Klikzink
Bij een gewoon pannendak met zonnepanelen erop is de aarding een apart verhaal. De panelen hangen in een aluminium montageframe, dat frame wordt geaard, en de rest van het dak, de pannen, de gootlijst, het zink, doet daar niet aan mee. Bij een stalen felsdak met de zonnecellen in het dakvlak zelf ligt dat anders, want het dak is niet iets waar de opwekking op zit, het dak is de opwekking. Dat betekent dat de aarding niet gaat over een framepje, maar over het hele metalen vlak.
Een stalen felsbaan is een geleider. Dat was hij al voordat er een zonnecel in zat, en het verandert niets aan het feit dat het metaal, van de nok tot de goot, elektrisch met elkaar verbonden is via de fels en de klemmen. Bij een gewoon stalen dak zonder cellen wordt dat vlak meestal al meegenomen in de aarding van het gebouw, om dezelfde reden dat een zinken dakgoot of een stalen regenpijp aangesloten wordt: het voorkomt dat een groot stuk metaal op het huis een andere spanning krijgt dan de rest van de installatie, bijvoorbeeld bij een blikseminslag in de buurt of een fout elders in het net. Met zonnecellen in het dakvlak komt daar een tweede functie bij. De cellen wekken stroom op, er loopt gelijkstroom door de bekabeling naar de omvormer, en de omkasting van die cellen moet net als bij ieder ander zonnepaneel op de aarde van de installatie aangesloten worden. Bij dit dak vallen die twee dingen, de aarding van het dakvlak als metalen bouwdeel en de aarding van de opwekking, grotendeels samen, omdat het dakvlak en de opwekking hetzelfde stuk staal zijn.
In de praktijk zit de aardaansluiting van het dakvlak op een paar vaste punten langs de rand, meestal bij de gootlijst, waar een aardklem op de baan wordt bevestigd en met een kabel doorverbonden naar de aardrail van het huis. Bij een pannendak met opgelegde panelen zit die aansluiting op het montageframe, ergens op het dak, los van de rest van de constructie. Bij dit felsdak zit hij aan de voet van het dakvlak, op hetzelfde punt waar bij een stalen dak zonder cellen ook al geaard zou worden. Er komt geen extra kabeltracé voor bij, er komt geen tweede aardpunt op het dak, en de aannemer die het dak plaatst is dezelfde die de aarding aanbrengt, in plaats van dat een installateur achteraf nog een kabel over de pannen moet leggen naar een montagerail.
Bij een gewoon paneel op een pannendak is de kans dat er een geleidend pad ontstaat tussen het paneel en de rest van het huis klein, want er zit een dakbedekking van keramiek of beton tussenin. Bij een stalen dakvlak is het hele dak één geleidend geheel, van de nok tot de goot, over de volle breedte van het pand. Dat is op zichzelf geen probleem, mits het vlak als geheel op de juiste aarde is aangesloten, precies zoals dat bij een blank stalen dak zonder cellen ook zou moeten. Wat er wel bij komt, is dat de gelijkstroomkabels van de cellen door het dak naar binnen lopen, op de manier die beschreven staat bij [hoe de stroom naar binnen komt bij een woonhuis](/dakstroom/woonhuis/stroom-naar-binnen), en die kabels hebben hun eigen aarding nodig, los van de aarding van het staal zelf. Een installateur die alleen gewend is aan paneelvelden op een houten dakconstructie moet dus twee dingen doen die bij een pannendak met opgelegde panelen niet allebei nodig zijn: het dakvlak als bouwdeel aarden, en de omvormerinstallatie aarden. Bij dit dak lopen die twee taken door elkaar, en dat is precies waar een installateur die er niet mee bekend is, iets kan overslaan.
Voor een doorsnee woonhuis, met een dakvlak van beperkte omvang en een gezin dat vooral 's ochtends en 's avonds stroom gebruikt, terwijl de zonnecellen midden op de dag het meest opwekken, verandert de aarding niets aan hoe die stroom gebruikt of teruggeleverd wordt. Dat is een kwestie van de meterkast en de aansluiting op het net, niet van de aarding van het dakvlak. Wat de aarding wel doet, is zorgen dat het huis veilig blijft ongeacht of er die dag veel, weinig of geen zon is. Een dakvlak dat 's middags flink opwekt en 's avonds niets doet, is elektrisch gezien nog steeds hetzelfde stuk staal, en dat staal moet op ieder moment van de dag op de juiste aarde zitten, niet alleen als de cellen actief zijn.
In de praktijk komt de vraag over aarding vaak pas laat in een bouwproject aan de orde, als de installateur van de zonnestroom en de aannemer van het dak twee verschillende partijen zijn die niet vanaf het begin met elkaar hebben afgestemd wie wat aardt. Bij een nieuwbouwwoning met dit felsdak ligt dat anders, omdat de dakdekker die de banen legt vanaf de eerste baan al met een geaard dakvlak werkt, en de elektricien die de omvormer aansluit daar op aanhaakt in plaats van dat er twee losse aardingen naast elkaar ontstaan. Bij een verbouwing waarbij het bestaande dak vervangen wordt, is het verstandig om dat vooraf op tekening te bespreken, zodat de aardklem op de juiste plek bij de gootlijst komt en niet ergens midden op het dak waar hij bij het schoonmaken, zoals beschreven op de pagina over [hoe je het schoonmaakt bij een woonhuis](/dakstroom/woonhuis/schoonmaken), in de weg zou kunnen zitten.
Het verschil zit niet in de norm waaraan voldaan moet worden, die is voor gelijkstroominstallaties op een woonhuis in beide gevallen hetzelfde, maar in waar het werk zit. Bij panelen op beugels is de aarding een taak van de zonnestroominstallateur alleen: het montageframe erbij, een kabel naar de meterkast, klaar. Bij dit felsdak is de aarding een taak die dakdekker en installateur samen doen, omdat het dakvlak zelf onderdeel is van het geleidende geheel. Dat is niet ingewikkelder, maar het is wel iets dat in de planning moet staan voordat de eerste baan gelegd wordt, in plaats van dat het achteraf nog even geregeld wordt.
Voor wie dit dak overweegt bij een bestaande woning die toch een nieuw dak nodig heeft, of bij nieuwbouw, is het verstandig om de aarding samen met de rest van de aansluiting op tekening te laten uitwerken. Klikzink rekent dat door voor het specifieke dakvlak, kosteloos en zonder dat daar al een opdracht aan vast hoeft te zitten.