Klikzink
Er zijn inmiddels meer partijen die zeggen dat hun paneel of dakelement in het dakvlak ligt in plaats van erop. Dat maakt de term dakintegraal breder dan één product, en het maakt de vergelijking lastiger dan hij lijkt. Niet elk dakintegraal systeem is voor het onderhoud hetzelfde, want het profiel, de bevestiging en de manier waarop het dak waterdicht blijft, bepalen wat er na opleveren nog moet gebeuren.
Bij de felsbaan van Klikzink zit de zonnecel in het vlak van de stalen baan zelf. De fels die de banen aan elkaar klikt, is dezelfde fels die het dak bevestigt: er gaat geen schroef of beugel doorheen, en er is geen tweede laag die los boven het dak hangt. Dat is meteen het grootste verschil met een deel van de andere dakintegrale systemen op de markt, waarbij het paneel wel in het dakvlak ligt, maar op een eigen drager of rail die apart op de dakconstructie is bevestigd. Zo'n drager heeft randen, kieren en overgangen die de felsbaan niet heeft, en juist daar verzamelt zich vuil, naaldenschors of mos.
Een dakvlak zonder beugels en zonder tussenruimte houdt zichzelf schoner dan een systeem met een frame of drager onder het paneel. Regen kan over de volle lengte van de baan naar de goot lopen zonder dat er een randje is waar water blijft staan. Bij een dakintegraal systeem met een drager zien we in de praktijk dat juist die randen na een paar jaar een donkere rand vuil laten zien, vooral aan de onderzijde van elk paneel waar het water vertraagt. Dat is niet gevaarlijk voor de werking, maar het is wel een extra controlepunt dat bij een vlakke felsbaan simpelweg niet bestaat.
Wat er bij de felsbaan wél nodig is, is een visuele controle na plaatsing en daarna periodiek, meestal jaarlijks, of eerder na storm of hevige sneeuwval. Er wordt gekeken of de bekabeling die aan de onderzijde van de baan naar binnen gaat, droog en onbeschadigd is, en of er geen mechanische schade aan de fels zelf is ontstaan, bijvoorbeeld door vallende takken of iemand die te enthousiast over het dak heeft gelopen. Bladeren en mos die zich verzamelen bij de aansluiting op de nok, de goot of een doorvoer verdienen aandacht, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/dakstroom/onderhoud). Dat is bij vrijwel elk hellend dak zo, dakintegraal of niet, en het heeft weinig te maken met het feit dat er zonnecellen in de baan zitten.
De eerlijke kant van deze vergelijking is dat een aantal dakintegrale systemen met een aparte drager het paneel makkelijker individueel laat vervangen. Omdat het paneel los op de drager ligt, kan een monteur het loskoppelen zonder de rest van het dakvlak open te maken. Bij de felsbaan zit de vervanging van één beschadigde baan dichter tegen een reguliere dakreparatie aan: de naastliggende banen moeten los om bij de beschadigde baan te komen, omdat de fels de banen mechanisch aan elkaar koppelt. Dat is meer werk per vervanging, ook al komt die situatie in de praktijk zelden voor omdat er niets boven het dakvlak uitsteekt dat kan afbreken of loslaten.
Het tweede punt waar een ander systeem soms voordeel heeft, is de scheiding van verantwoordelijkheid. Bij een paneel op een drager is meestal duidelijk wie waarvoor garant staat: de dakdekker voor de onderconstructie, de leverancier voor het paneel en de elektricien voor de aansluiting. Bij een volledig geïntegreerde felsbaan vallen dak en opwekking samen in één bouwdeel, en dat is precies waarom Klikzink de garantie op het geheel geeft in plaats van op een los onderdeel. Voor een opdrachtgever is dat meestal prettiger, want er is één partij die verantwoordelijk is voor het dakvlak. Voor een aannemer die gewend is met gescheiden leveranties te werken, is het een andere manier van plannen: het dak en de opwekking worden in één keer besteld, gelegd en opgeleverd, niet in twee fasen door twee partijen.
Omdat de klemmen onder de fels zitten en geen enkele doorboring in het stalen vlak nodig is, is er ook geen doorboring die na jaren kan gaan lekken. Bij systemen waarbij het paneel met schroeven of klemmen op een drager is bevestigd, zit de kwetsbare plek meestal bij die bevestigingspunten: daar waar rubber, kit of een pakking het waterdicht moet houden. Rubber en kit verouderen, en dat is een reden waarom onderhoudsschema's van dakintegrale systemen met een drager vaak een controle van de afdichting na een aantal jaar voorschrijven. Bij de felsbaan is er geen afdichting die kan verouderen, omdat de fels zelf, mechanisch geklikt, het water tegenhoudt zoals een gewone stalen felsbaan dat al decennia doet. Dat scheelt een controlepunt, niet omdat het product beter is in elk opzicht, maar omdat het minder onderdelen heeft die apart kunnen falen.
Het is verstandig hier niet meer van te maken dan het is. Minder onderhoud aan de bevestiging betekent niet dat er geen onderhoud nodig is. Bekabeling, aansluitpunten en de omvormer vragen bij elk systeem, dakintegraal of op beugels, periodieke controle. Wat verschilt, is waar het risico zit: bij een systeem met een drager zit een deel van het risico in de mechanische bevestiging en de afdichting daarvan, bij de felsbaan zit het risico vooral in de elektrische aansluiting binnen de baan zelf, omdat daar geen aparte, makkelijk te vervangen module tussen zit.
Of een felsbaan met geïntegreerde cellen dan de juiste keuze is tegenover een ander dakintegraal systeem, hangt af van wat er op dat dak al gepland stond. Bij nieuwbouw of bij een dak dat toch aan vervanging toe is, betaalt u één keer voor dak en opwekking samen, en is het onderhoud daarna beperkt tot wat een goed stalen dak altijd al vraagt. Bij een bestaand dak dat nog jaren meekan, is een systeem waarbij het paneel apart vervangbaar is soms praktischer, juist omdat het minder ingrijpt in wat er al ligt. Wij rekenen dat graag na op tekening, met de situatie van het dakvlak erbij, zodat de vergelijking niet blijft steken in algemeenheden maar aansluit op de werkelijke opbouw van het dak.