Klikzink
Een dak gaat op een gegeven moment aan de beurt, om wat voor reden dan ook: het is aan het einde van zijn levensduur, er zit lekkage in, de eigenaar verbouwt of isoleert en het dakvlak moet er toch af. Op dat moment ligt er een keuze die er normaal niet is. Je kunt een nieuw dak leggen en daar later, of meteen daarna, panelen op laten zetten. Of je kiest voor een felsbaan waarin de opwekking al verwerkt is, zodat je in één handeling een nieuw dak hebt en een dak dat stroom levert.
Dat tweede scenario is de reden dat dit product bestaat. Losse panelen op beugels zijn een tweede laag boven een dak dat er al ligt. Als het dak toch vervangen wordt, betaal je niet voor twee bewerkingen na elkaar, het leggen van de nieuwe felsbaan en het monteren van een paneelconstructie erop, maar voor één bewerking die beide doet. Op een dak dat al goed is en nog jaren meegaat, is dat verhaal andersom: dan zet je gewoon panelen op de bestaande felsbaan, want die verwijderen om er een nieuwe met cellen in te leggen is duurder dan wat je ermee wint. Bij dakvervanging valt die extra stap weg.
Neem een gewoon woonhuis met een dakvlak van pak weg vijftig tot tachtig vierkante meter, hellend, zuid of zuidwest gericht, waar het dak vanwege ouderdom of een verbouwing toch vervangen wordt. Bij zo'n woning ligt het stroomverbruik doorgaans niet op het moment dat de zon het hardst schijnt. Er wordt vooral 's ochtends vroeg en 's avonds stroom gebruikt: koffie zetten, douchen, koken, wassen, de was drogen na het avondeten, de televisie en de verlichting als het donker wordt. Midden op de dag, wanneer de opwekking het hoogst is, is er in een gezinswoning met werkende bewoners en kinderen op school vaak niemand thuis.
Dat verschil tussen wanneer er stroom wordt opgewekt en wanneer die wordt gebruikt, bepaalt wat er met die stroom gebeurt. Wat niet direct in huis wordt verbruikt, gaat het net op, tegen de voorwaarden van de energieleverancier op dat moment, of het wordt lokaal opgeslagen in een batterij als die er is. Dat is geen kwestie die met de felsbaan zelf te maken heeft, het geldt voor opwekking op een dak in het algemeen, maar het is wel iets om vooraf te bespreken: heeft het zin om een deel van het dakvlak te reserveren voor extra oppervlak, of is het slimmer om te kijken naar een batterij of naar het verschuiven van verbruik, zoals de wasmachine overdag laten draaien in plaats van 's avonds. Dat gesprek voer je met de installateur die de aansluiting en de opslag regelt; wij rekenen het dakvlak door op tekening, niet het energieverbruik van het huishouden.
Een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen kost per wattpiek meer dan een los paneel op beugels op een bestaand dak. Dat is een rekenkundig gegeven en we verzwijgen het niet. Als het dak van een woonhuis nog tien of vijftien jaar meegaat en er verder niets aan de hand is, is de nuchtere keuze bijna altijd: laat het dak liggen, zet er panelen op. Geen reden om een prima dak eraf te halen voor een geïntegreerde oplossing.
De situatie verandert op het moment dat de opdrachtgever, aannemer of architect al met een dakvervanging bezig is of die aan het plannen is. Dan verdwijnt het bezwaar van de extra bewerking, en dan wordt de vergelijking anders: niet felsbaan met cellen tegenover bestaand dak plus paneel, maar nieuwe felsbaan met cellen tegenover nieuwe felsbaan zonder cellen plus paneel erop. In die vergelijking valt het verschil kleiner uit, en telt ook mee dat er geen doorboringen in het nieuwe dak komen voor beugels, en dat het aanzicht rustig blijft omdat de cellen in het vlak liggen in plaats van erboven te staan. Bij nieuwbouw geldt dezelfde redenering: er is nog geen dak, dus de keuze tussen twee bewerkingen of één ligt er al bij de eerste tekening.
Een aannemer die een dak van een woonhuis strippen moet, komt vaak op meerdere punten voor keuzes: welke isolatie, welke dakbedekking, en of er iets met opwekking gebeurt. Als die laatste vraag pas gesteld wordt nadat het nieuwe dak al ligt, is het te laat om nog voor de geïntegreerde variant te kiezen zonder het dak opnieuw open te maken. Het is dus een vraag die vroeg in het traject moet landen, bij de architect of de aannemer die de vervanging voorbereidt, niet pas bij de afwerking.
In de praktijk betekent dat: als een eigenaar van een woonhuis met een aannemer in gesprek is over een nieuw dak vanwege lekkage, ouderdom van de bitumen of pannen, of een verbouwing waarbij het dakvlak toch open moet, is dat het moment om de vraag te stellen of de felsbaan met cellen een optie is voor dat dakvlak. Wij tekenen dan mee: hoeveel vierkante meter bruikbaar dakvlak er is, welke richting het op ligt, of er dakkapellen, schoorstenen of dakramen zijn die het vlak onderbreken, en wat er met de rand en de doorvoeren gebeurt. Daar komt geen kant en klaar antwoord uit uit een tabel, want elk dak en elke uitvoering is anders. Wat er wel uitkomt is een tekening waarop precies te zien is hoeveel banen met cellen er passen en hoeveel zonder, en dat is waar de opdrachtgever een besluit op kan nemen.
Als het dak van een woonhuis nog niet aan vervanging toe is, is er geen haast en is een los paneel op de bestaande felsbaan meestal de voor de hand liggende weg. Als het dak wel al op de planning staat, of als er nieuwbouw gepland is, loont het om de geïntegreerde felsbaan mee te nemen in het gesprek voordat het dak dichtgaat. Een tekening van het dakvlak, met de richting en de obstakels erop, is voldoende om te laten zien wat er mogelijk is en wat het per uitvoering betekent. Dat meedenken op tekening kost niets, en het is de enige manier om van een algemeen verhaal naar een antwoord voor dit specifieke dak te komen.