Klikzink
Een felsbaan met zonnecellen erin is één doorlopend vlak, van de nok tot de goot, zonder randen, zonder kliksysteem dat boven het dakvlak uitsteekt. Een paneel op beugels is iets anders: een frame van een paar centimeter dik dat los boven het bestaande dak hangt, met aan de onderkant een richel waar het paneel op rust en waar de beugels doorheen komen. Die twee vlakken doen iets anders met sneeuw, en dat verschil is precies waar deze pagina over gaat.
Op een felsdak met geïntegreerde cellen ligt de sneeuw op een oppervlak zonder oneffenheden. Er is geen rand, geen opstaande beugel, geen kliksysteem dat de sneeuw ergens laat haken. Zodra de ondergrond een paar graden boven nul komt of de zon er lang genoeg op staat, glijdt de sneeuwlaag als geheel naar de goot. Dat gaat sneller dan bij een gewoon dak zonder cellen, omdat de donkere, matte cellen iets meer warmte opnemen dan een lichte damwand of een grijze leipan. Het pakket komt in stukken naar beneden, soms als een plaat, soms verbrokkeld, en dat is dezelfde beweging die je ook ziet op een dakvlak zonder zonnecellen: een felsdak is altijd al een dak waar sneeuw eerder afglijdt dan bij een dakbedekking met veel grip, zoals wij uitleggen bij [wat sneeuw doet op een zadeldak met solarfels](/dakstroom/sneeuw/zadeldak).
Bij een paneel dat op beugels boven het dakvlak staat, ligt de sneeuw niet op het dak zelf maar op het glas van het paneel, een paar centimeter hoger. Dat glas is net zo glad als de felsbaan, dus ook daar glijdt de sneeuw er in principe af zodra het dooit. Het verschil zit in de rand. Onder het paneel, tussen paneel en dakvlak, zit de beugelconstructie: metalen klemmen, profielen, en op de meeste systemen een aluminium rail die de hele lengte van het paneel ondersteunt. Als de sneeuw van het paneel glijdt, komt hij niet altijd meteen op het dak terecht. Een deel blijft liggen op die rail, tegen de onderrand van het paneel, en vormt daar een randje ijs dat pas later, bij een volgende dooiperiode, alsnog naar de goot gaat. Het resultaat is dat een dak met paneel op beugels het smelten in fasen doet: eerst het paneel, dan de rand onder het paneel, en soms een derde keer de rand van het dakvlak zelf waar het paneel het dak niet meer bedekt.
Op een felsdak met geïntegreerde cellen komt de sneeuwval in de goot terecht op precies de plek waar de goot al op berekend is, want de goot van dit dak is ontworpen op de afwatering van dit dakvlak. Bij een paneel op beugels ligt dat genuanceerder. Panelen worden vaak met enige ruimte tot de nok en tot de goot gemonteerd, en de sneeuw die van het paneeloppervlak glijdt kan met meer snelheid en meer massa in één keer de goot bereiken dan bij een geleidelijk glijdende laag op een glad dakvlak. Bij een groot dakvlak met meerdere rijen panelen kan dat betekenen dat de goot op een bepaalde plek, onder de onderste rij, een geconcentreerde belasting krijgt die niet gelijk verdeeld is over de hele daklengte. Bij een lessenaarsdak met één doorlopende helling en één goot is dat verschil het duidelijkst te zien, zoals ook naar voren komt bij [wat sneeuw doet op een lessenaarsdak](/dakstroom/sneeuw/lessenaarsdak): één vlak zonder onderbreking verdeelt de last gelijkmatiger dan een dak met rijen panelen die elk een eigen onderrand hebben.
Voor wat eronder staat, een terras, een pad, een carport, maakt het verschil tussen die twee daken vooral uit in de vorm waarin de sneeuw naar beneden komt. Van een glad felsdak komt een pakket dat als geheel of in grote platen loskomt en dan aan de dakrand naar beneden valt of, als er een sneeuwstopper is geplaatst, wordt opgehouden tot het gecontroleerd afwatert. Van een paneel op beugels komt vaak een combinatie: eerst een glijdende laag van het paneel zelf, later brokstukken ijs die van de rail en de klemconstructie loskomen. Dat tweede type neerslag is onregelmatiger qua moment en qua stuk, en bij panelen die dicht bij de dakrand gemonteerd zijn, valt dat ijs met minder waarschuwing en soms met scherpe randen naar beneden. Wie onder het dak een looppad of een parkeerplek heeft, moet met beide daktypen rekening houden met een sneeuwvrije zone langs de gevel, maar de reden waarom is niet hetzelfde: bij het ene dak is het de massa van de sneeuwval zelf, bij het andere is het ook de kans op ijsbrokken uit de constructie.
Het is niet zo dat een felsdak met geïntegreerde cellen in alle situaties de voorkeur heeft als het om sneeuw gaat. Een paneel op beugels staat een paar centimeter los van het dakvlak, en die luchtspleet zorgt voor een zekere ventilatie onder het paneel die het opwarmen en dus het smelten in sommige situaties net iets vertraagt, wat op een dak boven een besneeuwde inrit soms precies gewenst is: je wilt niet dat de sneeuw er in kleine beetjes de hele dag door afglijdt, maar liever in één keer op een moment dat er niemand onderdoor loopt. Daarnaast is een paneel op beugels goedkoper per wattpiek en dus vaak de logische keuze wanneer het bestaande dak nog jaren meegaat en er geen reden is om de dakbedekking zelf te vervangen. Solarfels loont vooral wanneer het dak toch aan vervanging toe is of bij nieuwbouw, omdat je dan één keer betaalt voor dak en opwekking samen in plaats van twee aparte investeringen na elkaar.
De reden dat opdrachtgevers voor de geïntegreerde variant kiezen, ligt zelden bij de sneeuw. Het zit in het aanzicht van het dak: geen rechte rijen paneelranden die boven het dakvlak uitsteken, geen schaduwrand langs de beugels, één matte, donkere vlakverdeling die van de nok tot de goot doorloopt. Bij een monumentaal pand of een nieuwbouwwoning waar de architect het dak als één rustig vlak heeft getekend, is dat verschil vaak de doorslag, meer dan enig sneeuwargument. Wie alleen kijkt naar wat het kost per opgewekte wattpiek, komt vaak bij de beugelconstructie terecht; wie het uiterlijk van het dak minstens zo zwaar laat wegen, kiest voor de geïntegreerde baan en neemt de iets andere manier van sneeuwafgang op de koop toe.
Omdat elk dakvlak een andere helling, oriëntatie en dakrandafwerking heeft, rekenen wij dit soort keuzes uit op tekening in plaats van op een vast getal. Neem contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, en leg uw situatie voor, dan kijken wij mee naar wat voor uw dakvlak de betere combinatie is.