Klikzink
Een opdrachtgever die een dak overweegt met geïntegreerde zonnecellen, stelt meestal een andere vraag dan hij denkt te stellen. Hij vraagt naar mos en vuil, maar de vraag die eronder ligt is: kan ik dit beter nu doen, of kan ik wachten. Dat antwoord hangt niet af van de zonnecellen. Het hangt af van de staat van het dak dat er nu ligt.
Mos heeft houvast nodig. Op een dakvlak met naden, overlappende pannen of een ruimte tussen paneel en onderdak vindt het dat houvast ruimschoots. Sporen die zich vastzetten in een voeg groeien daar in een paar seizoenen uit tot een streep die vocht vasthoudt en nooit meer droogt. Op een felsbaan is dat anders, simpelweg omdat de aansluiting tussen twee banen een haakse fels van 35 mm is, geen voeg en geen overlap waar water blijft staan. Er is minder plek om te beginnen. Dat betekent niet dat er niets gebeurt. Waar de plaat een lasnaad, een doorvoer of de rand bij een dakkapel heeft, kan zich alsnog een dun laagje vuil zetten, en op de cellen zelf, die net iets minder glad zijn dan het blanke plaatdeel, hecht stof iets makkelijker dan op het staal ernaast.
Wat dat kost aan opbrengst is een kwestie van oppervlak en van tijd. Eén cel die voor een derde bedekt is met een dun laagje mos of stof, levert in die plek minder op, maar de rest van de baan werkt door. Dat is anders dan bij een paneel dat op een rek boven het dak hangt: als daaronder een streep mos groeit tot tegen de rand van het paneel, blijft die vochtige rand het paneel zelf beschaduwen zolang niemand hem weghaalt. Bij solarfels is er geen rand om achter te groeien, want er is geen ruimte onder de plaat waar dat kan.
De vraag die opdrachtgevers eigenlijk stellen is of ze het dak nu al moeten vervangen om van de opwekking te profiteren, of dat ze beter kunnen wachten tot het dak toch aan vervanging toe is. Bij dit product is het antwoord in de meeste gevallen: wachten is de juiste keuze, en dat is geen omweg om de vraag te ontwijken. Solarfels is een dakbedekking met opwekking erin verwerkt, geen laag die je toevoegt aan een dak dat er al ligt. Je betaalt voor het dak en de stroom in één werk. Ligt er nu een pannendak dat nog twintig jaar meegaat, dan is er geen goede reden om dat eruit te halen voor de zonnecellen alleen. Het mos dat daar inmiddels groeit, is dan een reden om het dak op termijn te vervangen, niet om dat nu te doen.
De situatie verandert zodra het dak zelf om andere redenen aan de beurt is: bij een lekkage die niet meer te repareren is, bij een verbouwing waar het dakvlak toch openligt, of bij nieuwbouw waar er nog geen dak is om te behouden. Op dat moment is uitstellen geen verstandige keuze meer, want dan betaal je straks alsnog voor een nieuw dak, en de vraag is alleen of je de opwekking daarin meeneemt of er later alsnog een systeem op zet. Wachten kost dan geld, niet omdat mos de cellen kapotmaakt, maar omdat je twee keer voor een dakvlak betaalt in plaats van één keer.
Een eerlijke vergelijking benoemt ook waar een gewoon paneel op beugels wint, en dat is precies op het punt van mos en vervuiling vaak het geval. Een paneel dat los op een rek staat, kan je vervangen, optillen of schoonspuiten zonder dat het dak zelf ter sprake komt. Ligt er onder dat paneel een dakvlak dat allang aan vervanging toe is, dan kun je de panelen weghalen, het dak vernieuwen en de panelen terugplaatsen. Dat is bij solarfels niet zo eenvoudig, want daar is de bekabeling van de opwekking ook de bevestiging van het dak zelf, zoals wij uitleggen bij [de vergelijking tussen solarfels en indak-panelen](/dakstroom/mos/tegenover-indak-panelen). Wie vermoedt dat het dak binnen een paar jaar toch vervangen moet worden maar dat nu nog niet zeker weet, zit met een gewoon paneel dus flexibeler dan met een geïntegreerd systeem.
Ook op het punt van reiniging heeft een los paneel een voordeel. Zit er onder een paneel op beugels een luchtspleet, dan spoelt regen daar makkelijker doorheen en blijft er minder achter. Bij solarfels ligt het dakvlak vlak, wat er verzorgd uitziet, maar het betekent ook dat vuil dat op het vlak valt daar blijft liggen tot regen of wind het wegwerkt, net als op elk ander vlak plat dak. Voor een dak met een steile helling is dat nauwelijks een punt, water en vuil glijden er vanzelf af, maar bij een flauwe helling duurt dat langer en is de kans op een blijvende laag groter.
Voor een gebouw waar het dak goed bereikbaar is en periodiek wordt nagelopen, bijvoorbeeld een bedrijfshal met een vaste onderhoudsronde, is een jaarlijkse controle voldoende om te zien of ergens een randje mos aanslaat, meestal bij een doorvoer of een hoek waar minder wind komt. Een gewone bezem of een lichte spoeling met water haalt dat weg voordat het wortelt. Voor een dak dat nauwelijks bereikbaar is, zoals een steil zadeldak op een woonhuis, is diezelfde controle lastiger te organiseren, maar de kans dat daar iets vastzet is ook kleiner, precies omdat het vlak steil genoeg is om zichzelf schoon te houden.
Waar dit uiteindelijk op neerkomt, is dat mos en vervuiling bij een felsdak met geïntegreerde cellen minder grip krijgen dan op de meeste andere daken, maar niet omdat het product dat beweert. Het komt door de vorm: geen voegen, geen overlap, geen ruimte onder het vlak. Dat is winst bij lange levensduur en weinig onderhoud, en het is een nadeel bij de flexibiliteit die een los paneel wel heeft. Welke van de twee zwaarder weegt, hangt af van de staat van het dak dat er nu ligt en van het moment waarop dat toch vervangen wordt. Wij rekenen dat door op tekening, met het echte dakvlak en de echte situatie, zodat er geen giswerk in zit.