Klikzink

Uitbreiden: solarfels tegenover zonnedakpannen

Zonnedakpannen zijn losse eenheden. Elke pan wekt een beetje stroom op en is op zichzelf een dakbedekkingselement met een eigen aansluiting. Een felsdak met zonnecellen werkt andersom: de banen met cellen liggen in doorlopende lijnen over het dakvlak, blind bevestigd onder de fels, en de bekabeling komt op een beperkt aantal punten samen. Dat verschil bepaalt vooral wat er gebeurt als je later meer wilt.

Bij zonnedakpannen ligt het dak in feite al vol aansluitingen. Wil je uitbreiden, dan vervang je gewone pannen door pannen met cellen, verspreid over het dakvlak of in een nieuw vak. Elke vervangen pan is een nieuwe aansluiting op de bekabeling die al onder de pannen loopt. Bij een dak van honderden pannen kan dat honderden potentiële aansluitpunten betekenen, en elk daarvan is een plek waar een verbinding kan loszitten, waar water een weg naar binnen kan zoeken langs een pan die net iets anders ligt dan zijn buren. Hoe meer aansluitingen, hoe meer kans dat er één van tegenvalt, en op een dak vind je dat meestal pas terug als het al een tijdje regent.

Bij een felsdak leg je het dakvlak in één keer neer, met een vaste indeling van banen met cellen en banen zonder. Wil je later meer opwekking, dan zijn er twee routes. De eerste is een tweede dakvlak erbij nemen, bijvoorbeeld omdat er toch nog een aanbouw of bijgebouw komt met een eigen hellend dakvlak. Dat is een aparte set banen met een eigen aansluiting, net zoals wij uitleggen bij het uitbreiden op oost en west met solarfels: elk hellingvlak is in feite een eigen stroomkring. De tweede route is dat je bij de eerste aanleg al gewone felsbanen legt op de plek waar later cellen kunnen komen, en die banen op een later moment vervangt door banen met cellen. Dat is dan geen improvisatie op een dak vol pannen, maar een vervanging van een beperkt aantal identieke banen op een vaste plek, met één doorgaande bekabeling die al voor die uitbreiding was voorzien.

Het aantal plekken waar het mis kan gaan is bij dat tweede scenario veel kleiner. Een felsdak van honderd vierkante meter heeft, afhankelijk van de indeling, misschien twintig tot dertig banen. Vervang je daarvan een paar bij een uitbreiding, dan voeg je een handvol nieuwe klemverbindingen toe onder een fels die daar al voor bedoeld was. Vervang je bij zonnedakpannen een deel van de honderden pannen, dan werk je met evenveel losse pan-aansluitingen als er pannen bijkomen, elk met zijn eigen klik, zijn eigen kabeldoorvoer door de dakbedekking, zijn eigen kans dat de nieuwe pan net een fractie anders ligt dan de oude.

Dat raakt ook het beeld van het dak, en dat is precies waar de twee systemen het verst uit elkaar liggen. Bij zonnedakpannen zie je vaak een lappendeken: hier een paar pannen met cellen, daar een vak gewone pannen, met een randje of een oneffenheid waar de twee ontmoeten. Voeg je later een paar pannen met cellen toe tussen de oude pannen, dan zie je het verschil in kleur en glans meestal terug, ook al is dat vaak beperkt. Bij een felsdak liggen de banen met cellen en de banen zonder op precies dezelfde lijn, in dezelfde matte donkere kleur, zonder beugels of een tweede laag boven het dakvlak. Vervang je een baan zonder cellen door een baan met cellen, dan verandert er in het aanzicht van het dak vrijwel niets: de fels blijft op zijn plek, de baan blijft even breed, alleen de inhoud van die ene strook verandert.

Daarmee is niet gezegd dat zonnedakpannen op elk punt de mindere zijn. Op een dak met een ingewikkelde vorm, met veel kilkepers, dakkapellen en hoekjes, is een pan een kleinere eenheid dan een felsbaan van 475 mm breed die in één stuk over het dakvlak loopt. Waar een felsbaan tegen een schoorsteen of een dakraam aan zou moeten stuiten en op maat gezaagd moet worden, past een pan vaak eenvoudiger om een detail heen. Bij een dak met veel van dat soort onderbrekingen, zoals ook een rol speelt bij het uitbreiden op een schilddak met felsbanen, kan de kleinere eenheid van een pan praktischer zijn dan een lange baan die telkens onderbroken wordt. En bij een bestaand pannendak dat toch al pannen heeft liggen, is het vervangen van een deel door pannen met cellen soms de enige ingreep die niet meteen het hele dak openlegt, terwijl een felsdak met zonnecellen zijn kracht vooral toont wanneer het dak sowieso al open moet, bij nieuwbouw of bij vervanging van de dakbedekking.

De vraag of je later kunt uitbreiden is dus niet los te zien van hoe het dakvlak nu al is opgezet. Leg je nu een felsdak zonder rekening te houden met een latere uitbreiding, dan is vervangen van banen achteraf nog steeds mogelijk, maar dan begin je met het blootleggen van de bekabeling en het bepalen welke banen technisch geschikt zijn om te vervangen. Leg je bij de eerste aanleg al vast welke banen op een later moment de cellen krijgen, dan is die uitbreiding een kwestie van een paar banen wisselen op een vaste plek. Dat is het soort keuze dat je het beste op tekening maakt, voordat de eerste plaat gewalst wordt, niet achteraf op het dak.

Wat dit voor een concreet dakvlak betekent, met zijn eigen indeling van banen, zijn eigen hoekkepers of dakkapellen en zijn eigen plannen voor een tweede vlak later, rekenen wij uit op tekening. Neem contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, en leg de situatie voor voordat de banen gewalst worden.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink