Klikzink
De zonnecellen liggen in het dakvlak, maar de omvormer die de gelijkstroom uit die cellen omzet naar de wisselstroom van het huis hangt er niet bij op het dak. Bij een woonhuis zit hij bijna altijd binnen, op zolder, in de meterkast of in een berging die dicht bij de meterkast ligt. Dat is geen keuze die met solarfels verandert: ook bij panelen op beugels hangt de omvormer op zo'n plek. Het verschil zit in hoe de kabel van het dak naar die omvormer komt, en dat hangt samen met hoe de bekabeling het dakvlak verlaat, zoals wij uitleggen bij [hoe de stroom naar binnen komt](/dakstroom/woonhuis/stroom-naar-binnen).
Een omvormer geeft warmte af, meestal niet veel, maar genoeg om er bij de plaatsing rekening mee te houden. Een kleine, goed geventileerde ruimte is beter dan een afgesloten kast zonder luchtstroom. Bij een zolder die als slaapkamer in gebruik is, kan dat een reden zijn om de omvormer liever in de meterkast beneden te hangen, of in een technische ruimte die niet bewoond wordt. Bij solarfels is deze afweging hetzelfde als bij paneelsystemen. Het dak zelf verandert niets aan de warmteafgifte van de omvormer, alleen aan de weg die de kabel aflegt om er te komen.
En dat is waar het bij een gemiddeld woonhuis wel om gaat. Bij een compact dakvlak, zoals bij een rijtjeshuis met een meterkast direct onder de nok, is de afstand tussen dak en omvormer kort en simpel: één doorvoer, een kabel van een paar meter, klaar. Bij een groter dakvlak, zoals bij een vrijstaand huis met een uitgebouwde garage of een aangebouwde serre, kan de meterkast aan de andere kant van het huis liggen dan het dakvlak waar de banen met cellen zitten. Dan wordt de kabelroute langer, en een langere gelijkstroomkabel betekent meer weerstand en dus meer verlies voordat de stroom bij de omvormer is. Bij een groot dak is het daarom de moeite waard om bij het ontwerp al te kijken of de meterkast dichterbij verplaatst kan worden, of of het dakvlak met de meeste opwekking het dichtst bij de bestaande meterkast ligt. Dat reken je uit op tekening, niet achteraf.
Bij een woonhuis ligt het verbruik meestal niet op het moment waarop de zon het hardst schijnt. Er wordt 's ochtends vroeg gedoucht, koffie gezet en het huis warm gestookt, en 's avonds wordt er gekookt, gewassen en verlicht, terwijl de was en de vaatwasser vaak ook in die uren draaien. Midden op de dag, als het dakvlak het meeste licht vangt, is er in een gewoon woonhuis met overdag werkende bewoners vaak weinig verbruik. Die stroom gaat dan het net op, tenzij er een batterij bij staat of een slimme sturing die apparaten juist op dat moment laat draaien. De omvormer verandert niets aan dat verschil tussen opwekmoment en verbruiksmoment; hij zet alleen om wat er op dat moment binnenkomt. Wat er met die stroom gebeurt op het net, is een ander verhaal, dat wij behandelen bij [wat het net doet met de opgewekte stroom](/dakstroom/woonhuis/het-net).
Bij solarfels is er wel een praktisch verschil met een paneelsysteem, en dat zit in het aantal omvormers en hoe de banen erop aangesloten worden. Bij een paneelveld op beugels worden de panelen vaak in strings geschakeld, een reeks panelen achter elkaar naar één omvormer of één ingang daarvan. Bij solarfels liggen de cellen verdeeld over losse banen die over het hele dakvlak verspreid kunnen liggen, ook op plekken waar een enkele baan misschien deels in de schaduw van een schoorsteen of dakkapel valt. Om te voorkomen dat één beschaduwde baan de opbrengst van een hele string omlaag trekt, wordt er bij dit soort systemen vaker gewerkt met optimizers per baan of per klein groepje banen, die de omvormer voeden met een signaal dat al gecorrigeerd is voor de zwakste schakel. Dat is dezelfde technische afweging die ook bij schaduw op het dak een rol speelt, zoals beschreven bij [wat schaduw doet op een dakvlak met zonnecellen](/dakstroom/woonhuis/schaduw). Voor de omvormer zelf betekent dit dat de ingang die de banen ontvangt, iets anders is ingericht dan bij een simpel paneelveld, maar de omvormer die er uiteindelijk staat, is een omvormer zoals er al jaren zijn: een kastje dat gelijkstroom omzet in stroom die op het net past.
De grootte van de omvormer, het aantal ingangen en de precieze plek in huis hangen af van hoeveel dakvlak met cellen belegd wordt en hoe dat dakvlak verdeeld is over de verschillende kanten van het huis. Een dakvlak op het zuiden en een kleiner vlak op het oosten leveren op andere momenten van de dag stroom, en dat kan vragen om twee ingangen op één omvormer of om twee kleinere omvormers. Dat soort keuzes wordt gemaakt op basis van de tekening van het huis, niet in het algemeen, en dat rekenen wij door voordat er iets besteld wordt.
Wie overweegt om solarfels te laten leggen op een woonhuis, kan de tekening van het dak en de plek van de meterkast aanleveren bij Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, en krijgt dan te horen waar de omvormer het beste past en welke kabelroute daarbij hoort.