Klikzink
Een dakvlak leg je in één keer. De banen komen in één werkgang op de gording, met of zonder cellen, en daarna ligt het dakvlak vast. Dat is geen nadeel van het product, dat is hoe een felsdak werkt: het is een aaneengesloten vlak, geen verzameling losse eenheden die je een voor een kunt aanvullen zoals bij panelen op beugels. Bij een vrijstaande woning is die eigenschap belangrijker dan bij een rijtjeshuis, en de vraag of je later kunt uitbreiden krijgt daardoor een ander antwoord dan je misschien verwacht.
Een rijtjeshuis heeft meestal één dakvlak, in één richting, en de vraag is simpel: doe je het hele vlak of niet. Een vrijstaande woning heeft vaak meer dakoppervlak en vaker meerdere vlakken tegelijk: voor en achter, soms een zijkant, soms een dakkapel of aanbouw met een eigen hellend vlak op een andere oriëntatie. Een zuidvlak vangt op een ander moment van de dag licht dan een oostvlak of een vlak dat deels in de schaduw van een schoorsteen of een boom ligt. Bij dit woningtype is de vraag dus niet zozeer of je kunt uitbreiden binnen één vlak, maar welk vlak je nu met cellen uitvoert en welk vlak je voorlopig laat zoals het is.
De meest voor de hand liggende vorm van uitbreiden is niet het aanvullen van een bestaand vlak, maar het op een later moment aanpakken van een tweede vlak. Denk aan een woning waar nu het zuiddak wordt vervangen en van cellen wordt voorzien, en het noorddak nog in goede staat is en gewoon blijft liggen. Op het moment dat dat noorddak aan vervanging toe is, of wanneer er een aanbouw bijkomt met een nieuw dakvlak, kan dat vlak dan met dezelfde felsbaan en dezelfde cellen worden uitgevoerd. De twee vlakken worden dan niet één systeem, het zijn twee dakvlakken die toevallig hetzelfde materiaal hebben en, als je dat wilt, dezelfde omvormer of een tweede omvormer ernaast. Dat is voor een vrijstaande woning een reëel scenario, juist omdat er vaak meer dan één vlak is en die vlakken niet gelijktijdig aan vervanging toe zijn.
Er is nog een tweede vorm van uitbreiden, en die speelt zich af binnen één vlak. Je kunt een dakvlak nu leggen met een deel banen mét cellen en een deel banen zonder cellen, blind, in dezelfde kleur en op dezelfde lijn. Die blinde banen liggen er dan als volwaardig dakbedekking, ze doen niets extra, maar ze liggen er wel al. Op een later moment, als er behoefte is aan meer capaciteit of als het budget er dan wel is, kunnen die specifieke banen vervangen worden door dezelfde baan met cellen erin. Omdat de maatvoering en de kleur gelijk zijn, verandert het aanzicht van het dak niet: het vlak blijft optisch één geheel, voor en na de vervanging. Dat is iets anders dan een tweede vlak erbij doen; dit is een vlak dat je in twee stappen af laat maken, met een wachttijd ertussen die net zo lang kan zijn als je zelf wilt.
Omdat een vrijstaande woning vaker meerdere vlakken met een verschillende oriëntatie heeft, is de eerste vraag bij een nieuw project niet of je kunt uitbreiden, maar welk vlak je nu al met cellen uitvoert. Een zuid- of zuidwestvlak zonder schaduw van bomen of buurpanden is een ander verhaal dan een noordvlak, of een vlak dat een deel van de dag in de slagschaduw van een schoorsteen, dakkapel of nokverhoging ligt. Bij een vrijstaande woning met een garage, bijgebouw of latere aanbouw komt daar nog een vlak bij dat op een ander tijdstip wordt gerealiseerd dan de hoofdwoning. In de praktijk betekent dit dat we bij het maken van de tekening niet één antwoord geven voor het hele dak, maar per vlak kijken: dit vlak nu volledig met cellen, dat vlak nu blind met de optie om later cellen toe te voegen, en dat derde vlak misschien helemaal niet, omdat de oriëntatie of de schaduw het simpelweg niet interessant maakt.
Wat niet kan, is een bestaande felsbaan zonder cellen achteraf ombouwen tot een baan met cellen. De cel is onderdeel van de baan zelf, niet iets dat je er los in klikt. Uitbreiden betekent dus altijd: een nieuwe baan leggen, in plaats van een bestaande baan aanpassen. Dat is precies waarom de keuze tussen een vlak nu volledig uitvoeren of eerst blind leggen en later vervangen, gemaakt moet worden voordat de banen op het dak liggen. Wie na oplevering alsnog capaciteit wil toevoegen aan een vlak dat volledig blind is uitgevoerd, zal een deel van dat vlak moeten openleggen en vervangen door banen met cellen. Dat kan, maar het is een andere ingreep dan simpelweg iets aanvullen, en dat weegt mee in de beslissing die je bij de eerste tekening al neemt.
Als er op een later moment een tweede vlak bijkomt, is het de moeite waard om bij de eerste uitvoering al rekening te houden met de plek van de omvormer en de bekabeling, zodat een tweede vlak zonder al te veel gedoe kan worden aangesloten op dezelfde installatie of naast de eerste installatie kan werken. Waar de omvormer precies komt en hoe de kabel het dak verlaat, staat beschreven op de pagina over hoe de stroom bij een vrijstaande woning naar binnen komt; hier is vooral relevant dat een geplande uitbreiding invloed heeft op hoe je die eerste aansluiting inricht.
Hoeveel een tweede vlak oplevert, of het financieel zin heeft om nu blind te leggen en later te vervangen in plaats van in één keer alles te doen, en wat het kost om een vlak later te vervangen: dat verschilt per dakvlak, per oriëntatie en per de staat van het bestaande dak. Dat rekenen we uit op tekening, niet in algemene bewoordingen op deze pagina. Wie een vrijstaande woning heeft met meerdere dakvlakken en wil weten welk vlak nu logisch is en welk vlak beter kan wachten, kan de situatie het beste in kaart brengen zoals hij nu is: welke vlakken, welke oriëntatie, welke schaduw, en welke vlakken op termijn nog vervangen of bijgebouwd worden. Op basis daarvan is per vlak te bepalen wat nu verstandig is en wat je openlaat voor later.