Klikzink
Een rijtjeshuis heeft meestal één dakvlak dat aan twee kanten tegen de buren aan zit. Aan beide zijden loopt de scheidingsmuur door tot in de kap, en die muur bepaalt waar de eerste en de laatste baan kunnen liggen. Er blijft een vaste breedte over om felsbanen op te leggen, en die breedte is meestal het eerste dat je oplossing begrenst, niet het aantal cellen dat je zou willen hebben.
Dat is de reden waarom de vraag wat het net met de opgewekte stroom doet hier anders ligt dan bij een vrijstaande woning met een groot dakvlak. Bij een groot dak kun je makkelijker meer opwekken dan je op dat moment gebruikt, en gaat het overschot het net op. Bij een rijtjeshuis met een smal dakvlak is de opgewekte hoeveelheid vaak al dichter bij wat het huishouden op dat moment verbruikt. Wat je zelf gebruikt op het moment van opwekken is voor de eigenaar meestal waardevoller dan wat er terug het net op gaat, en bij een kleiner dakvlak verschuift de verhouding tussen die twee vanzelf.
Om dat concreet te maken: overdag, als de zon op het dak staat, gebruikt een huishouden meestal minder stroom dan het opwekt, ook op een klein dakvlak. Een koelkast, een router, misschien een wasmachine die net aanslaat, dat is het. De rest van wat er op dat moment uit de felsbanen komt, gaat het net op. Pas 's avonds, als er wordt gekookt, de was gedraaid wordt en de verlichting aan gaat, ligt het verbruik hoger dan de opwekking, want dan levert het dak weinig of niets meer. Die twee patronen sluiten bij een klein dakvlak minder ver van elkaar aan dan bij een groot dak, simpelweg omdat er minder capaciteit is om een groot overschot te maken.
De scheidingsmuren met de buren bepalen niet alleen hoeveel banen er passen, maar ook waar de randafwerking van het dak begint en eindigt. Aan een rijtjeshuis loopt de dakrand vaak dood op de muur van de buurwoning, en de laatste baan aan die kant moet daar netjes op aansluiten zonder dat er een volle felsbreedte overblijft voor een halve baan met cellen erin. In de praktijk betekent dat soms dat de buitenste banen aan één of beide zijden geen cellen krijgen, en dat het opwekkende deel van het dak iets smaller is dan het hele dakvlak. Hoeveel banen met cellen er dan nog inpassen, en hoeveel daarvan in de praktijk voldoende opwekken om het eigen verbruik overdag te dekken, is per dakvlak verschillend. Dat rekenen wij uit op tekening, niet vooraf op de site.
Een smal dakvlak tussen twee scheidingsmuren betekent minder felsbanen, en dus minder opwekkend oppervlak dan bij een vrijstaande woning met een breed dak. Dat is een gegeven, geen tegenvaller: het is simpelweg de maat van het gebouw. Wat daar tegenover staat, is dat bij een rijtjeshuis het verbruik van het huishouden ook kleiner is dan bij een groot vrijstaand huis met misschien een zwembadpomp of een warmtepomp die continu draait. Een kleiner dak past vaker bij een kleiner verbruik dan mensen vooraf denken, en juist daardoor is het overschot dat het net op gaat bij een rijtjeshuis relatief beperkter dan de oppervlakte zou suggereren.
Dat zegt niets over hoeveel er precies wordt opgewekt of terugverdiend: die cijfers verschillen per uitvoering, per oriëntatie van het dakvlak en per verbruikspatroon van het huishouden, en staan niet op deze pagina omdat we ze niet kunnen invullen zonder de tekening van het gebouw. Wat we wel kunnen zeggen is dat de verhouding tussen wat er wordt opgewekt en wat er direct wordt gebruikt, bij een smal dakvlak dichter bij elkaar ligt dan bij een groot dak, en dat die verhouding voor de eigenaar relevanter is dan het aantal vierkante meters felsbanen op het dak.
Een rij van vijf of tien rijtjeshuizen heeft in de regel identieke dakvlakken, maar dat betekent niet dat de opwekking en het eigen verbruik bij elk huis in die rij hetzelfde uitpakken. Het huishouden op nummer drie kan overdag leegstaan omdat de bewoners werken, terwijl op nummer zeven iemand thuis is en overdag stroom gebruikt. Bij hetzelfde dakvlak, met hetzelfde aantal felsbanen en cellen, is het aandeel van de opwekking dat direct wordt verbruikt dus per huishouden verschillend, ook al zijn de daken identiek. Dat is iets waar een architect of aannemer die een hele rij tegelijk ontwikkelt rekening mee kan houden: de felsbanen liggen vast bij oplevering, het verbruikspatroon van de toekomstige bewoner niet.
Voor een opdrachtgever die een rij nieuwbouwwoningen laat bouwen, of een blok bestaande rijtjeshuizen laat herdaken, is dit vooral relevant om te weten voordat de keuze wordt gemaakt tussen felsbanen met cellen en een gewoon dak met paneeltjes erop. Bij nieuwbouw of bij een dak dat toch aan vervanging toe is, betaal je met de geïntegreerde uitvoering één keer voor dak en opwekking samen, en dat is precies de situatie waarin dit product het meest voor de hand ligt. Bij een dak dat nog jaren meekan, is een gewoon paneel op beugels op het bestaande dak vaak de logischer stap, want dan koop je niet ook meteen een nieuw dak.
Voor een rijtjeshuis kijken wij op tekening naar de precieze breedte tussen de twee scheidingsmuren, de nokhoogte, de dakhelling en de kant waarop het dakvlak ligt. Op basis daarvan wordt duidelijk hoeveel felsbanen er in totaal passen, hoeveel daarvan met cellen kunnen worden uitgevoerd en hoe de randbanen bij de scheidingsmuren worden afgewerkt. Dat werk kost niets en gebeurt voordat er iets besteld wordt. Wat er niet uitkomt uit die tekening is een opbrengstcijfer of een terugverdientijd, want die hangen af van het verbruikspatroon van de bewoner en van keuzes die nog gemaakt moeten worden over de rest van de installatie. Wat er wel uitkomt is een concreet beeld van hoeveel dakvlak er daadwerkelijk beschikbaar is voor opwekking, en dat is bij een rijtjeshuis, met zijn vaste breedte tussen de buren, de eerste vraag die beantwoord moet worden voordat er over rendement gesproken kan worden.