Klikzink

Aansluiting meterkast bij vrijstaande woning

Bij een rijtjeshuis is er meestal één dakvlak dat meetelt, en dus één stroom die de meterkast bereikt. Bij een vrijstaande woning is dat vaker anders. Er is meer dakvlak beschikbaar, en dat dakvlak ligt meestal verdeeld over minstens twee, soms vier kanten. Een schuur of garage erbij, en er liggen zomaar drie of vier vlakken met verschillende oriëntaties die allemaal iets kunnen opwekken. De vraag die daarbij opkomt is niet alleen wat er in de meterkast moet, maar ook welk vlak je wel aansluit en welk vlak je laat liggen.

De meterkast is het punt waar alle opgewekte stroom samenkomt voordat die het net op gaat of in het huis wordt gebruikt. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen verandert er aan dat principe niets ten opzichte van gewone paneel op een dak: er komt een omvormer bij, er komen extra groepen bij, en de bestaande hoofdaansluiting moet het totale vermogen kunnen verwerken. Het verschil zit in de schaal. Omdat een vrijstaande woning vaker meerdere vlakken tegelijk benut, komt de vraag naar de capaciteit van de meterkast eerder en indringender terug dan bij een woning met één zuidgericht dakvlak.

Een bestaande particuliere aansluiting is in Nederland doorgaans 3x25 ampère. Dat is voor een gemiddeld huishouden ruim voldoende, ook met een paar groepen erbij voor een omvormer. Bij een vrijstaande woning met meerdere dakvlakken die allemaal worden benut, met bijvoorbeeld het hoofdhuis en een bijgebouw elk met eigen opwekking, loopt het opgewekte vermogen sneller op dan bij een enkel dakvlak. Dan wordt het een rekenvraag: hoeveel vermogen leveren de vlakken samen, hoeveel daarvan gaat terug het net op, en is de bestaande aansluiting daar geschikt voor. Soms is het antwoord dat de bestaande aansluiting het prima aankan. Soms blijkt dat een zwaardere aansluiting nodig is, wat een gesprek met de netbeheerder betekent en een aanpassing die los staat van het dak zelf.

Dit is precies waar het verschil met losse panelen op een dak zit. Bij panelen op beugels is de keuze meestal binair: je legt panelen op het dak dat er ligt, of je laat het weg. Bij een felsdak dat zelf de opwekking draagt, ligt de keuze op het niveau van de baan en het vlak. Elk dakvlak van een vrijstaande woning kan met of zonder cellen worden uitgevoerd, in dezelfde felsbaan en dezelfde kleur, zodat het dak er hetzelfde blijft uitzien op elk vlak. Dat maakt het mogelijk om te kiezen: het zuidvlak wel, het noordvlak niet, en de garage misschien wel weer, afhankelijk van wat de meterkast en de aansluiting toelaten en van wat een vlak oplevert. Die keuze wordt niet gemaakt op het dak, maar op tekening, samen met de vraag wat er verder aan groepen en capaciteit in de meterkast bij moet.

In de meterkast zelf verandert er wel iets concreets. Er komt een groep bij voor de omvormer, er komt een aparte aardlekautomaat, en er moet ruimte zijn om de bekabeling die vanuit het dak naar binnen komt netjes af te vangen. Waar die kabel het dak precies verlaat en hoe die naar de meterkast toe loopt, is bij een vrijstaande woning vaak een langer traject dan bij een rijtjeshuis, omdat de afstand tussen dak en meterkast groter kan zijn en er soms een kruipruimte of spouw overbrugd moet worden. Dat traject staat verder los van de aansluiting zelf, maar het bepaalt wel hoeveel werk er in de installatie zit, zoals ook beschreven staat bij [waar de kabel het dak verlaat bij een vrijstaande woning](/dakstroom/vrijstaande-woning/stroom-naar-binnen).

Een tweede punt dat bij een vrijstaande woning vaker speelt dan bij een rijtjeshuis, is de plek van de omvormer. Met meerdere dakvlakken op verschillende oriëntaties ligt het voor de hand om na te denken over één omvormer met meerdere ingangen, of over meerdere kleinere omvormers die elk bij hun eigen vlak horen. Die keuze werkt door naar de meterkast: één omvormer betekent één aansluitpunt en één set kabels, meerdere omvormers betekent meerdere aansluitpunten die allemaal in de meterkast moeten landen. Bij een woning met een garage of bijgebouw op enige afstand van het hoofdhuis is dat een reëel punt van uitzoekwerk, zoals ook toegelicht bij [waar de omvormer een plek krijgt bij een vrijstaande woning](/dakstroom/vrijstaande-woning/omvormer).

Wat de bestaande groepen aankunnen, hangt dus niet af van het dak op zichzelf, maar van de optelsom van alle vlakken die worden aangesloten. Een vlak van dertig vierkante meter op het zuiden levert een ander vermogen dan een vlak van tien vierkante meter op het noorden, en bij een vrijstaande woning kunnen die twee tegelijk in beeld zijn. Wij rekenen dat uit op tekening: welke vlakken meedoen, wat die samen aan vermogen opleveren, en of de bestaande meterkast en aansluiting dat kunnen verwerken of dat er een stap bij moet, zoals een zwaardere aansluiting of een extra verdeler in de meterkast. Dat is geen vast bedrag of een vast schema, want het verschilt per woning en per dakvorm.

De conclusie daaruit is niet dat een vrijstaande woning per definitie een zwaardere aansluiting nodig heeft. Veel woningen met een enkel goed dakvlak komen niet verder dan een paar extra groepen in een bestaande meterkast. Het punt is dat de vraag bij een vrijstaande woning eerder gesteld moet worden, juist omdat er meer keuzevrijheid is over welke vlakken meedoen. Die vrijheid is winst wanneer het dak toch vervangen wordt of bij nieuwbouw, omdat dan in één moment bepaald kan worden welk vlak wel en welk vlak niet wordt uitgevoerd met cellen, afgestemd op wat de meterkast en de aansluiting aankunnen zonder dat het dak zelf daardoor beperkt wordt.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink