorvoer voor een ventilatiekanaal of een schoorsteen zit geen cel, want daar valt altijd schaduw en een cel in de schaduw wekt niets op maar kost wel geld. Bij de rand van een dakkapel, bij een hoek waar een boom in de buurt schaduw werpt op een deel van de ochtend, of simpelweg bij het stuk dakvlak waar het budget van de opdrachtgever stopt: daar komt een baan zonder cellen te liggen. Functioneel is het dezelfde felsbaan met dezelfde bevestiging, blind onder de fels geklemd, zonder schroef of beugel door het staal. Het enige verschil is dat er geen zonnecel in het profiel is verwerkt.
Bij een paneel dat los op een dak wordt gelegd, werkt die keuze anders. Daar leg je panelen neer tot het dak vol ligt of tot het budget op is, en het restant van het dakvlak blijft dakbedekking zoals die al lag: pannen, of bij een plat dak een dakbaan. Er ontstaat een zichtbaar onderscheid tussen het deel met panelen en het deel zonder. Bij solarfels verdwijnt dat onderscheid, omdat de baan zonder cellen precies dezelfde baan is als de baan met cellen. Je kiest niet tussen dak met panelen en dak zonder panelen, je kiest tussen felsbanen die opwekken en felsbanen die dat niet doen, en die keuze is op het dak zelf niet te zien.
Neem een doorsnee zadeldak van een woonhuis, twee dakvlakken op het zuiden en noorden, elk een paar tientallen vierkante meters. Op zo'n dak is het zelden zo dat elke felsbaan er stroom uit hoeft te halen. Een schoorsteen, een dakraam, een stuk dat 's middags in de schaduw van de buurwoning ligt: dat zijn allemaal plekken waar een baan zonder cellen net zo goed werkt als een baan met cellen, en waar een cel er alleen kosten aan toevoegt zonder opbrengst. De vraag is dan niet of er cellen in het hele dakvlak moeten, maar welk deel ervan zinvol opwekt en welk deel gewoon dak moet zijn.
Daarbij speelt ook het verbruik van het huishouden zelf een rol, los van de vraag hoeveel zon er op het dak valt. Een gezin dat vooral 's ochtends vroeg en 's avonds laat stroom gebruikt, wanneer de wasmachine draait of het avondeten wordt gekookt, verbruikt precies op de momenten dat de zon laag staat of al onder is. De piek van de opwekking ligt midden op de dag, wanneer de zon het hoogst staat en het huis vaak leeg is omdat iedereen op werk of school zit. Dat verschil tussen wanneer er stroom wordt opgewekt en wanneer die wordt gebruikt, bepaalt of het loont om het hele dakvlak te vullen met cellen of niet. Bij een klein verbruik overdag heeft een extra rij banen met cellen weinig zin als die stroom toch niet direct wordt gebruikt en er geen batterij is om hem op te slaan. Dan is een dakvlak waar een deel van de banen wel en een deel niet opwekt, precies aangepast aan wat het huishouden nodig heeft in plaats van aan wat er maximaal op het dak past.
Het omgekeerde komt ook voor. Een huishouden met een warmtepomp die overdag draait, of met een elektrische auto die op een vaste tijd overdag oplaadt, gebruikt juist wel veel stroom op het moment dat de zon schijnt. Daar ligt de afweging anders en kan het zin hebben om een groter deel van het dakvlak met cellen te beleggen. Het aantal banen met cellen tegenover het aantal zonder cellen is dus geen vaste verdeling die overal hetzelfde is, maar een uitkomst van de tekening van het dak en het verbruikspatroon van het huis dat erop staat.
De stroom die uit de banen met cellen komt, gaat via dezelfde bekabeling naar binnen als bij elke andere opwekinstallatie en komt bij de meter en de omvormer terecht. Wat daarmee gebeurt op het moment dat hij wordt opgewekt, hangt af van wat het huis op dat moment nodig heeft. Wordt er op dat moment stroom verbruikt, dan gaat de opgewekte stroom rechtstreeks naar het apparaat dat aanstaat. Is er een overschot, dan gaat dat naar het net of, als er een batterij aanwezig is, naar die batterij. Een baan zonder cellen levert niets, maar kost ook niets aan bekabeling of aansluiting: die baan ligt er puur als felsbaan, zoals elke andere metalen dakbedekking.
Het verschil met een paneel dat los op een dak ligt, is vooral dat je bij solarfels per baan een keuze maakt binnen het dakvlak zelf, in plaats van een keuze te maken over hoeveel panelen je op een dak legt dat er al ligt. Bij een paneel op een bestaand dak beslis je over een toevoeging aan een dak dat sowieso al waterdicht is. Bij solarfels beslis je mee over de samenstelling van het dak zelf: welke banen opwekken en welke niet, terwijl het waterdicht maken van het dak een gegeven is dat niet verandert door die keuze.
Of een baan zonder cellen op een bepaalde plek de juiste keuze is, hangt af van de tekening van dat specifieke dak: de ligging van doorvoeren, de oriëntatie van het dakvlak, de schaduw van bomen of buurpanden op verschillende momenten van de dag, en het verbruikspatroon van het huishouden. Dat is geen rekensom die in het algemeen te maken is, en een getal dat hier zou staan over hoeveel banen met cellen optimaal zijn voor een gemiddeld woonhuis zou voor het ene dak kloppen en voor het andere dak onzin zijn. Daarom rekenen wij dat uit op tekening, per dakvlak, met de gegevens van dat specifieke huis.
Het is ook goed om te beseffen dat solarfels als geheel duurder is per wattpiek dan een paneel dat op een bestaand dak wordt gelegd. Dat verschil verandert niet omdat een deel van het dakvlak uit banen zonder cellen bestaat. De reden om voor solarfels te kiezen ligt niet in de prijs per opgewekte kilowattuur, maar in het feit dat je bij een dak dat toch vervangen wordt, of bij nieuwbouw, één keer betaalt voor dak en opwekking samen. De banen zonder cellen zijn in die afweging het deel van het dakvlak waar die combinatie niet nodig is, en waar gewoon een felsbaan ligt die zijn werk doet zonder stroom te leveren.