Klikzink
Op een gewoon woonhuis met panelen op het dak heb je in de praktijk met twee partijen te maken. De dakdekker legt de dakbedekking en zorgt dat het dak dicht is. De installateur zet daarna de panelen erop, met beugels, bekabeling en een omvormer. Als er iets misgaat, moet eerst worden uitgezocht wie waarvoor garant staat: is de lekkage ontstaan door een doorboring van de installateur, of zat er al een gebrek in de dakbedekking van de dakdekker. Dat gesprek kost tijd, en soms wijzen beide partijen naar elkaar.
Bij een dak van geïntegreerde felsbanen valt die scheidslijn weg. De baan die het dak dicht houdt, is dezelfde baan die stroom levert. Er is geen tweede laag die later is toegevoegd en geen aparte bevestiging die door het dakvlak heen gaat. Wie het dak legt, legt daarmee ook de opwekking. Dat betekent dat er één partij is die verantwoordelijk is voor het geheel, in plaats van een dakdekker en een installateur die allebei een stukje van het dak claimen en een stukje ervan afwijzen.
Voor een opdrachtgever van een woonhuis is dat vooral praktisch bij een probleem achteraf. Je klopt aan bij degene die het dak heeft gelegd, niet bij twee verschillende bedrijven die eerst moeten bepalen wie er langs moet komen. Welke garantietermijnen daarbij precies gelden, verschilt per uitvoering en per dakvlak, en dat rekenen en beschrijven wij uit op tekening in plaats van dat we hier een termijn noemen die niet overal opgaat.
Bij een gemiddeld woonhuis ligt het dakvlak op het zuiden, oosten of westen, en levert de zon vooral stroom rond het middaguur. Het verbruik in huis ligt daar meestal niet. 's Ochtends gaat het licht aan, staat het koffiezetapparaat te werken en vertrekt iedereen naar werk of school. 's Avonds komt iedereen terug, gaat het fornuis aan en loopt de wasmachine. Precies de uren waarin de zon het meeste doet, staat het huis vaak leeg.
Dat verschil tussen wanneer er stroom wordt gemaakt en wanneer er stroom wordt gebruikt, bepaalt wat er met de opgewekte stroom gebeurt. Een deel wordt direct gebruikt door apparaten die toch aanstaan, zoals een koelkast of een warmtepomp die op dat moment loopt. De rest gaat naar het net, of naar een accu als die er is. Wat in een concreet geval het beste past, een accu, een andere aansluiting op het net of gewoon teruglevering zonder buffer, hangt af van het dakvlak, de oriëntatie en het verbruikspatroon van dat ene huis. Dat rekenen we uit op tekening, niet in algemene uitspraken die voor elk huis anders uitpakken.
Voor wie een woonhuis bouwt of het dak vervangt, is het belangrijkste verschil dus niet de techniek van de cel, maar de vraag bij wie je straks aanklopt. Bij panelen op een bestaand dak koop je twee dingen bij twee partijen: een dak en een installatie erop. Bij een geïntegreerde felsbaan koop je één dak dat ook stroom maakt, bij één partij die van beide onderdelen weet hoe ze samen werken.
Dat is ook de reden waarom deze oplossing vooral loont wanneer het dak toch al aan vervanging toe is, of bij nieuwbouw. Je betaalt dan één keer voor het dak en de opwekking samen, in plaats van eerst een dak en later, als aparte investering, panelen erbovenop. Op een dak dat nog jaren meekan, is een gewoon paneel op beugels vaak de logischere keuze: het bestaande dak blijft ongewijzigd en de panelen worden er los van bevestigd. Bij vervanging of nieuwbouw is de vergelijking anders, omdat de kosten van het dak zelf er in beide gevallen toch al bij horen.
Of een dakvlak zich makkelijk laat verdelen in banen met en zonder cellen, per baan of in blokken, hangt af van de vorm van het dak, de ligging van dakramen, schoorstenen en kilgoten, en de gewenste aansluiting op de rest van de gevel. Op een eenvoudig zadeldak met een vrij vlak zonder obstakels is dat rechttoe rechtaan. Op een dak met dakkapellen, een aangebouwde erker of een schoorsteen midden in het vlak moet eerst worden bekeken hoe de banen lopen en waar de cellen wel en niet passen zonder dat het beeld rommelig wordt.
Omdat elk woonhuis daarin anders is, geven we hier geen vast schema voor de verdeling van het dakvlak. Wat op tekening wordt uitgezocht, is welke banen met cellen waar het beste liggen, gezien de bezonning van dat specifieke dakvlak en de plek van de aansluiting naar binnen. Dat meedenken op basis van de tekening van het huis kost niets, en levert een concreet antwoord op in plaats van een algemene inschatting.
Bij een dak met losse panelen kun je in theorie een ander merk paneel kiezen dan het merk dat de dakdekking heeft geleverd, en een andere installateur voor onderhoud dan de partij die het dak heeft gelegd. Dat geeft flexibiliteit, maar ook een knip tussen twee verantwoordelijkheden. Bij een geïntegreerde felsbaan is die knip er niet: het is één product, gelegd door één partij, en de vraag wie waarvoor garant staat is daarmee vanaf het begin voor het hele dakvlak hetzelfde antwoord.
Dat is precies waarom dit bij een woonhuis vooral de moeite waard is om vroeg in het traject te bespreken, bij de architect of aannemer, en niet pas nadat het dak al is besteld. Wie op dat moment al weet dat het dak toch vervangen wordt of dat het om nieuwbouw gaat, kan op tekening laten uitrekenen hoe dak en opwekking er samen uitzien, en bij wie de verantwoordelijkheid voor het geheel dan ligt.