Klikzink
Een dak boven een stal krijgt te maken met vocht van dieren, stof, voer en ammoniak dat via de ventilatie naar buiten komt. Op een gewoon dak met panelen op beugels vindt mos daar makkelijk houvast: onder de panelen, in de kieren van de bevestiging en in de overlappen van de dakbedekking blijft het vaak vochtig en beschut, en juist daar zet mos zich vast en groeit door. Bij een felsdak met de zonnecellen in het vlak zelf is dat anders, omdat er geen kieren en geen ruimte onder de panelen zijn waar vocht en organisch materiaal kunnen blijven liggen.
De felsbaan is een doorlopend, glad stalen vlak met een haakse opstaande naad. Er is geen tweede laag boven het dak, geen luchtspleet waarin blad en stof zich verzamelen, en geen beugel waarachter water blijft staan. Regen spoelt over een aflopend, glad oppervlak naar de goot en neemt losse vervuiling grotendeels mee. Mos heeft een vochtige, stilstaande plek nodig om te kiemen en vast te groeien; op een strak, hellend stalen vlak zonder oponthoud van water is die plek er nauwelijks. Dat betekent niet dat een felsdak boven een stal nooit vervuilt. Het betekent dat de vervuiling zich anders verdeelt.
De plekken waar toch iets blijft hangen, zijn voorspelbaar. Aan de voet van de fels, waar de haakse naad tegen het vlak van de baan aankomt, kan bij een luwe, weinig beregende dakhelft een dun laagje stof en pollen blijven zitten. Bij een stal met een houten spant en een open nok, waar warme, vochtige stallucht via de nok naar buiten komt, zie je soms een strook rond de nokafwerking die iets vuiler oogt dan de rest van het dakvlak, simpelweg omdat daar continu vocht en fijn stof passeert. Ook de zijkant bij een aangrenzend gebouw of een boom in de buurt van het erf kan meer blad en mos aantrekken dan het midden van een groot, vrij liggend dakvlak.
Bij een varkens- of pluimveestal komt daar de ammoniak bij die met de ventilatielucht naar buiten wordt afgevoerd. Dat is voor het stalen oppervlak zelf geen probleem, de coating op de baan is bestand tegen het buitenklimaat op een boerderij, maar de neerslag van stof en ammoniakdamp bij de ventilatie-uitlaten kan lokaal een grijzige waas geven. Dat is een kwestie van aanzien, niet van functioneren, en het beperkt zich tot een zone rond de uitlaat, niet tot het hele dakvlak.
Een laagje stof of een randje mos op een cel houdt een deel van het licht tegen, en de cel onder die vervuiling levert dan minder op dan een schone cel naast hem. Hoeveel dat concreet aan opwekking kost, verschilt per dakvlak: het hangt af van de hellingshoek, de windrichting, hoe dicht het dak bij een weg of een voermengplaats ligt en hoe vaak het regent op die locatie. Op een steil, goed beregend dakvlak van een moderne rundveestal met de nok in de heersende windrichting is de zelfreiniging door regen groter dan op een vlak, weinig beregend gedeelte naast een aangrenzende loods. Wij rekenen dat niet op voorhand door; dat doen we op tekening, voor het specifieke dak en de specifieke situatie op het erf.
Wat wel vaststaat is het uitgangspunt: minder plekken waar vervuiling blijft liggen betekent minder plekken waar opbrengst structureel achterblijft. Bij een systeem met beugels en ruimte onder de panelen ontstaat na een paar jaar vaak een rand van mos aan de onderzijde van elk paneel, precies op de plek waar het paneel het meeste schaduw geeft en het meeste vocht vasthoudt. Die combinatie van schaduw en vocht is nu net waar mos goed groeit. Bij een felsdak zonder die tweede laag is die specifieke combinatie er niet, waardoor die vaste vervuilingsrand simpelweg wegvalt.
Op een stal met vocht, ammoniak en stof gaat het niet alleen om de bovenkant van het dak. De onderkant van de baan, aan de kant van de stalruimte, krijgt continu te maken met de lucht die binnen in de stal hangt. Die lucht is vaak vochtiger en agressiever dan buitenlucht, zeker bij intensieve veehouderij. De onderdelen die aan de binnenzijde van het dakpakket liggen, de bekabeling en de aansluitpunten van de cellen, moeten daar tegen bestand zijn. Dat is een van de punten waarop de uitvoering per dakvlak verschilt: een melkveestal met veel natuurlijke ventilatie vraagt een andere uitwerking dan een gesloten pluimveestal met mechanische ventilatie en een hogere ammoniakconcentratie. Op tekening bekijken we welke uitvoering bij de betreffende stal past, inclusief de opbouw aan de binnenzijde.
Omdat er geen structurele vochtplekken onder een tweede laag zijn, is de noodzaak om een felsdak boven een stal actief schoon te maken kleiner dan bij panelen op beugels. Bij een groot, goed hellend dakvlak volstaat in de praktijk vaak het natuurlijke effect van regen. Bij een dakvlak met een luwe zone, een nok bij de ventilatie-uitlaat of een schaduwrijke rand naast een ander gebouw kan het zinvol zijn om die specifieke zone periodiek te controleren, niet het hele dak. Dat is een ander soort onderhoud dan bij een dak met panelen erop, waar vaak het hele oppervlak periodiek gereinigd wordt om de opbrengst op peil te houden.
Een felsdak met geïntegreerde zonnecellen is voor een stal vooral interessant wanneer het dak toch aan vervanging toe is of wanneer er nieuw gebouwd wordt. Je betaalt dan één keer voor het dakbedekking en de opwekking samen, in plaats van eerst een dak en later daarop nog een set panelen met beugels. Bij een bestaand, nog goed functionerend stalendak is het vaak logischer om panelen op beugels te plaatsen, ook al blijft daar het mos- en vervuilingsrisico onder de panelen groter. Wat het uiteindelijk oplevert aan energie en wat het kost, verschilt per dakvlak, per hellingshoek en per uitvoering. Dat rekenen we uit op basis van een tekening van het specifieke gebouw, niet op basis van een algemeen getal.