Klikzink

Wat het net doet met de stroom bij een zorginstelling

Een zorginstelling verbruikt stroom op een ander ritme dan een kantoor of een woonhuis. Er draaien 's nachts liften, koelcellen, verlichting op gangen en apparatuur die niet uit mag. Overdag komt daar de was, de keuken en alle overige apparatuur bovenop. Dat ritme bepaalt wat er met de opgewekte stroom gebeurt, meer dan de oppervlakte van het dak.

Wat je op het moment van opwekken zelf gebruikt, is meer waard dan wat je teruglevert. Die teruglevering gaat het net op, en het net heeft daar op steeds meer plekken en steeds meer momenten geen ruimte meer voor. Een netbeheerder kan de teruglevering beperken of afschakelen op momenten dat het net vol zit, ook als het dak op dat moment volop stroom levert. Voor een gebouw dat nooit dicht kan, is dat een ander gegeven dan voor een pand dat 's avonds leegloopt. De vraag is dus niet alleen hoeveel het dak op kan wekken, maar hoeveel daarvan binnen het gebouw zelf wordt weggenomen voordat het net er iets van merkt.

Daarmee verschuift het gesprek van dakoppervlak naar verbruikspatroon. Een zorginstelling met veel continu draaiende apparatuur, klimaatinstallaties en koeling heeft overdag al een basisverbruik dat hoog ligt. Precies op de uren dat de zon het hardst schijnt, loopt dat verbruik vaak door zonder de piek die je bij kantoren rond twaalf uur ziet en die daarna wegvalt. Dat is gunstig voor het aandeel dat direct intern wordt gebruikt, maar het zegt niets over de omvang. Hoeveel van de opwekking daadwerkelijk binnen het gebouw blijft en hoeveel er richting het net gaat, hangt af van de combinatie van dakoppervlak, hellingshoek, oriëntatie en het exacte verbruiksprofiel van die instelling. Dat rekenen we uit op tekening, per dakvlak, niet in algemene termen.

Geen gat erbij voor een tweede systeem

Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt de opwekking in het dakvlak zelf, zonder beugels of een tweede laag erboven. Dat verandert niets aan wat het net met de stroom doet, maar het verandert wel hoeveel er op het dak gebeurt om die stroom daar te krijgen. Er komt geen aparte constructie bovenop het bestaande dak, geen extra doorvoeren naast de bestaande dakdoorvoeren, geen tweede systeem dat los van het dak onderhouden moet worden. Voor een gebouw waar het dak nooit volledig buiten gebruik mag zijn, telt dat net zo zwaar als de vraag hoeveel stroom er wordt opgewekt. Hoe de kabel het dak precies doorkomt en waarom dat bij een zorginstelling zorgvuldiger gepland wordt dan elders, leggen we uit bij [de kabeldoorvoer bij een zorginstelling](/dakstroom/zorginstelling/kabeldoorvoer).

Waarom eigen verbruik meer weegt dan dakoppervlak

Stel een verpleeghuis met een zadeldak van behoorlijke omvang, waarvan een deel op het zuiden ligt en een deel op het noorden. Op het zuidelijke deel wekt de installatie op de heldere namiddag ruim stroom op. Als de keuken op dat moment aan het koken is, de wasserij draait en de klimaatinstallatie volop werkt, wordt een groot deel van die stroom direct intern weggenomen. Diezelfde opwekking op een gebouw waar op dat moment vrijwel niemand meer aanwezig is, met alleen de basisverlichting aan, levert een heel ander beeld op: het grootste deel gaat dan het net op, met de beperkingen die daar op dat moment kunnen gelden.

Dit is de reden dat we bij een zorginstelling niet beginnen met de vraag hoeveel dakvlak er beschikbaar is, maar met de vraag wanneer het gebouw stroom nodig heeft. Een dakvlak van bescheiden omvang op een instelling met hoog en gelijkmatig verbruik kan gunstiger uitpakken dan een groot dakvlak op een gebouw dat overdag grotendeels stilligt. Dat is geen reden om af te zien van een groter dakvlak, maar wel een reden om het verbruiksprofiel als eerste in de tekening mee te nemen, niet als sluitstuk.

Wat de volgorde van het werk bepaalt

Een zorginstelling kan het dak niet even dicht doen. Er is geen moment waarop de stroomvoorziening zonder gevolgen onderbroken mag worden, en dat geldt evengoed voor het bestaande dak als voor de installatie die erbij komt. Dat bepaalt niet wat het net met de opgewekte stroom doet, maar het bepaalt wel in welke volgorde en op welke schaal het werk wordt uitgevoerd. Vaak wordt een dak in vlakken opgeknapt in plaats van in één keer, met tijdelijke voorzieningen voor de delen die nog open liggen. Die planning staat los van de vraag hoeveel stroom er straks wordt teruggeleverd, maar ze bepaalt wel wanneer welk deel van het dak gaat meetellen in de opwekking, en dus wanneer het effect op het net merkbaar wordt.

Ook de plek van de omvormer speelt hierin mee, al gaat het daar niet primair om de teruglevering maar om de bereikbaarheid tijdens onderhoud. Waar die omvormer een plek krijgt in een gebouw dat nooit dicht gaat, bespreken we bij [waar de omvormer een plek krijgt bij een zorginstelling](/dakstroom/zorginstelling/omvormer). Wat voor deze pagina vooral telt is dat de fasering van het werk en de fasering van de opwekking hand in hand gaan: een dakvlak dat nog niet is aangesloten, levert ook niets aan het net, hoe zonnig de dag ook is.

Wat wij wel en niet kunnen zeggen

We kunnen niet zeggen welk deel van de opwekking bij een specifieke zorginstelling intern wordt verbruikt en welk deel het net op gaat, zonder het gebouw en het dak gezien te hebben. Dat verschilt per instelling, per dakvlak en per uitvoering, en het hangt samen met het verbruikspatroon dat we hierboven beschreven. Wat we wel kunnen doen is dat patroon naast de tekening van het dak leggen en op basis daarvan een reëel beeld geven van wat er intern blijft en wat er richting het net gaat, inclusief de momenten waarop het net daar minder ruimte voor heeft. Dat werk kost niets en gebeurt voordat er iets wordt besteld of gemonteerd.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink