Klikzink
Een verbouwing van een zorginstelling begint zelden met het dak. Er komt een nieuwe vleugel, een opbouw voor extra kamers, een aanbouw met een eigen ingang. Pas als de tekeningen er liggen, blijkt dat het dakvlak verandert: er komt een nieuw stuk bij, er verdwijnt een knik, of het bestaande dak sluit niet meer logisch aan op het nieuwe deel. Op dat moment is de vraag niet meer alleen wat er op het dak komt, maar welk deel van het dak je eigenlijk vervangt.
Die vraag is bij een zorginstelling lastiger dan bij een kantoor of een school. Het gebouw blijft in gebruik tijdens de bouw. Er liggen mensen op een afdeling onder het dak dat je aanpakt, en de stroomvoorziening van die afdeling mag niet wegvallen, ook niet voor een uur. Dat bepaalt de volgorde van het werk veel directer dan de vraag welk paneel of welke felsbaan je kiest.
Bij een aanbouw is de eerste beslissing niet technisch maar praktisch: neem je het bestaande dakvlak mee, of laat je dat liggen en behandel je alleen het nieuwe stuk. Beide kunnen. Bouwkundig gezien sluit een nieuwe felsbaan goed aan op een bestaande, zolang de dakhelling en de nokrichting overeenkomen; hoe die aansluiting op de nok precies verloopt, staat beschreven bij [de aansluiting op de nok](/dakstroom/zorginstelling/de-omvormer) al gaat dat artikel vooral over waar de omvormer een plek krijgt.
De overweging die er echt toe doet is een andere: is het bestaande dakvlak nog jong genoeg om te laten liggen, of is het over vijf jaar toch aan vervanging toe. Een dak dat nog vijftien jaar meekan, laat je meestal ongemoeid; je voegt het nieuwe deel toe en houdt het oude gescheiden, eventueel met een eigen omvormer of een eigen groep op dezelfde omvormer. Een dak dat al sporen van slijtage vertoont, neem je liever in één keer mee. Dan betaal je één keer voor de steiger, de stelposten, de aansluiting op de bestaande installatie, in plaats van dat je over vijf jaar weer een aannemer op het dak zet voor precies dat stuk dat je nu had kunnen meenemen.
Dit is meteen de kern van wanneer een felsdak met geïntegreerde zonnecellen zin heeft en wanneer niet. Het is duurder per wattpiek dan een paneel op beugels boven een bestaand dak. Het loont alleen wanneer de dakbedekking zelf toch vervangen wordt, zoals bij een aanbouw waarbij je toch nieuwe platen legt, of bij nieuwbouw. Als het bestaande dak van de zorginstelling nog in orde is en alleen het nieuwe aanbouwdeel nieuw wordt uitgevoerd, is dat precies de situatie waarin het loont: je legt daar sowieso een nieuwe dakbedekking, en dan is de vraag alleen nog of die dakbedekking meteen stroom levert of dat je er los van staande panelen op zet.
Bij een school kun je de bouw plannen in de zomervakantie en een vleugel voor zes weken helemaal ontruimen. Bij een zorginstelling is dat niet aan de orde. Er is altijd een afdeling in bedrijf, er is altijd een groep patiënten of bewoners die niet zomaar verplaatst kan worden, en de noodstroomvoorziening moet op elk moment werken. Dat betekent dat het werk aan het dak in fasen gebeurt, met een deel van het dak open terwijl de rest dicht en in bedrijf blijft.
Voor een felsdak met geïntegreerde zonnecellen verandert dat weinig aan de baan zelf; die wordt net als een gewone felsbaan per stuk aangevoerd en op maat gelegd, blind bevestigd onder de fels, zonder dat er een schroef doorheen gaat. Wat wel verandert is de planning van de bekabeling. Bij een dak in fasen moet iedere fase op zichzelf een werkend geheel zijn, met een eigen aansluiting die niet wacht op het volgende deel. Hoe die bekabeling het dak precies binnenkomt en waarom dat bij dit gebouwtype zorgvuldiger gepland wordt dan elders, staat uitgewerkt op de pagina over [de kabeldoorvoer](/dakstroom/zorginstelling/kabeldoorvoer). Voor de aannemer betekent het vooral dat de volgorde van diagonalen en verdiepingen op de bouwtekening net zo belangrijk is als de volgorde van de dakbanen zelf.
Een aanbouw voegt vloeroppervlak toe naast het bestaande gebouw en krijgt een eigen nieuw dak. Een opbouw zet een verdieping op een bestaand gebouw en vervangt daarmee het bestaande dak automatisch: het oude platte of hellende dak verdwijnt en er komt een nieuw dakvlak op een nieuwe bovenverdieping. Bij een opbouw is de keuze dus makkelijker dan bij een aanbouw, want er is geen knoop door te hakken over wel of niet meenemen. Het hele dakvlak is nieuw, dus de vraag is alleen nog welke uitvoering je op dat nieuwe vlak legt.
Dat is meteen de reden waarom een opbouw bij een zorginstelling vaak het moment is waarop een felsdak met zonnecellen wordt overwogen terwijl dat bij een losse renovatie van het dak niet gebeurt. Bij een opbouw ben je toch bezig met een compleet nieuw dak, met nieuwe isolatie, nieuwe randafwerking en een nieuwe doorvoer voor installaties. De meerkosten van geïntegreerde opwekking komen dan niet boven op een dak dat er al lag, maar naast de kosten van een dak dat er sowieso komt.
Het omgekeerde komt ook voor, en het is nuttig dat hier eerlijk te benoemen. Als een zorginstelling een dak heeft dat nog jaren meekan en alleen een klein stuk aanbouw krijgt, is het onlogisch om voor dat kleine nieuwe dakdeel geïntegreerde zonnecellen te kiezen terwijl het grote bestaande dakvlak ernaast onaangeroerd blijft. Dan is een set panelen op beugels op het bestaande dak vaak logischer: die kun je los van de verbouwing plaatsen, op het moment dat het bouwproject rustig is, zonder dat je wacht op de oplevering van de aanbouw. Wanneer dat de betere afweging is, staat uitgewerkt bij de pagina over wanneer gewone panelen de betere keuze zijn.
Er is ook een moment waarop wachten de beste beslissing is. Als een verbouwing van een zorginstelling wordt uitgevoerd terwijl het bestaande dak nog niet aan vervanging toe is, en er is geen directe aanleiding om ook dat deel opnieuw te beleggen, dan is het verstandiger om de opwekking uit te stellen tot het moment dat het dak wel aan de beurt is. Vervroegd een goed dak vervangen om er zonnecellen in te kunnen leggen, is bijna nooit de goede volgorde; het is duurder dan wachten, en het levert dezelfde stroom op als wanneer je wacht tot het dak sowieso aan vervanging toe is.
Of een aanbouw, een opbouw of een gefaseerde renovatie de aanleiding is, de opbrengst per vierkante meter en de kosten per uitvoering verschillen per dakvlak, per hellingshoek en per fasering van het bouwproject. Klikzink rekent dat door op basis van de tekening van het gebouw, inclusief de indeling in bouwfasen die bij een zorginstelling nodig is. Dat doorrekenen kost niets en geeft antwoord op de vraag die bij dit gebouwtype het meest gesteld wordt: neem je het hele dak mee, of alleen het deel dat toch al openligt.