Klikzink
Een woonhuis met solarfels wekt stroom op zodra de zon op het dakvlak staat, en dat is niet automatisch het moment waarop er in dat huis stroom nodig is. Wat er niet direct wordt opgebruikt, gaat het net op. Die zin lijkt onschuldig, maar hij is de kern van wat er in de praktijk gebeurt bij een gewoon woonhuis, en de reden waarom de grootte van het dakvlak minder zegt dan vroeger.
Een gemiddeld woonhuis heeft een verbruikspatroon dat grotendeels om de zon heen ligt. 's Ochtends gaat het koffiezetapparaat aan, de wasmachine draait, iemand doucht met de boiler mee. 's Avonds gaat het licht aan, de televisie, het kooktoestel, misschien de wasdroger. Midden op de dag, als de zon op zijn hoogst staat en het dak het meest oplevert, is er in veel huishoudens bijna niemand thuis. De pieken in opwekking en de pieken in verbruik liggen dus grotendeels naast elkaar in plaats van op elkaar.
Het gevolg is dat niet elke kilowattuur die het dak opwekt evenveel waard is. Een kilowattuur die je zelf op dat moment gebruikt, bespaart je de aankoop van een kilowattuur bij de energieleverancier. Een kilowattuur die het net op gaat omdat er niemand thuis is, wordt verrekend tegen een andere prijs, en die verrekening is de laatste jaren minder gunstig geworden dan toen zonnepanelen opkwamen. Daardoor is de vraag niet meer alleen hoeveel dakvlak je hebt liggen, maar hoeveel van de opgewekte stroom je daadwerkelijk zelf gebruikt op het moment dat hij ontstaat.
Dat maakt het gedrag in het huis, en de apparatuur die erin staat, minstens zo belangrijk als de oppervlakte van het dak. Een huis met een warmtepomp die overdag warm water opwekt, of met een auto die overdag aan de lader staat, gebruikt een groter deel van de eigen opwekking zelf. Een huis waar overdag niemand is en alles 's avonds gebeurt, stuurt een groter deel van de opgewekte stroom het net op. Twee identieke daken op twee identieke woonhuizen kunnen daardoor in de praktijk heel verschillend uitpakken, puur door wat er binnen gebeurt.
Dit is niet iets waar de felsbaan zelf iets aan verandert. De cellen liggen in het dakvlak, ze wekken op zodra er licht op valt, en wat er daarna met die stroom gebeurt hangt af van het huis erachter, van een eventuele batterij, van een omvormer die kan worden ingesteld op eigen verbruik, en van simpele dingen als op welk moment de vaatwasser aan mag. Dat is techniek die los staat van het dak en die op tekening of in overleg met de installateur wordt afgestemd, niet iets wat we op deze pagina kunnen vastleggen met een getal.
Wat we wel kunnen zeggen is dat de omvang van het dakvlak niet de enige maat is voor wat een woonhuis aan zijn dak heeft. Een groot dakvlak dat vrijwel alles het net op stuurt, kan in de praktijk minder opleveren voor de bewoner dan een kleiner dakvlak waarvan een groter deel direct wordt weggebruikt in het huis. Bij de afweging voor een dak met geïntegreerde opwekking hoort dus ook de vraag hoe het huis erachter met stroom omgaat, niet alleen hoeveel vierkante meter er op het dak past.
Hoeveel van de opgewekte stroom een specifiek woonhuis zelf gebruikt, hangt af van te veel factoren om in het algemeen te beantwoorden: de oriëntatie van het dak, de helling, de schaduw van bomen of buurpanden, het aantal bewoners, de apparatuur in het huis, en of er een batterij bijkomt. Een percentage of een opbrengst per vierkante meter noemen zonder die factoren te kennen, is een getal verzinnen dat voor dit huis niet klopt. Daarom rekenen we dat liever uit op tekening, met het dakvlak en het verbruiksprofiel van de specifieke woning erbij, dan dat we hier een vast getal neerzetten dat voor het volgende huis weer anders is.
Deze vraag, wat het net met de stroom doet, staat los van de vraag of solarfels de juiste keuze is voor het dak van een specifiek woonhuis. Die laatste vraag gaat over of het dak toch al aan vervanging toe is of nog jaren meegaat, over hoe het huis eruit moet komen te zien, en over wat er per saldo klopt voor dat ene dakvlak. Andere pagina's op deze site gaan in op hoe de stroom naar binnen komt en hoe het dak waterdicht blijft; die techniek verandert niet door wat er met de opgewekte stroom gebeurt. Wat wel verandert, is de verwachting die je aan het dak mag hebben. Een dak dat vooral stroom levert op momenten dat er niemand thuis is, verdient zich anders terug dan een dak waarvan het grootste deel van de opwekking direct in het huis zelf wordt weggebruikt, en dat is precies waarom we bij elk woonhuis apart kijken naar het dakvlak en het verbruik erachter, in plaats van één antwoord te geven dat voor elk huis zou moeten kloppen.