Klikzink
Een vrijstaande woning heeft vaak meerdere kappen, en die kappen liggen zelden in dezelfde richting. Een garage aan de zijkant, een uitbouw aan de achterkant, een dakkapel op het hoofdvolume: bij een verbouwing komt er al snel een dakvlak bij of verandert een bestaand vlak van vorm. Dat is anders dan bij een rijtjeshuis, waar meestal één zadeldak volstaat en de keuze simpel is: het hele dak of niets. Bij een vrijstaande woning met een aanbouw of opbouw is de eerste vraag niet of je zonnecellen in het dak wilt, maar welk dakvlak daarvoor in aanmerking komt.
Stel, er komt een uitbouw aan de achterzijde met een plat verlengstuk of een lessenaarsdak, terwijl de bestaande kap van de woning intact blijft. Dan is er geen enkele reden om het bestaande dak open te breken voor een paar vierkante meter opwekking op het nieuwe deel. Het nieuwe dakvlak krijgt zijn eigen bekleding, en als dat dakvlak zuid of west georiënteerd is en de dakhelling er geschikt voor is, kan dat het vlak zijn waar de felsbaan met geïntegreerde cellen ligt. De rest van het dak, dat er al ligt en nog jaren meekan, laat je met rust.
Omgekeerd komt het voor dat een opbouw of dakkapel juist het hoofdvlak aantast: de kap wordt hoger opgetrokken, een deel van de bestaande dakbedekking moet er toch af, en dan ligt de vraag anders. Als de aannemer het hele dakvlak sowieso openlegt om de opbouw te realiseren, is dat het moment om te bekijken of dat vlak, of een deel ervan, de felsbaan met cellen krijgt in plaats van gewone dakbedekking met panelen erop. De meerkosten van de geïntegreerde uitvoering worden dan afgezet tegen een dakbedekking die er toch al af moest, niet tegen een dak dat prima was.
Bij een vrijstaande woning met een garage, een aanbouw en een hoofdvolume heb je zomaar drie of vier dakvlakken met elk hun eigen richting en hun eigen staat van onderhoud. Dat betekent niet dat je overal dezelfde keuze maakt. Een garagedak dat naar het noorden ligt is voor opwekking meestal geen goede kandidaat, ongeacht of het nu of over tien jaar vervangen wordt. Een zuidgericht vlak op de aanbouw, nieuw aangelegd bij de verbouwing, is dat wel. Je kunt dus op het ene vlak de felsbaan met cellen leggen en op het andere vlak gewoon een standaard felsbaan zonder cellen, of iets anders. De banen sluiten in kleur en lijn op elkaar aan, dus visueel valt dat onderscheid niet op vanaf de straat.
Deze aanpak, opwekking alleen op de vlakken die er geschikt voor zijn, past bij hoe een architect of aannemer al met een vrijstaande woning omgaat: elk dakvlak krijgt de bekleding die bij zijn functie en oriëntatie past. Een garage hoeft geen dakisolatie op woonhuisniveau te hebben, en een noordkap hoeft geen zonnecellen te hebben. Wat voor deze pagina specifiek is: bij een verbouwing beslis je dat per vlak, en het vlak dat toch al openligt voor de bouwkundige ingreep is het vlak waar de vergelijking met een gewoon paneel op beugels het meest in het voordeel van de geïntegreerde uitvoering uitvalt.
De felsbaan met geïntegreerde cellen is duurder per wattpiek dan een gewoon paneel dat op een bestaand dak wordt gemonteerd. Dat verschil wordt goedgemaakt doordat je één ding aanschaft in plaats van twee: het dak zelf is de constructie die ook de stroom opwekt, en je hoeft niet apart te betalen voor beugels, doorvoeren en een tweede laag op het dak. Die rekensom werkt alleen als het dak sowieso vervangen wordt. Ligt er op het dakvlak van de aanbouw of het hoofdvolume nog een dakbedekking die pas over acht of tien jaar aan vervanging toe is, dan is het voordeliger om nu gewone panelen op dat bestaande dak te leggen en de felsbaan met cellen te bewaren voor het moment dat het dak toch open moet.
Een concreet geval: bij een verbouwing wordt een garage bij het huis getrokken en krijgt hij een nieuw, hoger dak om aan te sluiten op de kap van de woning. Dat garagedak is nieuw, dus daar is geen dilemma: het wordt in één keer goed aangelegd, met of zonder cellen erin. Maar de kap van het hoofdvolume, die niet wijzigt en waarvan de dakpannen er nog jaren goed bij liggen, is een ander verhaal. Daar ligt geen enkele bouwkundige reden om nu in te grijpen. Zonnepanelen op die bestaande pannen, met de gangbare montage op beugels, is dan de logische keuze, en de felsbaan met cellen blijft een optie voor de dag dat die pannen aan vervanging toe zijn.
Het omgekeerde geval komt evengoed voor. Een vrijstaande woning uit de jaren zeventig krijgt een opbouw en de eigenaar besluit meteen de rest van het dak te saneren, omdat de dakbedekking hoe dan ook op leeftijd is en de steiger er voor de opbouw al staat. In die situatie is het verstandig om voor het hele dak, of voor de vlakken die zich ervoor lenen, de felsbaan met geïntegreerde cellen te overwegen. De steiger staat er, het dak gaat er sowieso af, en de meerkosten van de geïntegreerde uitvoering worden gedragen door een verbouwing die al gepland stond.
Omdat een vrijstaande woning vaker met meerdere dakvlakken en meerdere aannemers te maken heeft, dakdekker, aannemer voor de aanbouw, installateur voor de techniek, loont het om de keuze voor het dakvlak vroeg in het traject te maken, bij voorkeur op de tekening en niet pas als de steiger al staat. De oriëntatie van elk vlak, de staat van de bestaande bedekking op de vlakken die niet wijzigen, en de vraag of de opbouw of aanbouw toch al dakwerk met zich meebrengt, bepalen samen welk vlak in aanmerking komt voor de felsbaan met cellen en welk vlak beter gewoon dakbedekking blijft, eventueel met panelen erop.
Een wattpiek per vierkante meter, een terugverdientijd of een prijs per vierkante meter kunnen we hier niet geven: dat verschilt per uitvoering, per dakvlak en per situatie, en dat rekenen we uit op tekening. Wat we op basis van de tekening wel kunnen aangeven is welk dakvlak van de woning zich voor de geïntegreerde uitvoering leent en welk vlak beter op een later moment aan de beurt komt. Klikzink in Ede werkt daarbij met eigen walsmachines en levert de felsbanen op maat voor het project; meedenken op basis van een tekening van de verbouwing kost niets.