Klikzink
Een dak met zonnedakpannen bestaat uit losse eenheden. Elke pan ligt op zijn eigen plek, heeft zijn eigen rand, zijn eigen overlap met de pan erboven en ernaast, en in veel gevallen zijn eigen aansluiting. Op een gemiddeld woonhuis praat je dan over enkele honderden van die eenheden, elk met een randje waar water, mos of naaldafval kan blijven liggen. Bij solarfels is dat anders, simpelweg omdat er geen honderden eenheden zijn maar een aantal doorlopende banen van dakvoet tot nok.
De cellen in een felsbaan liggen in het vlak van de baan, niet erop. Er is geen opstaand kader, geen sponning en geen overlap die een paar millimeter hoger ligt dan de rest. Vuil dat op een hellend dak terechtkomt, spoelt met regen mee naar de dakvoet, en op een vlak zonder randjes gebeurt dat vrijwel ongehinderd. Bij zonnedakpannen ligt dat anders: elke pan heeft een overlap met de pan erboven, en precies op die overlap blijft vaak een streep vocht, mos of dennennaalden liggen die niet wegspoelt maar blijft zitten tot iemand het er met de hand af haalt. Op een dak met honderden pannen zijn dat honderden van die strepen.
Dat verschil zie je ook terug in hoe vaak je iemand op het dak nodig hebt. Bij solarfels is de vraag vaak niet hoe je schoonmaakt, maar of het nodig is: op een dak met voldoende helling gebeurt het grootste deel van het werk door de regen zelf. Bij zonnedakpannen is periodieke controle van de overlappen en de aansluitingen tussen de pannen eerder de norm, al hangt ook dat af van de dakhelling en de omgeving, zoals ook geldt voor een felsdak op een flauwe helling.
Het tweede verschil zit niet in vuil maar in techniek. Elke zonnedakpan die stroom opwekt heeft een eigen kabelverbinding, en die verbindingen liggen op het dak, tussen de pannen, op plekken die je met het blote oog niet allemaal kunt zien. Bij een storing moet iemand uitzoeken welke van die honderden aansluitingen het probleem is, en dat betekent vaak dat er meerdere pannen los moeten om bij de bekabeling te komen.
Bij solarfels lopen er per baan aanzienlijk minder verbindingen, en die liggen aan de onderzijde, waar wij ze ook naar binnen leiden, zoals te lezen is over hoe de stroom bij een woonhuis naar binnen komt. Er zijn dus niet alleen minder plekken waar vocht of vuil zich kan verzamelen, er zijn ook minder plekken waar een verbinding kan falen. Dat is geen kwestie van schoonmaken, maar het is wel de reden waarom een felsdak in de praktijk minder vaak onderhoud aan de installatie zelf vraagt dan een dak met losse opwekkende eenheden.
Daarmee is niet gezegd dat zonnedakpannen de mindere keus zijn. Op een dak met een complexe vorm, met meerdere kleine vlakken, dakkapellen of een schilddak met korte hellingen, is een pan een handiger eenheid dan een baan van enkele meters lang. Een pan leg je om een obstakel heen; een felsbaan moet in één stuk over de volle lengte van goot tot nok kunnen liggen, en dat lukt niet overal. Ook bij reparatie is een pan simpel: is er één stuk, dan vervang je die pan en de rest van het dak ligt er ongestoord bij. Bij solarfels vervang je in zo'n geval de hele baan, van goot tot nok, ook als het defect maar op één punt zit.
Er is ook een esthetisch argument voor pannen, afhankelijk van de situatie: op een dak dat toch al belegd is met traditionele dakpannen, sluiten zonnedakpannen qua profiel makkelijker aan bij de rest, terwijl een felsbaan een andere textuur op het dak brengt. Wie het bestaande pannendak wil behouden en alleen een deel wil vervangen door opwekkende pannen, is bij zonnedakpannen aan een vergelijkbaar adres als bij ons, alleen dan in een ander materiaal; die keuze hangt af van wat er al op het dak ligt en wat de opdrachtgever met het aanzicht wil.
Voor wie nu een dak overweegt met opwekking erin verwerkt, komt het neer op een afweging tussen twee soorten onderhoud. Bij zonnedakpannen is het onderhoud verspreid over veel kleine eenheden: elke pan een randje, elke pan een eigen aansluiting, en bij een defect een gerichte reparatie van precies dat ene stuk. Bij solarfels is het onderhoud geconcentreerd op minder, langere onderdelen: geen randjes waar vuil blijft liggen, minder aansluitingen om te controleren, maar bij een defect moet de hele baan eraan, ook als het probleem klein is.
Op een zadeldak met twee simpele vlakken, of op een lessenaarsdak met één rechte helling, speelt dat verschil in het voordeel van de felsbaan: er zijn weinig obstakels, de banen kunnen in één stuk liggen en het vuil dat er ligt spoelt vlot weg. Op een dak met een schilddak, met kepers en korte hoekvlakken, of op een dak dat toch al bezet is met traditionele pannen, is de flexibiliteit van losse zonnedakpannen vaak praktischer.
Welke van de twee in een concreet geval minder onderhoud vraagt en beter aansluit bij de rest van het dak, hangt af van de vorm van het dak, de helling en wat er al ligt of gebouwd wordt. Dat rekenen en tekenen wij door voor een specifiek project, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Stuur de tekening van het dakvlak en we laten zien wat solarfels daar concreet betekent, ook ten opzichte van een uitvoering met losse zonnedakpannen.