Klikzink
Een woonhuis heeft meestal een dakvlak dat niet heel groot is, twee hellingen op het zuiden of één, en een gezin dat vooral 's ochtends voor het werk en 's avonds na werktijd stroom verbruikt. De zon doet intussen het meeste werk tussen elf en drie uur 's middags. Dat verschil tussen wanneer het dak opwekt en wanneer het huis verbruikt, is precies waar de afweging voor een woonhuis om draait, meer dan om de techniek zelf.
Bij solarfels gaat het niet om paneeltjes die los op de pannen liggen, maar om een felsbaan waar de zonnecellen in verwerkt zijn. Dezelfde stalen baan die het dak dicht en waterdicht maakt, wekt ook de stroom op. Er komt geen tweede laag boven het dakvlak, geen beugelwerk, geen rand die schaduw geeft op de baan ernaast. Voor een woonhuis waarvan het dak sowieso aan vervanging toe is, of dat nieuw gebouwd wordt, betekent dat één dakvlak in plaats van een dak plus een systeem erop. Dat is de reden dat dit vooral bij dakvervanging of nieuwbouw loont: je betaalt één keer voor het geheel, niet een tweede keer bovenop een dak dat er al lag.
Wat de opgewekte stroom van een gemiddeld woonhuisdak betekent voor de energierekening, hangt af van het dakoppervlak, de richting, de hellingshoek en het verbruikspatroon van het huishouden. Dat rekenen we uit op tekening, per dakvlak en per uitvoering; een getal dat los van die tekening op deze pagina zou staan, is gokwerk en daar doen we niet aan.
Het punt waar een woonhuis anders ligt dan een schuur of een bedrijfshal, is het verbruikspatroon. Een woning met werkende bewoners verbruikt relatief weinig stroom op het moment dat het dak het meeste opwekt. De stroom die midden op de dag over is, gaat naar het net, naar een accu als die er is, of naar apparaten die je slim kunt laten meelopen met de zon, zoals een wasmachine of een warmtepomp die overdag draait. Dat is geen kwestie van het dakvlak zelf, maar van hoe het huis is ingericht rond de opwekking. Het dakvlak levert het vermogen op het moment dat de zon schijnt, wat je daarmee doet is een andere vraag, met een andere installateur bij betrokken.
Wat dit voor de indeling van het dak betekent, is dat oostwest vaak net zo interessant wordt als zuid, ook al levert een zuiddak op papier meer op per paneel. Een oostwest indeling spreidt de opwekking over de ochtend en de avond, precies de uren dat een gezin thuis is en stroom gebruikt. Bij een felsdak dat de hele dakbedekking is, speelt die keuze door in hoe het dak wordt gelegd, en dat bekijken we samen met de architect of aannemer op de tekening van het specifieke huis.
Een woonhuisdak heeft vaak een dakkapel, een schoorsteen, een dakraam of een ventilatiekanaal. Elk van die onderbrekingen betekent een baan die net iets korter is, of een rij cellen die wegvalt omdat er schaduw op valt. Wat schaduw van een boom, een buurhuis of een eigen dakkapel doet met de opbrengst van een felsbaan, staat uitgewerkt op de pagina over [wat schaduw doet](/dakstroom/woonhuis/schaduw); voor een woonhuis met veel dakdetails is dat vaak het eerste waar we naar kijken voordat we iets over rendement zeggen.
Ook de vraag of één beschadigde baan het hele dakvlak platlegt, is voor een woonhuis relevant, want een tak die afbreekt in een storm of een steen die opwaait, is nu eenmaal dichter bij huis dan bij een bedrijfshal naast een akker. Hoe dat is opgelost, en wat er met de rest van het dak gebeurt als één baan uitvalt, staat op de pagina over [wat er gebeurt als één baan stuk is](/dakstroom/woonhuis/een-baan-stuk).
De bekabeling van dak naar meterkast is bij een woonhuis vaak een kortere route dan bij een groot bedrijfspand, maar de vraag waar de leidingen het dakvlak verlaten en waar de omvormer een plek krijgt, blijft hetzelfde soort vraag. Bij een zolder die bewoond is, moet die route en die kastruimte al bij het ontwerp meegenomen worden, niet achteraf.
Een felsdak met geïntegreerde cellen ligt er in principe voor de duur van het dak, en voor een woonhuis is dat vaak decennia zonder dat er iemand op het dak hoeft te klimmen. Wat er precies aan onderhoud bij komt kijken, en hoe vaak dat nodig is, hangt af van de omgeving: een huis onder bomen krijgt sneller een laag blad of mos dan een vrijstaande woning in een nieuwbouwwijk. Voor een woonhuis is dat vaak ook een kwestie van praktisch: niemand wil elk jaar een ladder tegen het dak zetten. Schoonmaken kan, maar is voor een particulier dak minder vaak nodig dan mensen denken, en hoe dat in de praktijk werkt staat beschreven op de pagina die daar specifiek over gaat.
Storm en hagel zijn voor een woonhuis geen abstracte risico's, want een woonhuis staat er vaak vrijer bij dan een bedrijfshal in een rij, en krijgt de volle windbelasting. Omdat de bevestiging van de baan ook de bevestiging van de opwekking is, zonder losse beugels die eerst los kunnen waaien, is dat een andere situatie dan bij een opgelegd paneel. Wat dat concreet betekent bij zware windstoten of hagelinslag op een woonhuisdak, staat verder uitgewerkt op de pagina daarover.
Voor een woonhuis is ook de verzekering een reëel punt: de opstalverzekering van een particulier huis kijkt anders naar een dak dat zelf stroom opwekt dan naar een dak met paneeltjes erbovenop, en dat verschil is het uitzoeken waard voordat de bouw begint. Brandveiligheid speelt in dezelfde hoek: bij een woonhuis wonen er mensen onder het dak, wat de vraag naar bekabeling en aansluitpunten net iets scherper maakt dan bij een pakhuis.
Niet elk woonhuis is een goede kandidaat voor deze oplossing. Als het dak van het huis nog jaren meekan en er geen reden is om het open te leggen, is een paneel op beugels op de bestaande pannen of platen goedkoper per wattpiek en sneller te plaatsen. De felsbaan met geïntegreerde cellen is een dakbedekking en een opwekkingssysteem in één, en dat betaalt zich vooral uit op het moment dat je toch een nieuw dak nodig hebt of een huis vanaf de tekentafel bouwt. Voor een bestaand woonhuisdak met nog een lange resterende levensduur is er dus geen enkele reden om het open te breken alleen voor de zonnecellen; dan is een regulier paneel simpelweg de logische keuze.
Een ander punt waarop een gewoon paneel wint, is flexibiliteit bij verbouwing: een los paneel is makkelijker weg te halen en terug te plaatsen als er bijvoorbeeld een dakkapel bij komt. Bij een geïntegreerd dakvlak ligt dat net iets vaster, wat op de lange termijn overigens ook de reden is dat er niets los kan raken.
Om te zien wat een specifiek woonhuisdak zou opleveren en waar de knelpunten zitten, tekenen we het na met de echte maten: de richting van het dakvlak, de plek van de dakkapel, de schoorsteen, het aantal banen dat volledig cellen kan bevatten en het aantal dat een dakdoorvoer moet ontwijken. Klikzink, gevestigd aan de Boylestraat 22 in Ede, heeft de walsmachines om de banen op maat te maken en rekent per dakvlak uit wat haalbaar is, zonder daar kosten voor te rekenen. Wie een schets of een dakopstand heeft, kan die aanleveren en krijgt terug wat er op dat specifieke dak kan.