Klikzink
Een verbouwing aan een woonhuis raakt bijna altijd het dak. Een opbouw op een bestaande eerste verdieping, een aanbouw achter met een eigen kap, een dakkapel die het vlak doorbreekt: in alle gevallen verandert het dakvlak van vorm, van oppervlak of van beide. Dat is het moment waarop de vraag opduikt of je het dak alleen repareert of meteen vervangt, en of je er zonnepanelen op legt of het dak zelf laat opwekken.
Het antwoord hangt eerst af van een simpelere vraag: neem je bij de verbouwing het hele dakvlak mee, of alleen het nieuwe deel. Bij een aanbouw met een eigen, apart dak is dat vaak een op zich staand vlak dat niets met het bestaande dak te maken heeft. Daar kun je zonder gedoe een nieuwe felsbaan met geïntegreerde cellen leggen, ook als de rest van het huis een ouder pannendak houdt. Bij een opbouw op een bestaand dakvlak ligt het anders: dan sluit het nieuwe stuk aan op het oude, en is de vraag of dat oude deel nog jaren meegaat of ook aan vervanging toe is. Twee losse dakdelen met een andere leeftijd en een andere bekleding is geen technisch probleem, maar wel iets om vooraf te beslissen in plaats van halverwege de bouw te ontdekken.
De vuistregel blijft hetzelfde als bij nieuwbouw: geïntegreerde opwekking loont vrijwel alleen als het dak toch open gaat of toch vervangen wordt. Op een dak dat er nog jaren tegenaan kan, is het niet de juiste ingreep. Dan is een paneel op beugels de logische keuze, want dat kun je monteren zonder de dakbedekking aan te raken, en het kan er weer af zonder dat het dak eronder geraakt is. Bij een verbouwing is die keuze vaak al gemaakt voordat je het beseft: als de dakconstructie wijzigt, de isolatie eruit moet of de dakbedekking sowieso vervangen wordt om aan te sluiten op het nieuwe deel, betaal je in feite één keer voor het dak en de opwekking samen. Dat is het scenario waarin de meerprijs van geïntegreerde cellen zich verhoudt tot wat je anders alleen aan nieuwe dakbedekking had uitgegeven.
Bij een woonhuis komt daar een tweede afweging bij die net zo zwaar weegt als de staat van het dak: wanneer wordt de stroom gebruikt. Een gemiddeld woonhuis heeft een verbruik dat vooral 's ochtends en 's avonds piekt, rond het ontbijt en rond het avondeten, terwijl de zon midden op de dag het hardst schijnt en een dakvlak dan het meeste opwekt. Die twee patronen liggen niet op elkaar. Wat er midden op de dag wordt opgewekt en niet direct wordt verbruikt, gaat het net op of wordt opgeslagen in een batterij, als die er is. Dat is geen nadeel van geïntegreerde opwekking ten opzichte van paneel op beugels; het geldt voor allebei evenveel, want de zon volgt geen dagritme van bewoners. Maar het is wel iets om in het ontwerp van de verbouwing mee te nemen, want het bepaalt of een batterij, een warmtepomp met warm water buffer, of gewoon een slimmere planning van wasmachine en vaatwasser meer opleveren dan een paar extra vierkante meter dakvlak vol cellen.
Wat er bij een verbouwing ook verandert, is de vorm en de oriëntatie van het dakvlak. Een aanbouw krijgt vaak een lager hellend dak dan het hoofdhuis, gericht op een andere kant, met een kleiner oppervlak en soms een schaduwzijde van een naastgelegen muur of boom. Een opbouw voegt een extra vlak toe aan een bestaande kapconstructie, en dat vlak kan op het zuiden liggen terwijl het bestaande dak op het noorden ligt, of omgekeerd. Voor gewone panelen op beugels is dat een kwestie van uitrekenen wat elke oriëntatie oplevert en waar je de kabels laat lopen. Voor een felsbaan met geïntegreerde cellen is de vraag hetzelfde, met één praktisch verschil: de banen lopen in de richting van de dakhelling, van goot naar nok, en op een klein of onregelmatig vlak, zoals een aanbouw vaak heeft, bepaalt dat hoeveel volledige banen erin passen en waar een baan zonder cellen nodig is om de maat te laten kloppen. Dat reken je uit op tekening, niet op de bouwplaats.
Een dakkapel is een ander geval. Die doorbreekt het dakvlak met een eigen klein plat of hellend dakje en twee zijkanten, en versnippert het beschikbare oppervlak in stukken die voor cellen meestal te klein of te schaduwrijk zijn. Bij een verbouwing met een dakkapel is de opwekking dus meestal een zaak van de vlakken naast de kapel, niet van de kapel zelf.
Bij een woonhuis loopt een verbouwing zelden op zichzelf. Er komt vaak een nieuwe meterkast bij, een uitbreiding van de groepenkast, soms een warmtepomp of een nieuwe cv ketel, en bij een opbouw ook een nieuwe trap en nieuwe leidingen door de bestaande verdiepingen. Dat is het moment om de elektrische aansluiting van het dak in één keer goed te plannen, in plaats van er later een omvormer en een paar extra kabelgoten bij te frommelen. Een aannemer die de verbouwing uitvoert en een installateur die de elektrische kant regelt, werken dan het handigst samen op basis van één tekening waarop het dakvlak, de leidingroute naar binnen en de plek van de meterkast al met elkaar kloppen.
Dat geldt ook voor de bouwvolgorde. Een dak dat toch openligt voor een opbouw of voor het aansluiten van een aanbouw is het moment waarop een felsbaan met geïntegreerde cellen zonder extra werk meegenomen kan worden in de planning van de dakdekker. Wachten tot het dak klaar is en er dan alsnog voor kiezen, betekent dat je het dak voor een tweede keer open moet maken, wat geen enkel voordeel heeft ten opzichte van meteen goed plannen.
Er zijn verbouwingen aan een woonhuis waarbij een paneel op beugels de betere keuze blijft, ook al ligt het dak toch open. Als het budget van de verbouwing al vol zit met de bouwkundige ingreep zelf, de fundering van de aanbouw, de trap van de opbouw, kan het verstandiger zijn om het dak nu gewoon goed en waterdicht te maken en de opwekking later, als los project, toe te voegen met panelen op beugels. Dat is een omkeerbare keuze: je kunt panelen later altijd nog toevoegen aan een dak dat er al ligt, terwijl geïntegreerde cellen in het dakvlak zelf nu horen bij het moment dat dat vlak wordt gelegd. Ook als het nieuwe dakdeel klein is, zoals bij een eenvoudige aanbouw van een paar vierkante meter, is de opbrengst van een paar geïntegreerde banen beperkt en kan een enkel paneel op het hoofddak meer opleveren voor minder geld.
Of een verbouwing aan een woonhuis de aanleiding is om het dak te vervangen en meteen te laten opwekken, hangt dus af van de staat van het bestaande dakdeel, de vorm en oriëntatie van het nieuwe vlak, en waar in de verbouwing het budget al naartoe gaat. Wattpiek per vierkante meter, rendement en terugverdientijd verschillen per uitvoering en per dakvlak, en dat rekenen we uit op tekening van de verbouwing, niet in algemene getallen op deze pagina. Een tekening van de aanbouw of opbouw, met de dakhelling, de oriëntatie en de plek van de meterkast, is voor Klikzink genoeg om te laten zien wat er op dat specifieke dakvlak kan en wat het betekent voor de rest van de verbouwing.