Klikzink

Solarfels schoonmaken op een schilddak

Een schilddak heeft geen nok die van gevel tot gevel doorloopt. Alle vier de vlakken lopen schuin omhoog naar een punt of een korte nok, en op elke hoek waar twee vlakken samenkomen ligt een keper. Voor het dakvlak zelf verandert er weinig ten opzichte van andere hellende daken: de cellen liggen in het vlak van de baan, zonder rand erboven en zonder ruimte erachter, dus er is geen plek waar blad of mos onder kan schuiven en blijven zitten. Regen spoelt over dezelfde matte ondergrond als de banen zonder cellen, en er is niets dat daar weerstand aan biedt.

Wat een schilddak wel anders maakt is de lengte van de banen. Bij een zadeldak of een lessenaarsdak loopt elke baan van goot tot nok in één rechte lijn en heeft elke baan dezelfde lengte. Bij een schilddak niet. Doordat de kepers schuin naar de nok toe lopen, wordt elk vlak richting de top smaller, en dus wordt elke volgende baan korter dan de baan ernaast. Dat heeft twee gevolgen die met schoonmaken te maken hebben. Ten eerste liggen er bij de kepers driehoekige reststukken in plaats van volle banen, en op die stukken past niet altijd een volledige cel. Ten tweede loopt het water bij de keper vanuit twee vlakken samen, en juist daar hoopt zich eerder wat op dan midden op een vlak.

In de praktijk merk je dat bij een schilddak op een vrijstaande woning met vier gelijke vlakken. Aan de noordkant, waar minder zon en meer schaduw van een naburige boom valt, ligt na de winter een dunne laag mos precies in de lijn van de keper, terwijl de rest van het vlak schoon is. Dat is geen probleem van de cellen; het is een probleem van waar water en vuil elkaar treffen. Op een rechte kap zonder kepers, zoals bij een lessenaarsdak, speelt dat niet, omdat daar geen twee vlakken samenkomen.

Volle banen versus reststukken

Of een schilddak in de praktijk onderhoudsvrij aanvoelt, hangt sterk af van hoeveel volle banen er op elk vlak passen. Op een breed vlak passen tien of twaalf volle banen met cellen erin, en de reststukken bij de kepers zijn dan smal en aan de rand van het zicht. Op een smal vlak, zoals vaak bij de kortere zijden van een rechthoekig schilddak, kan het zijn dat er nog maar twee of drie volle banen passen voordat de keper het vlak al versmalt. Dan liggen de cellen dichter bij de rand, en juist die rand is waar de wind blad tegenaan blaast en waar het langer nat blijft na regen.

Dat is geen reden om van een schilddak af te zien, maar het is wel de reden waarom wij een vlak altijd op tekening bekijken voordat we zeggen hoeveel opwekkende banen erop passen en waar de reststukken vallen. Bij een klein schilddak op een garage of een bijgebouw kan het zelfs voordeliger zijn om alleen de twee grootste vlakken te voorzien van cellen en de twee kleinere kanten met kepers in gewone felsbanen zonder cellen uit te voeren, zoals ook te zien is op de vergelijking tussen [solarfels op een zadeldak](/dakstroom/schoonmaken/zadeldak), waar per kant apart wordt gekeken naar wat een vlak oplevert.

Wat er bij de kepers zelf gebeurt

De keper is een stalen strook die de twee vlakken met elkaar verbindt en het water van de ene kant naar de andere kant afvoert zonder dat het onder de banen door kan lekken. Op een schilddak zonder cellen is die strook meestal glad en zonder franje. Bij solarfels blijft dat zo: de cellen zitten in de banen, niet in de keper, dus de keper zelf is nergens dikker of hoger dan op een gewoon felsdak. Dat betekent dat er ook bij de keper geen rand of overgang is waar vuil op kan blijven liggen. Het enige verschil met een dak zonder cellen is dat de baan die tegen de keper aan loopt vaak een reststuk is in plaats van een volle baan, en dat reststuk krijgt in de regel geen cel, om te voorkomen dat een cel half wordt afgesneden.

Voor de bekabeling heeft dat wel een praktisch gevolg. Bij een schilddak lopen de kabels van de cellen in elk vlak naar de goot en vandaar naar één verzamelpunt, meestal bij de laagste hoek van het gebouw. Hoe die aansluiting precies naar binnen gaat, hangt af van het gebouw en staat uitgewerkt bij [hoe de stroom naar binnen komt](/dakstroom/woonhuis/stroom-naar-binnen), maar op een schilddak met vier aparte vlakken betekent het wel dat er vier kabeltrajecten samenkomen in plaats van twee zoals bij een zadeldak. Dat raakt het schoonmaken niet, maar het is iets om mee te nemen als je het dak op tekening laat uitrekenen.

Wanneer schoonmaken wel nodig is

Op een schilddak met een normale hellingshoek, laten we zeggen boven de dertig graden, spoelt regen het meeste vuil vanzelf van het vlak. Waar dat niet gebeurt, is op de plek waar een dakkapel of een schoorsteen tegen een van de vlakken aan staat en een klein vlak schaduw creëert dat langer nat blijft. Op die schaduwplek verzamelt zich sneller een dun laagje aanslag, en dat is dezelfde soort plek als waar het op andere hellende daken ook gebeurt. Een vlak dat het hele jaar in de volle wind en regen ligt, hoeft in de praktijk niet apart schoongemaakt te worden; een vlak dat achter een schoorsteen ligt en weinig wind vangt, kan na een paar jaar een keer een sopje verdragen, net als een gewone dakpan dat zou doen.

De kepers zelf hoef je niet apart te behandelen. Omdat er geen rand is waarachter vuil kan blijven hangen, spoelt het meeste weg zodra het van het bovenliggende vlak afkomt. Alleen bij een zeer flauwe schilddakhelling, waarbij het water minder vaart heeft, kan het lonen om de keperlijn eens per paar jaar visueel te controleren, niet om te reinigen maar om te zien of ergens een blaadje is blijven liggen dat vocht vasthoudt.

Als je een schilddak op tekening hebt en wilt weten hoeveel volle banen er op elk vlak passen en waar de reststukken bij de kepers vallen, rekenen we dat door aan de hand van de tekening van het gebouw.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink