Klikzink
Mos heeft houvast nodig. Het zet zich vast in een naad, achter een overlap, in de rand waar twee materialen elkaar raken en vocht blijft staan. Een dak zonder zulke randen geeft mos minder kans om te beginnen. Dat geldt voor onze felsbaan met geïntegreerde zonnecellen, en het geldt in grote lijnen ook voor andere systemen die opwekking in het dakvlak zelf verwerken. Het verschil zit niet in of mos een kans krijgt, maar waar precies, en wat het kost als het toch gebeurt.
Op onze felsbaan is de fels de enige plek waar het vlak onderbroken wordt: een opstaande rand van 35 mm, haaks gezet, om de 475 mm. Die rand is smal en steil, en water blijft er niet op staan. Toch is het de plek waar stof, pollen en blaadjes het eerst blijven liggen, gewoon omdat elke opstaande rand op een dak dat doet. Op een dakvlak op het noorden of onder een boom zie je daar als eerste een groen randje ontstaan, lang voordat het vlak zelf iets laat zien. Dat randje raakt de cellen niet, die liggen in het vlak ernaast, maar het is wel het eerste teken dat een dak onderhoud kan gebruiken.
Bij een ander dakintegraal systeem hangt het antwoord af van hoe de platen aan elkaar zitten. Sommige systemen werken met een overlap in plaats van een fels: de ene plaat schuift een paar centimeter over de volgende, en in die overlap kan vocht een tijdje blijven staan voordat het wegloopt. Dat is een plek waar mos net wat makkelijker begint dan op een haakse fels, simpelweg omdat de overlap minder steil is en minder snel droogt. Het is geen groot verschil, maar het is er, en het is de reden waarom je bij dat soort platen soms al na een paar jaar een lijntje groen ziet ontstaan langs elke overlap, terwijl het felsdak nog schoon is op de rand.
Mos op de fels is een kwestie van aanzien, niet van opbrengst, want de cellen liggen er niet. Vervuiling op het vlak zelf is een ander verhaal. Stof, roet van een naburige weg, aanslag van bladval: het legt een waas over de cel en dat kost rendement, net als bij ieder ander zonnepaneel of iedere andere zonnecel. Regen spoelt het grootste deel er zelf af, zeker op een helling boven de 20 graden, en op een felsbaan is er geen rand of beugel waarachter vuil kan blijven liggen om vervolgens met elke regenbui een beetje over het vlak uit te smeren. Bij panelen op beugels zie je dat wel: onder de rand van een paneel blijft een strook vaak natter en vuiler dan de rest van het dak, en na een paar jaar tekent die strook zich af als een donkerder baan. Op een dakintegraal systeem, van welk merk dan ook, speelt dat probleem niet, want er is geen rand die een schaduw of een vochtstrook veroorzaakt.
Het verschil tussen systemen zit dan vooral in het profiel van de plaat zelf. Een vlak, glad profiel spoelt schoner af dan een profiel met een diepe rib of een brede overlap. Onze fels is bewust smal gehouden, 35 mm, om precies dat effect te beperken: hoe minder rand, hoe minder plek voor vuil om te blijven liggen. Een systeem met een bredere overlap of een hogere rib zal op dat punt iets meer vervuiling vasthouden, gewoon door de vorm van het profiel, los van het merk van de cel die erin verwerkt zit.
Het tweede punt waar systemen uiteenlopen is de bevestiging, en dat raakt niet alleen mos en vervuiling maar ook wie garant staat voor het dak. Onze banen worden blind bevestigd met klemmen onder de fels: er gaat geen schroef door het dakvlak. Dat betekent dat er ook geen schroefkop, geen afdichtring en geen doorvoer is die na jaren kan gaan lekken of waar vocht zich achter kan verzamelen. Bij systemen die met doorschroefde bevestiging werken, zit er onder elke schroef een afdichting, en die afdichting is de plek waar je op moet blijven controleren. Niet omdat hij snel faalt, maar omdat het de enige plek in het dakvlak is die met opzet is doorboord, en dat is nu eenmaal de plek waar een dak het meest kwetsbaar is voor een lekkage over jaren.
Wie garant staat voor het dak is een vraag die je moet stellen bij elk dakintegraal systeem, en het antwoord verschilt. Bij ons is de felsbaan het dak: dezelfde partij die het dak levert, levert ook de opwekking, en er is geen knip tussen een dakdekker die garant staat voor waterdichtheid en een installateur die garant staat voor de cellen. Bij een deel van de andere systemen op de markt is dat wel zo: de dakbedekking komt van de ene partij, de cel wordt er als los element in geklikt of op geplakt door een andere partij, en bij een geschil over een lekkage moet je uitzoeken wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat is geen kwestie van mos en vervuiling, maar het is wel de vraag die je bij twijfel als eerste moet stellen, want die bepaalt wie je belt als er iets misgaat.
Om eerlijk te zijn: er zijn dakintegrale systemen die met een groter paneelformaat werken dan onze baan van 475 mm breed. Een groter formaat betekent minder voegen per vierkante meter, en dus ook minder randen in totaal waar stof en vocht zich kunnen verzamelen. Op een heel groot dakvlak, zonder veel doorsnijdingen door dakkapellen of schoorstenen, kan dat in de praktijk iets schoner uitpakken dan een reeks smalle banen naast elkaar, puur omdat er minder lijnen in het vlak zitten. Wij kiezen voor de smalle baan omdat die aansluit op de bestaande felsbaan waar geen cellen in zitten, zodat het hele dakvlak, met en zonder cel, op precies dezelfde lijn blijft liggen. Dat is een keuze voor uiterlijk en voor aansluiting op de rest van het dak, niet voor het laagste aantal voegen per vierkante meter.
Ook op vlakke of heel flauwe hellingen kan een ander profiel voordeliger zijn: een systeem dat is ontworpen met een dieper waterkanaal voert bij extreme regenval soms iets sneller af dan een vlakke felsbaan. Voor de meeste hellende daken waar wij op werken speelt dat niet, maar op een dakvlak met een ongewone vorm of een helling onder de 15 graden is het een punt om samen met de aannemer te bekijken.
Wil je weten hoe een dak zich in de praktijk houdt, kijk dan niet alleen naar het vlak zelf maar naar de randen: de fels, de overstek, de aansluiting bij een dakkapel of schoorsteen. Dat zijn op elk systeem de plekken waar vuil zich als eerste verzamelt, en de staat daarvan na een paar jaar zegt meer over hoe het dak zich gedraagt dan een verkoopverhaal over het vlak zelf. Vraag bij elk systeem, ook bij het onze, wie garant staat voor de waterdichtheid als er iets misgaat, en of dat dezelfde partij is als degene die de opwekking levert.
Wij rekenen dat soort vragen liever uit op tekening dan dat we ze in algemene termen beantwoorden, want het antwoord verschilt per dakvorm, per hoek en per omgeving. Een dak op het noorden onder een rij bomen gedraagt zich anders dan een vrijstaand dak op het zuiden, en dat geldt voor elk systeem dat opwekking in het dakvlak verwerkt, niet alleen voor het onze.